Week 1.3 Reactiesnelheid en evenwichten, kwalitatieve en kwantitatieve analyse
E-learning week 1.3
Reactiesnelheid en evenwichten, kwalitatieve en kwantitatieve analyse
1 / 37
next
Slide 1: Slide
BiologieHBOStudiejaar 1
This lesson contains 37 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 135 min
Items in this lesson
E-learning week 1.3
Reactiesnelheid en evenwichten, kwalitatieve en kwantitatieve analyse
Slide 1 - Slide
Welkom bij deze E-learning
Deze les werk je zelfstandig aan het onderwerp reactiesnelheid en evenwichten, kwalitatieve en kwantitatieve analyse.
Deze lessonup zal je stapsgewijs meenemen door de theorie aan de hand van theorie enopdrachten.
Houd je boek (Basischemie) bij de hand tijdens het maken van de les (hoofdstuk 6, 9.1 en 9.2).
Soms zie je dit: Klik eens op het pictogram.
Alle slides hebben een kleur. Kies zelf de route die bij je past:
Veel succes en plezier!
Achtergrond
Door op deze objecten te klikken, vind je theorie over een onderwerp. We raden je aan om deze stukjes door te lezen, zodat het makkelijker wordt om de les te blijven volgen.
Veel van deze info staat ook in het boek, dus je kunt het daar ook nog nalezen.
De buttons bevatten wisselende pictogrammen en titels.
Dit moet iedereen weten
Toepassen van theorie
Moeite met scheikunde?
Slide 2 - Slide
Aan het einde van deze les kun je:
aan de hand van een reactie beredeneren hoe de reactiesnelheid wordt beïnvloed;
van een evenwichtsreactie aangeven van welke soort evenwichtsreactie er sprake is;
in deze reactievergelijking uitleggen hoe het evenwicht kan verschuiven onder invloed van bepaalde factoren;
een aantal voorbeelden van kwalitatieve analyse benoemen;
uitleggen hoe een titratie een kwantitatieve analyse is.
In de leeruitkomst
Je analyseert verschillende typen reactievergelijkingen, waarbij je onderscheid kunt maken tussen de verschillende typen vergelijkingen.
Slide 3 - Slide
Het bostsende deeltjesmodel
Bekijk deze video
Slide 4 - Slide
Reactiesnelheid
Wanneer moleculen effectief met elkaar botsen, zal er een reactie plaatsvinden. De snelheid van deze reactie is afhankelijk van een aantal factoren.
Slide 5 - Slide
Verdelingsgraad
Sleep hier de blokken heen die invloed hebben op de reactiesnelheid.
Deze blokken hebben geen invloed op de reactiesnelheid.
Temperatuur
Kleur
Vorm
Concentratie
Katalysator
Dichtheid
Slide 6 - Drag question
Concentratie van de stof
Bekijk deze video en de video's op de volgende pagina's om te zien welke factoren de reactiesnelheid beïnvloeden en hoe ze dat doen.
Slide 7 - Slide
Verdelingsgraad van de stof
Slide 8 - Slide
Temperatuur van de stof
Slide 9 - Slide
Invloed van een katalysator
Enzymen zijn ook katalysatoren!
Slide 10 - Slide
Aard van de stof
Sommige stoffen reageren makkelijker dan andere stoffen.
Edele metalen reageren nauwelijks met andere stoffen
IJzer gaat bijvoorbeeld roesten in vochtige lucht.
Slide 11 - Slide
Maak op papier een samenvatting of schema van de verschillende factoren die invloed hebben op een evenwichtsreactie. Geef ook aan hoe de factor invloed heeft op een evenwichtsreactie. Maak er een foto van en plaats hem in de opdracht.
Slide 12 - Open question
De ontleding van waterstofperoxide (zie afbeelding) verloopt sneller als je bruinsteen toevoegt. 1 Welke functie heeft het bruinsteen hier? 2 Hoe kun je de functie van het bruinsteen controleren? 3 Leg uit of het voor de reactiesnelheid uitmaakt of het bruinsteen wel of niet fijn verdeeld toevoegt. Maak bij je uitleg gebruik van het botsende deeltjes model.
Slide 13 - Open question
Evenwichtsreacties
Er zijn verschillende soorten reacties. Sommige reacties zijn aflopend: je start met beginstoffen en eindigt met producten, sommige van deze reacties zijn ook omkeerbaar: producten worden dan beginstoffen.
Maar er zijn ook reacties waarbij er onder dezelfde omstandigheden 2 reacties te gelijk verlopen: evenwichtsreacties.
