Rekenen Getallen Basis les 1

Rekenen
Deze les gaat over getallen. 
We gaan kort oefenen met getalwaarde, getalbegrip, decimale getallen, afronden, groter en kleiner dan. 
1 / 29
next
Slide 1: Slide
RekenenMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 1

This lesson contains 29 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 15 min

Items in this lesson

Rekenen
Deze les gaat over getallen. 
We gaan kort oefenen met getalwaarde, getalbegrip, decimale getallen, afronden, groter en kleiner dan. 

Slide 1 - Slide

Hiernaast staat het getal: 357 169

Dit bestaat uit 
300 000
50 000
7 000
100
60
9


Slide 2 - Slide


Wat is het getal
3 waard?
A
duizendtal
B
honderdtal
C
tiental
D
eenheid

Slide 3 - Quiz

Hoe schrijf je het getal in cijfers?
achthonderd achtendertig
A
831
B
800
C
380
D
838

Slide 4 - Quiz


Wat is het getal
3 waard?
A
duizendtal
B
honderdtal
C
tiental
D
eenheid

Slide 5 - Quiz

Hoe schrijf je dit getal in cijfers:
honderddrieënnegentig
A
391
B
193
C
913
D
139

Slide 6 - Quiz

Getallenlijn

Slide 7 - Slide

Sleep op de juiste plek!
0,70
0,0
1,4
1,99

Slide 8 - Drag question

Plaats de getallen op de juiste plek op de getallenlijn.
0
-3
2

Slide 9 - Drag question

Koppel de getallen aan de juiste getallenlijn.
471
66
251

Slide 10 - Drag question

Decimale getallen op een getallenlijn
Sleep de getallen naar het juiste vak op de getallenlijn.
0,55
0,19
0,34
0,24
0,46

Slide 11 - Drag question

Afronden

Slide 12 - Slide

Afronden naar hele getallen
1,2
rond je af naar..
A
3
B
1
C
2
D
1,3

Slide 13 - Quiz

Afronden op hele getallen
523,49 rond je af naar
A
523,4
B
523
C
523,5
D
524

Slide 14 - Quiz

Afronden op hele getallen.
15,48 wordt
A
16
B
15
C
15,5
D
15,4

Slide 15 - Quiz

Getallen vergelijken

Slide 16 - Slide

< Wat betekent dit teken?
A
is gelijk aan
B
is kleiner dan
C
is groter dan
D
is ongeveer gelijk aan

Slide 17 - Quiz

Wat moet er op de plaats van het vraagteken staan?

36,10 ? 36,01




A
Kleiner dan (<)
B
Groter dan (>)
C
Gelijk aan (=)

Slide 18 - Quiz

Wat moet er op de stippellijn staan?

14,074 ... 14,680




A
is groter dan
B
is kleiner dan

Slide 19 - Quiz

Decimale getallen
Decimale getallen zijn getallen met een komma.
De cijfers achter de komma heten decimalen.

Bijvoorbeeld
Het getal 4 is geen decimaal getal.
Het getal 4,2 heeft 1 decimaal.
Het getal 4,23 heeft 2 decimalen.
Een getal kan oneindig veel decimalen hebben.

Slide 20 - Slide


Hoeveel decimalen getallen heeft 389,70?
A
4
B
2
C
1
D
3

Slide 21 - Quiz

Afronden van decimalen
Bij afronden op één decimaal => Kijk naar het tweede cijfer achter de komma
0,23 wordt 0,2     
0,38 wordt 0,4     

Slide 22 - Slide

Afronden van decimalen
Bij afronden op twee decimalen => Kijk naar het derde cijfer achter de komma
0,236 wordt 0,24    
0,793 wordt 0,79    

Slide 23 - Slide

Afronden op 1 decimaal
1,567
A
1,5
B
1,6
C
1,50
D
1,60

Slide 24 - Quiz

Rond af op één decimaal.
8,18

Slide 25 - Open question

Afronden op 2 decimalen
4,7788652
A
1,77
B
1,78
C
4,78
D
4,77

Slide 26 - Quiz

Rond af op twee decimalen
9,997

Slide 27 - Open question

1,263
Afronden met 1 decimaal achter de komma is
A
1,26
B
1,2
C
1,20
D
1,3

Slide 28 - Quiz

Goed geoefend!!


Slide 29 - Slide