2) 2.2. Hoe ga je zweetgeurtjes te lijf?

1 / 18
next
Slide 1: Slide
New lesson editorMaatschappij & WelzijnSecundair onderwijsTechnisch secundair onderwijsLeerjaar 2

This lesson contains 18 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 100 min
Report this lesson

Items in this lesson

Bv. het warm is.                                                      Ik een zware inspanning doe.                                    Ik stress / spanning / hevige emoties ervaar.            Ik koorts heb.                                                          Ik heel pikant eet.                                                  ...

  • eccriene zweetklieren

  • apocriene zweetklieren

transpiratievocht vd eccriene zweetklieren koelt je huid af & houdt je lichaam op temperatuur.

  • Eccriene klieren produceren geurloos zweet.

  • Apocriene klieren, bij haarplekken, kunnen zweetgeur veroorzaken.

  • Zweetgeur ontstaat door bacteriën in contact met de huid.

  • transpiratievocht van eccriene zweetklieren:
    * koelen huid af
    * houdt lichaam op temp.


  • geurloos


  • handpalmen, voetzolen, voorhoofd, armen,...

  • kan stinken

  • Klieren op plekken waar haar groeit:
    oksels, liezen, geslachtsdelen,...

  • zweet in aanraking met bacteriën -> zweetgeur

APOCRIEN ECCRIEN

Moeilijke woorden?

  • Hormoon → stofje in je lichaam dat veranderingen veroorzaakt.

  • Oestrogeen → vrouwelijk hormoon.

  • Testosteron → mannelijk hormoon.

  • Puberteit → periode waarin je lichaam verandert en je volwassen wordt.

  • Puistjes → kleine ontstekingen op je huid.

  • Hygiëne → jezelf schoon en verzorgd houden.

  • Lichaamsgeur → de geur die je lichaam afgeeft.

Zijn er trucs om minder te zweten en te stinken?

  • Douchegel → zeep om je lichaam te wassen onder de douche.

  • Neutrale pH-waarde → een pH-waarde die niet te zuur en niet te basisch is.

  • pH-waarde → een maat die aangeeft hoe zuur of basisch iets is.

  • Aantasten → beschadigen.

  • Minimum → het kleinste of minste dat nodig is.

  • Vette huid → huid die meer vet aanmaakt dan normaal.

  • Oksels → de plaats onder je armen.

  • Overbodig → niet nodig.

  • Stoffen → bestanddelen die in een product zitten.

  • Irriterend → kan je huid prikkelen of rood maken.

  • Geslachtsorganen → lichaamsdelen die horen bij jongen of meisje.

  • Schaamstreek → gebied rond de geslachtsorganen.

  • Darmen → deel van je lichaam dat voedsel verteert.

  • Vagina → inwendig geslachtsorgaan van een meisje/vrouw.

  • Voorhuid → stukje huid dat over de eikel zit.

  • Penis → geslachtsorgaan van een jongen/man.

  • Eikel → het uiteinde van de penis.

  • Tandglazuur → harde beschermlaag rond je tanden.

  • Beschadigen → kapotmaken.

  • Etensresten → kleine stukjes voedsel die achterblijven.

  • Tandenstoker → stokje om voedsel tussen je tanden weg te halen.

  • Nagelknipper → hulpmiddel om nagels korter te maken.

  • Vijltje → hulpmiddel om nagelranden glad te maken.

haar
gezicht

oksels

geslachtsorganen

voeten

individueel

met potlood