Stoffen zijn volledig gemend op molecuulniveau. Dit komt voor bij:
gasmengsels
opgeloste stoffen
Heterogeen evenwicht
Stoffen zijn niet volledig gemengd op molecuulniveau.
Dit komt voor bij:
een emulsie (vaste stof in vloeistof)
vaste stof met gas
Verdelingsevenwicht
Een opgeloste stof verdeelt zich over 2 verschillende vloeistoffen die niet met elkaar mengen.
Bekijk ook deze video
Slide 15 - Slide
Bekijk de opgave in de afbeelding (klik om in te zoomen). Noteer de 3 antwoorden in het tekstvak. Je mag evt. ook een foto van je antwoord uploaden.
Slide 16 - Open question
Dynamisch evenwicht
Bij een evenwichtsreactie is altijd sprake van een dynamisch evenwicht.
Dynamisch evenwicht
Bij een evenwichtsreactie is altijd sprake van een dynamisch evenwicht. Dit betekent dat er tijdens het evenwicht toch nog reacties plaatsvinden. Er vinden dan evenveel reacties naar links als naar rechts plaats.
In dit diagram zie je een weergave van een dynamisch evenwicht. Tijdens de evenwichtstoestand is de reactiesnelheid van beide reacties gelijk.
Diagram
In het diagram staat op de Y-as de reactiesnelheid van een evenwichtsreactie, op de x-as staat het verloop in tijd aangegeven. Hierbij is er een evenwicht waarbij stoffen A en B (reactanten) worden omgezet in stoffen C en D (producten).
De blauwe lijn laat de reactiesnelheid zien van de omzetting van stoffen A en B in stoffen C en D, op tijdstip 0 is er alleen nog stof A en B, maar C en D nog niet (die ontstaan als de reactie is gestart).
De rode lijn laat de reactiesnelheid van stoffen C en D zien, die wordt omgezet in stoffen A en B. De reactiesnelheid start bij 0, omdat de stoffen C en D eerst nog moeten ontstaan.
De reactiesnelheden van beide reacties blijven op een bepaald moment gelijk, er is dan een dynamisch evenwicht bereikt: de reactie van stoffen A en B (in C en D) verloopt dan even snel als de reactie van stoffen C en D (in A en B).
Bekijk ook deze video
Slide 17 - Slide
Evenwichtsconstante
De evenwichtsconstante is een getal dat aangeeft waar het evenwicht ligt bij een bepaalde reactie. De constante is afhankelijk van de temperatuur en de reagerende stoffen.
De evenwichtsconstante (K) is een verhouding:
Alleen de concentraties van stoffen in de fases 'g' en 'aq' kunnen meedoen in de berekening (de concentraties van vloeistoffen (l) en vaste stoffen (s) zijn gelijk aan 1, zij reageren niet in evenwichtsreacties).
K=[reagentia][producten]
Slide 18 - Slide
Evenwichtsconstante uitgewerkt
N2 (g) + 3H2 (g) 2NH3 (g)
K=[N2]⋅[H2]3[NH3]2
Met deze verhoudingsformule kun je simpel uitleggen waar het evenwicht ligt (aan de kant van de producten of reagentia), of kun je uitleggen wat er gebeurt als er een stof wordt toegevoegd/weggehaald. Uiteraard kun je ook de concentratie van een stof berekenen!
Het getal K wordt namelijk niet anders.
Machten in formule
Doordat in een reactie stoffen niet altijd in dezelfde verhouding met elkaar reageren, moet je hier in de evenwichtsconstante ook rekening mee houden. Als er 2 NH3 ontstaan, zie je dat in de evenwichtsconstante terug als [NH3]2.
Slide 19 - Slide
Als de evenwichtsconstante groter is dan 1, dan...
A
ligt het evenwicht aan de kant van de producten (de concentratie producten is in verhouding groot)
B
ligt het evenwicht aan de kant van de reagentia (de concentratie beginstoffen is in verhouding groot)
Slide 20 - Quiz
In een reactie wordt stof A omgezet in stof B. K=300; [stof B] = 3 molair. Wat is [stof A]?
A
900 molair
B
0,01 molair
C
100 molair
Slide 21 - Quiz
In een reactie wordt stof A omgezet in stof B. [stof A]= 0,05 mol/L, [stof B]= 0,06 mol/L. Wat is de waarde van K?
A
1,2
B
0,003
C
0,83
Slide 22 - Quiz
In een reactie wordt stof A omgezet in stof B. K= 0,004; [stof A]= 5 molair. Wat is de concentratie van stof B?
