6. Examentraining 3: theatervormgeving (25/26)

Examentraining
Kunst Drama
Leerdoelen + uitleg begrippen

Deel 3 - THEATERVORMGEVING + FILM
1 / 47
next
Slide 1: Slide
DramaMiddelbare schoolmavoLeerjaar 4

This lesson contains 47 slides, with text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 90 min

Items in this lesson

Examentraining
Kunst Drama
Leerdoelen + uitleg begrippen

Deel 3 - THEATERVORMGEVING + FILM

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen - theatervormgeving
Ik kan: 
- de verschillende theatervormgevingsmiddelen (decor, geluid, geluidseffecten, grime en hairstyling, kostuum, licht, muziek, rekwisieten) benoemen en herkennen in een voorstelling
- het verschil tussen een totaaltje en een speciaaltje uitleggen en herkennen in een voorstelling
- de kenmerken van een lijsttoneel, vlakke vloer theater en openluchttheater benoemen

Overige begrippen in de categorie theatervormgeving
 Coulisse
 Grimeur / grimeren
 Locatietheater
 Productie / producent*
 Theatervormgeven / theatervormgever / theatervormgeving
 Toneelbeeld



Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen Categorie film
Leerdoel 1: Cameratechnieken herkennen en analyseren
Ik kan camera-afstanden (close-up, medium shot, long shot) en camerabewegingen (zoomen, POV) herkennen en het effect ervan uitleggen

Leerdoel 2: Montage en filmeffecten begrijpen
Ik kan montage, voice-over, special effects, fade-in en fade-out herkennen in filmfragmenten en hun functie beschrijven

Overige begrippen in de categorie film
– Plot*
– Scenario*
– Storyboard
– Registratie

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

1. Theatergebouw

– Lijsttoneel*
– Vlakke vloer theater*
– Openluchttheater
Theatertechnicus
– Lichttechnicus
– Beeld- en geluidstechnicus
Overige begrippen in de categorie theatervormgeving
– Coulisse
– Grimeur / grimeren
– Locatietheater
– Productie / producent*
– Theatervormgeven / theatervormgever / theatervormgeving
– Toneelbeeld*

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

1. Theatervormgevingsmiddelen

– Decor
– Geluid
– Grime en hairstyling
– Kostuums

– Licht
• Blackout
• fade out
• fade in
• Kleur(filters)
• Lichtontwerp / lichtplan
• Speciaaltje
• Totaaltje
• Werklicht*
• Zaallicht
• Toneelbelichting

– Muziek

– Projecties
• Videoclip
• Vlog
• Filmbeelden
• Beeldprojecties

– Rekwisieten (props)

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Theater-
vormgevingsmiddelen

  1. Decor
  2. Kostuum
  3. Grime
  4. Rekwisieten (of: props)
  5. Attributen (rekwisiet dat hoort bij een rol)
  6. Belichting
  7. Muziek
  8. Geluid/geluidseffecten
  9. Projecties

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Decor
Rekwisieten/Attributen

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

kostuums
kap en grime

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

licht
projecties

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Geluid
Geluid, waar moet je op letten?

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Begrippen Licht

• Blackout
• fade out
• fade in
• Kleur(filters)
• Lichtontwerp / lichtplan
• Speciaaltje
• Totaaltje
• Werklicht*
• Zaallicht
• Toneelbelichting

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Begrippen licht
Blackout = Alle lichten gaan plotseling uit – het toneel is volledig donker (vaak gebruikt bij een scenewisseling).

Fade out / Fade in = Het licht gaat geleidelijk uit (fade out) of geleidelijk aan (fade in) – voor een zachte overgang.

Kleur(filters) = Gekleurde filters voor lampen om sfeer te creëren (blauw = koud/nacht, rood = warm/gevaar).

Werklicht = helder wit (TL)licht dat aan is op het toneel tijdens de opbouw of na afloop van de
voorstelling.

Zaallicht = Het licht in de zaal waar het publiek zit – gaat uit als de voorstelling begint.
Voorbeeld werklicht

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Lichtontwerp / Lichtplan

Het ontwerp dat vastlegt welke lampen wanneer aan/uit gaan en welke kleuren en sterktes worden gebruikt.

