20.5 Groei en levenscyclus

Paragraaf 1 Dierenwelzijn
20.5 Groei en levenscyclus
1 / 28
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6

This lesson contains 28 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 80 min

Items in this lesson

Paragraaf 1 Dierenwelzijn
20.5 Groei en levenscyclus

Slide 1 - Slide

Doel 20.5
Je leert hoe planten groeien
Je leert welke factoren voor een grote opbrengst zorgen
Je leert hoe huidmondjes werken
Je leert hoe sommige planten zijn aangepast op lastige omstandigheden


Slide 2 - Slide

Assimilatie/ dissimilatie

Slide 3 - Slide

Benodigdheden voor fotosynthese

Zonlicht
Chloroplasten
CO2
H2O
Mineralen
Temperatuur voldoende hoog en juiste pH (waarom?)

Slide 4 - Slide

Beperkende factor

Slide 5 - Slide

Beperkende factoren
De factor die beperkend zijn voor maximale fotosynthese.
Lichtsterkte
Chloroplasten
concentratie CO2
hoeveelheid H2O en mineralen (voedingszouten) in bodem
Temperatuur en pH vanwege enzymatische reacties

* Bij een maximale lichtreactie is de CO2 concentratie van de lucht beperkend voor een maximale donkerreactie, kan ik kas kunstmatig worden verhoogd

Slide 6 - Slide

Zonlicht
Verschillende pigmenten absorberen verschillende kleuren - absorbtiespectrum.
De belangrijkste pigmenten
in planten zijn caroteen, 
chlorofyl A en chlorofyl B.



Slide 7 - Slide

Lees blz. 154 
"Assimilatie en Dissimilatie"

Wat betekenen de volgende begrippen:
- Bruto primaire productie (BPP)
- Netto primaire productie (NPP)
- Productiviteit
- Compensatiepunt

Slide 8 - Slide

Assimilatie/ dissimilatie

Slide 9 - Slide

Productie
BPP: Bruto primaire productie:
De totale hoeveelheid geproduceerde glucose op 1 dag overdag

Dissimilatie: voor ATP verbruikte glucose

NPP: Netto primaire productie: 
De na dissimilatie overgebleven hoeveelheid glucose die grondstof is voor de voortgezette assimilatie dus groei.
--> Hoe hoger de NPP, hoe hoger de productiviteit

Slide 10 - Slide

Compensatiepunt
Wanneer dissimilatie en fotosynthese in evenwicht zijn. 
De BPP is dan gelijk aan de Dissimilatie en NPP is 0. 

Is er op het compensatiepunt opname of afgifte van O2 en/of CO2?

Slide 11 - Slide

Productie
Wat is de BPP om 10 uur?

Wat is de NPP om 10 uur?

Waar ligt het compensatiepunt?

Slide 12 - Slide

Productie
Compensatiepunt: BPP = D, NPP 0

Slide 13 - Slide

Vraag
Zal de hoeveelheid organische stof van de plant bij verlichtingssterkte P toenemen of gelijk blijven? En bij Q?

Slide 14 - Slide

Opdracht
Maak 20.5 opdr. 1, 2 en 4

Slide 15 - Slide

CO2 - huidmondjes

Slide 16 - Slide

CO2 - huidmondjes

Slide 17 - Slide

CO2 - huidmondjes
Veel fotosynthese ->
Veel glucose (= ATP) ->
Veel K+ naar binnen (actief transport) ->
Veel water volgt door osmose ->
Stevige cellen ->
Huidmondjes open

Slide 18 - Slide

CO2 - huidmondjes
                                                 Hoge temperatuur ->
                                                 Veel verdamping ->
                                                 Weinig instroom van water ->
                                                 Slappe cellen ->
                                                 Huidmondjes dicht
                                                maar ook reactie op andere indicatoren                                                    (zoals CO2 gehalte)

Slide 19 - Slide

C3 planten (95% van alle planten)
Bij tekort aan CO2 gaat rubisco met O2 
reageren (fotorespiratie). 

Er wordt geen glucose meer gevormd (er ontstaat nl. een C2 product) en dus 
geen ATP. 

De NPP en productiviteit nemen enorm af.

Slide 20 - Slide

Voor C3 planten is het dus belangrijk om te voorkomen dat ze slap gaan hangen (door watertekort of hoge temperatuur) Waarom?

Slide 21 - Open question

C4 planten (maïs, woestijnplanten)
C4 planten kunnen fotorespiratie omzeilen:
- Ze binden CO2 in hun bladcellen met enzym PEP-carboxylase (werkt ook bij lage concentraties CO2)
- Het product dat daarbij ontstaat is oxaalazijnzuur (C4)
- Oxaalazijnzuur wordt weer afgebroken tot CO2 voor de calvincyclus (via rubisco!). 

Slide 22 - Slide

CAM planten (vetplanten, cactussen)
CAM planten openen huidmondjes ‘s nachts:
- Ze binden CO2 met enzym PEP-carboxylase (net als C4)
- Het product dat daarbij ontstaat is appelzuur (C4)
- Overdag (als het warm is) sluiten huidmondjes en start fotosynthese. CO2 wordt dan weer vrijgemaakt uit appelzuur voor de calvincyclus. 

Slide 23 - Slide

Wat is het voordeel van CAM planten in warme klimaten?

Slide 24 - Open question

Slide 25 - Slide

Doel 20.5
Je hebt geleerd hoe planten groeien
Je hebt geleerd welke factoren voor een grote opbrengst zorgen
Je hebt geleerd hoe huidmondjes werken
Je hebt geleerd hoe sommige planten zijn aangepast op lastige omstandigheden





Slide 26 - Slide

Doel 20.5
BINAS 72 Absorbtiespectra fotopigmenten



Slide 27 - Slide

Begrippen 20.5
maximale fotosynthese, absorbtiespectrum, beperkende factor, BPP, NPP, productiviteit, compensatiepunt, pallisadeparenchym, sponsparenchym, cuticula, gebreksziekte, nerven, huidmondjes, sluitcellen, Rubisco, C3-planten, C4-planten, CAM-planten, fotorespiratie

Slide 28 - Slide