Week 10 les 1 de tijd en vakantie
Het weer
Zinnen maken
a-aa
Vakantie
Week 10 les 1 de tijd en vakantie
Het weer
Zinnen maken
a-aa
Vakantie
Zij zoenen of seizoenen
Lente
Zomer
Herfst
Winter
Zinnen maken
Wie - doet - wat - waar - wanneer.
Diana - schrijft de woorden- vandaag - in de klas.
Een zin begint met een hoofdletter en eindigt met een punt.
Onderwerp en werkwoord
Juf M: https://www.youtube.com/watch?v=1rrlFBQtVCA
Een zin heeft een onderwerp.
Een zin heeft altijd een werkwoord.
Wie of wat doet het?
Wat doet hij/zij?
Waar / Hoe / Wanneer
1. Francess spreekt Nederlands
Diana schrijft woorden.
Harold peutert aan zijn neus
Khedi kookt 's s avonds in de keuken.
Martha fietst om 15.00 naar de stad.
Werkblad zinnen maken met
Korte en lange klanken
Woorden hebben korte en lange klanken. Ze heten KLINKERS
Kort: e - a -o - i - u
Lang: ee-aa-oo-ie-uu
Kort
ben
ban
bon
rik
stuk
Lang
been
baan
boon
riek
duur
Op vakantie
De vacaciones
Having a holiday
Nederlandse les over vakantie
Vakantie
Ga jij weleens op vakantie?
Waar ga je naartoe?
¿Sueles irte de vacaciones?
¿Adónde vas?
Have you ever been on a holiday?
Where did you go?
Ga je nog iets leuks doen?/ ¿Vas a hacer algo divertido?
Werkblad vakantie
Beantwoord de vragen
Waarmee kun je je hoofd koel houden?
Waarmee kun je op vakantie gaan?
Hoe heet land met zee erom heen?
Je kunt naar boven lopen om koel te blijven.
Waarmee loop je op het strand?
Wat zie je in de zee van veraf?
Waar gaat een wereldreis naar toe?
Waar stop je zand in?
¿Qué puedes usar para refrescarte la cabeza?
¿Qué puedes llevarte de vacaciones?
¿Cómo se llama un país rodeado de mar?
Puedes caminar cuesta arriba para refrescarte.
¿Qué caminas en la playa?
¿Qué ves en el mar desde lejos?
¿Adónde va un viaje alrededor del mundo?
¿En qué pones arena?