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Slide 14 - Video

This item has no instructions

Totaaltje
Frontlicht = al het licht dat van voor komt. Wordt ook wel ‘totaaltje’ genoemd. Hiermee maak je (de gezichten van) mensen zichtbaar

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Speciaaltje
Speciaaltjes = het licht dat gebruikt wordt voor de speciale plekken / personen
op het toneel.

Dit kan vanuit elke richting komen, afhankelijk van de wens.

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Voorbeelden Projecties

• Videoclip
• Vlog
• Filmbeelden
• Beeldprojectie

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Theatergebouw
Een theatervoorstelling kun je op verschillende locaties spelen. Daarom kun je theatervoorstellingen ook indelen in het soort locatie waar het stuk wordt opgevoerd: 

– Lijsttoneel*
– Vlakke vloer theater*
– Openluchttheater

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Lijsttoneel
- 4e wand
- illusie

Vlakke vloer theater
- dichter bij het publiek
- publiek meer betrokken
- minder illusie 
Openluchttheater
- buitenlocatie
- publiek heeft geen dak

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Lijsttoneel
Het woord verwijst naar de toneellijst of prosceniumboog in de schouwburg
waardoorheen het publiek naar de voorstelling kijkt. Publiek en voorstelling zijn
gescheiden door het verhoogde podium en de toneellijst.

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Vlakkevloertheater
Theater zonder verhoogd podium waarbij het publiek op de eerste rij op hetzelfde
niveau zit als het podium.

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Theatertechnicus
Een technicus is iemand die professioneel de theatertechniek verzorgt:

Lichttechnicus: iemand die profesioneel de belichting in het theater verzorgt
Beeld- en geluidstechnicus: iemand die professioneel de beelden en het geluid/muziek in het theater verzorgt

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Coulisse
De ruimte achter/naast het toneel waar acteurs wachten voordat ze opkomen (buiten het zicht van het publiek)

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Locatietheater

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Slide 25 - Video

This item has no instructions

Locatietheater
  • Anders dan in theatergebouw of openluchttheater
  • Vaak buiten: strand, duinen, bos, industrieterrein, treinstation
  • Plek-afhankelijk
  • Locatie versterkt verhaal
  • Unieke ervaring

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Producent
- Producent:  een producent is een persoon die verantwoordelijk is voor de productie van een bepaalde theatervoorstelling of film. Hij of zij is degene die de financiën en de organisatie van een film overziet en op zoek gaat naar de financiële middelen.

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Wat is locatietheater?
  • Bij locatietheater wordt een theatervoorstelling op een andere plaats gespeeld dan in een theatergebouw
  • Vaak wordt de voorstelling speciaal voor deze locatie gemaakt
  • Er wordt gebruik gemaakt van de bijzondere sfeer of omgeving van de locatie
  • De locatie vormt de inspiratiebron voor de voorstelling

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Grimeur / grimeren
Beschilderen van het gezicht en verdere middelen om op toneel een bepaald persoon of een type voor te stellen 

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Toneelbeeld
  • “still” uit de voorstelling. 
  • Alles wat je ziet als je het beeld stil zet: decor, licht, positie acteurs etc.)

Slide 30 - Slide

This item has no instructions

Theatervormgeven / theatervormgever / theatervormgeving
Het ontwerpen en creëren van de totale uitstraling van een voorstelling (decor, licht, kostuums, geluid) – de theatervormgever is de persoon die dit doet.

Slide 31 - Slide

This item has no instructions

Slide 32 - Video

This item has no instructions

2. Categorie film
1. Camera-afstand – Close-up – Medium shot – Long shot

2. Camerabeweging – Zoomen – Point Of View

3. Montage – Voice-over – Special effects – Fade-in – Fade-out

Overige begrippen in de categorie film
– Plot*
– Scenario*
– Storyboard
– Registratie

Slide 33 - Slide

This item has no instructions

Filmbegrippen
Een aantal NIEUWE begrippen voor jullie dit jaar voor je examen Drama: namelijk een blokje film!