A
1250 mol/L
B
0,0008 mol/L
C
0,02 mol/L
Slide 23 - Quiz
Evenwichtsverschuivingen
Lees paragraaf 6.5 in je boek.
En bekijk ook deze film
Slide 24 - Slide
Evenwichtsverschuivingen
Bekijk ook deze film
Slide 25 - Slide
In een afgesloten vat vindt de volgende reactie plaats:
N2 (g) + 3H2 (g) 2NH3 (g)
Hierbij is de reactie naar rechts exotherm.
Toevoegen NH3 (g)
Evenwicht verschuift naar links.
Evenwicht verschuift naar rechts.
Hogere temperatuur
Lagere temperatuur
Volumevergroting
Volumeverkleining
Slide 26 - Drag question
Kwalitatieve analyse
Lees paragraaf 9.1 in je boek.
Bij een kwalitatieve analyse onderzoek je welke stof(fen) aanwezig is/zijn in een mengsel.
Met een herkenningsreactie kun je voor bepaalde stoffen makkelijk aantonen of ze in een mengel zitten.
In aanwezigheid van water wordt wit kopersulfaat blauw.
Slide 27 - Slide
Maak een tabel met de herkenningsreacties die in paragraaf 9.1 staan. Stuur je tabel in.
Slide 28 - Open question
Kwantitatieve analyse
Bij een kwalitatieve analyse bepaal je niet welke stof aanwezig is, maar hoeveel er van een bepaalde stof is. Wanneer je kijkt naar een stof die in water is opgelost, noem je dit een titratie.
Bij een titratie bepaal je de concentratie van een stof (in de erlenmeyer) met een stof waar je de concentratie nauwkeurig van weet (in de buret). In de erlenmeyer zit ook een indicator, zodat je weet wanneer het eindpunt is bereikt.
Indicator
Een indicator is een stof die je bij een titratie gebruikt. Deze indicatoren hebben een bepaalde kleur bij specifieke pH's. Hierdoor kun je dus zien aan een kleuromslag of het neutralisatiepunt is bereikt.
In Binas tabel 52 staat een overzicht van indicatoren.
Slide 29 - Slide
Zuur-base titratie
Bij een zuur-base titratie bepaal je de concentratie van een zwak zuur, door een sterke base met bekende concentratie toe te voegen. Doordat de H+ ionen van het zuur reageren met de OH- ionen van de base, ontstaat er water. De zure oplossing wordt dus geneutraliseerd.
Als alle H+ ionen weggereageerd zijn, is het eindpunt van de titratie bereikt.
Je kunt nu berekenen wat de concentratie is van het zwakke zuur in de oplossing.
Uiteraard kun je ook titreren als de onbekende stof een zwakke base is, of er sprake is van een redoxreactie.
Slide 30 - Slide
Voorbeeld berekening
Je hebt 10mL HCl met een onbekende molariteit. Je titreert met een NaOH-oplossing van 1,06M. De volgende reactie zal plaatsvinden: H+(aq) + OH-(aq) H2O(l)
Je hebt voor de neutralisatie 7,85mL NaOH nodig van 1,06M
Berekening
Bepaal het aantal mol toegevoegde stof met bekende molariteit: aantal mol= molariteit * aantal toegevoegde L
Bepaal de hoeveelheid mol stof van de stof met onbekende concentratie: aantal mol onbekende oplossing = aantal mol toegevoegd bekende stof (mits molverhouding in de reactievergelijking 1:1 is).
[onbekend] = aantal mol onbekende oplossing/aantal L onbekende oplossing
Bereken de concentratie van HCl in dit voorbeeld.
Slide 31 - Slide
De concentratie HCl (vorige pagina) is:
A
0,00832 mol/L
B
0,0832 mol/L
C
0,832 mol/L
D
8,32 mol/L
Slide 32 - Quiz
Wat heb je deze les geleerd? Formuleer in 3 of 4 zinnen wat voor jou de belangrijkste opbrengst van de les is.
Slide 33 - Open question
Volgende les (week 1.4)
Volgende les zie ik je weer op de HAN.
Er is tijdens deze bijeenkomst uitgebreid ruimte om vragen te stellen over hoofdstuk 6, 9.1 en 9.2.
Slide 34 - Slide
Goed gewerkt!
Je bent aan het einde van deze E-learning gekomen.
We willen graag van je weten hoe je deze les hebt ervaren.
Wil je de volgende 2 vragen nog invullen?
Klik!
Slide 35 - Slide
Geef een top voor deze les. Wat moet er de volgende keer zeker in blijven?
Slide 36 - Open question
Geef een tip voor deze les. Wat zou er een volgende keer anders moeten?