Economische Dimensie

DE ECONOMISCHE DIMENSIE
1 / 32
next
Slide 1: Slide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 1

This lesson contains 32 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

DE ECONOMISCHE DIMENSIE

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

WAAR GAAT DE ECONOMISCHE DiMENSIE OVER? 

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

ARBEIDSMARKT 
  • werkgelegenheid
  • werkeloosheid
  • cao 
  • contracten 
  • salarisstrook

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Slide 4 - Video

This item has no instructions

SCHULDEN 
  • LENINGEN -> bijv. studie/huur 
  • FRAUDE 
  • VERLEIDING - Reclame
  • BUDGETEREN
  • PRIORITEITEN STELLEN 

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Alleen mensen die niet met geld om kunnen gaan komen in de schulden.
A
waar
B
niet waar

Slide 6 - Quiz

This item has no instructions

INKOMSTEN 
  • studiefinanciering
  • salaris 
  • belasting
  • toeslagen
  • ouderlijke bijdrage

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

CONSUMEREN
  • RECLAME 
  • VERLEIDING 
  • VERGELIJKEN
  • KRITISCH ZIJN

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

belastingaangifte
A
doet je werkgever voor je
B
Ben jezelf verantwoordelijk voor
C
De belastingdienst stuurt belastingaanslag
D
heb ik als student niets mee te maken

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions

Slide 10 - Video

This item has no instructions

loonstrook

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Zwart werken - Informele arbeid

  • Niet geregistreerd 
  • Niet verzekerd
  • geen belasting betalen/ sociale premies
  • Geen recht op sociale verzekeringen bij het verliezen van je baan
Wit Werken- Formele arbeid 

  • Geregistreerd
  • Verzekerd 
  • Arbo / Coa voorwaarden
  • Betalen loonbelasting en sociale premies ( werknemers/volks)
  • Recht op sociale verzekeringen bij het verliezen van je baan
    AOW,AnW, WlZ)

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

CAO
collectieve arbeidsovereenkomst (CAO)
de rechten en plichten vastgelegd die gelden voor medewerkers binnen een bepaalde bedrijfstak of bepaald bedrijf. 

Bijvoorbeeld over loon, toeslagen, werktijden, proeftijd, opzegtermijn of pensioen.

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Collectieve arbeidsovereenkomsten
vakbonden (FNV & CNV)
werkgevers-organisaties 
cao-onderhandelingen
collectieve arbeidsovereenkomsten
cao

Slide 14 - Slide

Vakbonden discussiëren en onderhandelen met werkgeversorganisaties over verschillende onderwerpen. Hierbij denken zij aan wat hun leden willen en nodig hebben. Denk bijvoorbeeld aan een beter loon, gunstigere werktijden of meer vakantiedagen. Die onderhandelingen noemen we cao-onderhandelingen.

Wanneer die partijen het met elkaar eens zijn en er ontstaat een deal, dan worden die nieuwe afspraken opgenomen in de collectieve arbeidsovereenkomsten (cao). Daarin staan afspraken waaraan werkgevers en werknemers zich moeten houden.

De cao van de kappersbranche kan je vinden op het internet.
3

Slide 15 - Video

This item has no instructions

Wie maken de CAO?
A
De werkgevers en de werknemers
B
De regering en de werkgevers
C
De vakbond en de werknemers
D
De vakbond en de werkgevers

Slide 16 - Quiz

This item has no instructions

Vakbonden sluiten namens hun leden CAO’s af met werkgevers. Voor wie geldt de CAO?
A
Alleen werknemers moeten zich houden aan de afspraken in de CAO.
B
Alleen werkgevers moeten zich houden aan de afspraken in de CAO.
C
De CAO geldt voor alle werkgevers en werknemers binnen dezelfde sector.
D
De CAO geldt alleen voor de werkgevers en werknemers die lid zijn van de vakbond.

Slide 17 - Quiz

This item has no instructions

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Soorten werk
  • Loondienst
  • Ondernemen (ZZP'er)
  • Stage
  • Vrijwilligerswerk 

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Loondienst
  • Werk waarbij je voor een baas werkt en loon ontvangt voor het werk dat je doet, bijvoorbeeld een docent in loondienst.

  • Werkgever: de baas of de organisatie waarbij je in loondienst bent.
  •      Werknemer: de persoon die bij een organisatie in loondienst is.

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Ondernemen
Een eigen bedrijf hebben.
  • Zzp’er: een ondernemer zonder andere mensen in dienst, bijvoorbeeld een zelfstandige timmerman.

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Arbowet
De werkgever moet ervoor zorgen dat werknemers hun werk veilig kunnen uitvoeren en hiervan niet ziek worden. 

ARBO: ARBeidsOmstandigheden

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Arbeidstijdenwet
Wet waarin de regels staan over werktijden en rusttijden:
  • Hoeveel uur je mag werken per dag en hoeveel pauze je dan moet krijgen.
  • Hoeveel nachtdiensten of ploegendiensten je mag draaien.
  • Het verlof voor zorgtaken: zwangerschapsverlof of ouderschapsverlof.

Er is een speciale arbeidstijdenwet voor jongeren:
  • Schooltijd telt als werktijd.
  • Beperkt aantal uren in de avond en het weekend.
  • Regels veranderen per jaar dat je ouder wordt.

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Minimumloon

Het wettelijk vastgestelde loon dat een werkgever ten minste moet betalen aan werknemers.

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Vakbond
Een vakbond vertegenwoordigt werknemers en komt in actie wanneer er problemen zijn. Dit kan over van alles gaan                    loon                                        werktijden                            vakantiedagen.


 

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

zorgverzekering

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Eigen risico
Het deel van de schade dat je als verzekerde zelf betaalt.

Slide 30 - Slide

This item has no instructions

Polis
Een bewijs van verzekering.

Slide 31 - Slide

This item has no instructions

Verzekerings-voorwaarden

Hierin staan de rechten en de plichten van de verzekerde en de verzekeraar.

Slide 32 - Slide

This item has no instructions