Let op: film is niet het filmen van theater. Het is het vertellen van een verhaal door middel van bewegend beeld. De cameravoering en montage bepalen juist het verhaal en hoe het wordt verteld. 

Hierover moet je ook vragen kunnen beantwoorden op je examen. 



Slide 34 - Slide

This item has no instructions

Shots en Scènes
Wat is het verschil tussen een scene en een shot?

Een shot of take is één ononderbroken filmopname. Het is alles dat wordt opgenomen tussen het aan- en uitzetten van de cameramotor. Meerdere shots samen vormen een scène, wat ze bij film een sequentie noemen. 

Slide 35 - Slide

This item has no instructions

Camera-afstand
Close-up = Elke opname van dichtbij. Vooral gebruikt bij een shot van alleen het gezicht van een personage.
 
 Medium shot = Een camera-instelling waarbij je iemand van ongeveer de middel tot hoofd ziet – een standaard shot voor dialogen.

Long shot = Een shot waarop de mens nauwelijks zichtbaar is. Wordt gebruikt om een overzicht te
geven van een landschap of stad.
Voorbeeld close-up

Slide 36 - Slide

This item has no instructions

Long shot
Mediumshot
Close-up

Slide 37 - Slide

Informatie filmkaders

Het filmkader bepaalt wat wel en wat niet in beeld wordt gebracht. Draait het shot om de omgeving (totaalshot, establishingshot) of om het personage (medium, close-up)?

Bekijk de kaders nu nogmaals, wat voor effect hebben ze op jou?


Camerabeweging
Zoomen = De camera beweegt niet, maar de lens zoomt in (dichterbij) of uit (verder weg) op het beeld.

Point Of View = Opname vanuit de positie van het personage die dankzij de montage de suggestie wekt dat je door de ogen van het personage kijkt.

Slide 38 - Slide

This item has no instructions

Point of View (POV)
Deze shot hebben we nog niet besproken en is een techniek waarbij het lijkt alsof de kijker door de ogen kijkt van een filmpersonage. De Camera is dus ' de ogen' van het personage.

Slide 39 - Slide

Opdracht

Maak 2 POV foto's 
bepaal het standpunt vanwaaruit je personage kijkt
Maak een foto vanuit de  ooghoogte vanuit een:
  • grootpersonage
  • kleinpersonage
Denk hierbij ook aan de perspectieven vanwaaruit een cameraman/vrouw filmt.

zie ook pagina 12 en 13  uit je werkboek.
Montage
– Voice-over*
– Special effects*
– Fade-in*
– Fade-out*

Slide 40 - Slide

This item has no instructions

Montage/editing
Het samenstellen van de uiteindelijke film of tv-aflevering door de gekozen opnamen achter elkaar te plaatsen

Slide 41 - Slide

This item has no instructions

Voice over
Een stem die je hoort over de beelden heen – vaak een verteller of de gedachten van een personage.

Slide 42 - Slide

This item has no instructions

Special effects
Elementen in de film die niet te verwezenlijken zijn of niet bestaan. Deze worden
mogelijk gemaakt door (digitale) bewerking tijdens de postproductie.

Slide 43 - Slide

This item has no instructions

Fade in
Een techniek waarbij de scène langzaam vanuit een zwart (of wit) beeld tevoorschijn
komt, zoals je dat bij theater ook met licht en geluid kan doen.

Slide 44 - Slide

This item has no instructions

Fade out
Een manipulatie voor film- of geluidsopnamen waarbij het beeld of geluid langzaam
onscherp en onduidelijk wordt, zoals je dat bij theater ook met licht en geluid kan
doen.

Slide 45 - Slide

This item has no instructions

Overige begrippen

Plot = De opeenvolging van gebeurtenissen in een film

Scenario = Het filmverhaal op papier
– Storyboard
– Registratie

Slide 46 - Slide

This item has no instructions

Plot en storyboard

Plot: alle gebeurtenissen in een film in de juise volgorde. Dit staat op papier in het scenario. 


Voordat er gefilmd wordt, worden de shots uitgetekend in de juiste volgorde in een storyboard

Slide 47 - Slide

This item has no instructions