This lesson contains 19 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.
Lesson duration is: 20 min
Introduction
Je kunt benoemen welke inkomsten en uitgaven de gemeente en het Rijk hebben. Je kunt uitleggen wat een rijksbegroting is. Je kent het verschil tussen directe en indirecte belastingen. Je kunt de btw berekenen die in de consumentenprijs is verwerkt.
Items in this lesson
INKOMSTEN EN UITGAVEN VAN DE OVERHEID
Slide 1 - Slide
Leerdoelen
Je kunt benoemen welke inkomsten en uitgaven de gemeente en het Rijk hebben. Je kunt uitleggen wat een rijksbegroting is. Je kent het verschil tussen directe en indirecte belastingen. Je kunt de btw berekenen die in de consumentenprijs is verwerkt.
Slide 2 - Slide
Inkomsten van de gemeente
Een groot deel van de inkomsten van de gemeente komt van het Rijk. Daarnaast betalen burgers en bedrijven gemeentelijke belastingen en heffingen zoals OZB (onroerendezaakbelasting), rioolheffing, afvalstoffenheffing, parkeerbelasting, toeristenbelasting en hondenbelasting.
Slide 3 - Slide
Bereken hoeveel procent van de inkomsten afkomstig zijn van het Rijk en hoeveel procent eigen inkomsten van de gemeente zijn.
Slide 4 - Open question
Inkomsten en uitgaven van de centrale overheid
De centrale overheid (het Rijk) maakt ieder jaar in de rijksbegroting en de miljoenennota de financiële plannen voor het komende jaar bekend.
Slide 5 - Slide
Rijksbegroting en miljoenennota
De rijksbegroting is een overzicht van de verwachte inkomsten en uitgaven vor het komend jaar.
De miljoenennota is een toelichting op de rijksbegroting door de minister van Financiën.
Slide 6 - Slide
Slide 7 - Video
Wat zou jij doen om een hoge staatsschuld te voorkomen?
Slide 8 - Open question
Belastingen:
inkomensten voor de overheid
Er zijn twee soorten belastingen:
directe belastingen
indirecte belastingen
Slide 9 - Slide
Directe belastingen
Worden direct aan de belastingdienst betaald.
Het gaat om de belasting over inkomen, winst en vermogen.
Slide 10 - Slide
Indirecte belastingen
Zitten verwerkt in de prijs van producten en diensten. Ze worden betaald aan de verkoper, deze draagt ze af aan de belastingdienst.
Het gaat om btw en accijns.
Slide 11 - Slide
Direct of indirect?
Over een prijs in de postcodeloterij betaal je kansspelbelasting.
A
directe belasting
B
indirecte belasting
Slide 12 - Quiz
Direct of indirect?
Als je je overnachting op een camping betaalt, zit in dat bedrag ook toeristenbelasting.