Rekenen niveau 4
Domein 1
Grootheden en eenheden
Rekenen niveau 4
Domein 1
Grootheden en eenheden
Maateenheden Lengte
Millimeter - mm - De dikte van een cd of spijker
Centimeter - cm - Een usb-aansluiting
Decimeter - dm - Een mobiele telefoon
Meter - m - De breedte van een deur
Decameter - dam - De lengte van een vrachtwagen
Hectometer - hm - Om de 100 meter staat een hectometerpaaltje
Kilometer - km - De lengte van de weg kan een kilometer zijn
Lengte
2 meter = ....... decimeter?
second
20 dm
200 dm
2 dm
2000 dm
2 m = dm
3 dm = cm
5 cm = mm
3 m = mm
400 cm = m
500 dm = m
2000 mm = dm
3500 cm = m
3500 cm = hm
8 kilometer = ..... meter?
second
8 m
800 m
20 m
8000 m
400 cm = m
500 dm = m
2000 mm = dm
3500 cm = m
3500 cm = hm
2 m = 20 dm
3 dm = cm
5 cm = mm
3 m = mm
100 centimeter = ..... meter?
second
10 m
1 m
100 m
1000 m
2 m = 20 dm
3 dm = 30 cm
5 cm = mm
3 m = mm
400 cm = m
500 dm = m
2000 mm = dm
3500 cm = m
3500 cm = hm
3500 centimeter = ..... meter?
second
350 m
0,035 m
35 m
0,35 m
400 cm = m
500 dm = m
2000 mm = dm
3500 cm = m
3500 cm = hm
2 m = 20 dm
3 dm = 30 cm
5 cm = 50 mm
3 m = mm
1000 centimeter = ..... kilometer?
second
1 km
0,1 km
0,01 km
Antwoord staat er niet tussen
2 m = 20 dm
3 dm = 30 cm
5 cm = 50 mm
3 m = 3000 mm
400 cm = m
500 dm = m
2000 mm = dm
3500 cm = m
3500 cm = hm
400 cm = 4 m
500 dm = m
2000 mm = dm
3500 cm = m
3500 cm = hm
2 m = 20 dm
3 dm = 30 cm
5 cm = 50 mm
3 m = 3000 mm
2 m = 20 dm
3 dm = 30 cm
5 cm = 50 mm
3 m = 3000 mm
400 cm = 4 m
500 dm = 50 m
2000 mm = dm
3500 cm = m
3500 cm = hm
400 cm = 4 m
500 dm = 50 m
2000 mm = 20 dm
3500 cm = m
3500 cm = hm
2 m = 20 dm
3 dm = 30 cm
5 cm = 50 mm
3 m = 3000 mm
400 cm = 4 m
500 dm = 50 m
2000 mm = 20 dm
3500 cm = 35 m
3500 cm = hm
2 m = 20 dm
3 dm = 30 cm
5 cm = 50 mm
3 m = 3000 mm
400 cm = 4 m
500 dm = 50 m
2000 mm = 20 dm
3500 cm = 35 m
3500 cm = 0,35 hm
2 m = 20 dm
3 dm = 30 cm
5 cm = 50 mm
3 m = 3000 mm
Maateenheden gewicht
Milligram - mg - Een klein beetje zout weegt ongeveer een milligram.
Centigram - cg - Een klein tabletje weegt ongeveer een centigram.
Decigram - dg - Een paperclip weegt ongeveer een decigram. Deci betekent 'tiende'. Een
decigram is een tiende deel van een gram.
Gram - g - Een wat grotere tablet, zoals een paracetamol, weegt ongeveer een gram.
Decagram - dag - Deca betekent 'tien'. Een decagram is tien gram. Een cd weegt ongeveer
een decagram.
Hectogram - hg - Hecto betekent 'honderd'. Een hectogram is gelijk aan honderd gram. Dit
wordt ook wel 'een ons' genoemd. Je bestelt een ons gehakt bij de slager.
Kilogram - kg - Kilo betekent 'duizend'. Een kilogram is gelijk aan duizend gram. Een pak
suiker weegt een kilo(gram).
Hoeveel gram wegen de sinaasappelen?
second
2 kilogram = ..... gram?
2000 g
200 g
2000000 g
Antwoord staat er niet tussen
Hoeveel gram wegen de sinaasappelen?
2 x 10 x 10 x 10 = 2000 gram
1 2 3
200 milligram = ..... gram?
second
20 g
2 g
0,02 g
Antwoord staat er niet tussen
1 eeuw = 100 jaar
1 jaar = 12 maanden
1 jaar = 52 weken
1 jaar = 365 dagen of 366 dagen
1 maand = 30 of 31 dagen
februari = 28 of 29 dagen
1 week = 7 dagen
1 dag = 24 uur
1 uur = 60 minuten
1 kwartier = 15 minuten
1 minuut = 60 seconden
In de tabel zie je hoe je de eenheden uur, minuut en seconde naar elkaar omrekent.
Tijdseenheden
Jack studeert 2,5 uur voor zijn theorie-examen. Hoeveel minuten heeft hij gestudeerd?
second
120 minuten
150 minuten
360 minuten
Antwoord staat er niet tussen
Edwin van de Sar liep de New York Marathon in 04:19:15. Hoeveel minuten liep hij?
259,25 minuten
259,15 minuten
240 minuten
41915 minuten
Andere grootheden en eenheden
Geld
1 ton = € 100.000,-
Snelheid
kilometer per uur (km/h)
meter per seconde (m/s)
Temperatuur
graden Celsius (°C)
Tijdens een reis is de gemiddelde snelheid 80 km/h. De reis duurt drie kwartier. Hoeveel kilometer leg je met deze snelheid af?
Referentiematen
Referentiematen zijn maten die je uit je hoofd kent, dus persoonlijke kennis.
We gebruiken deze veel in het dagelijks leven bij het schatten of berekenen van grootheden zoals de grootte, het gewicht, de lengte, enz
Dit maakt ze ideaal als hulpmiddel bij rekenen. Enkele voorbeelden:
- 10 cm is ongeveer de afstand tussen je duim en wijsvinger als je ze spreidt.
- een pak suiker weegt ongeveer een kilogram.
- de afstand tussen twee hectometerpaaltjes langs de snelweg is 100 meter.
De kracht van referentiematen
Hoeveel meter breed is deze stoep zonder stoeprand?
second
second
Hoe hoog is de liftschacht?
ongeveer 39 meter
ongeveer 50 meter
ongeveer 33 meter
Ik weet het niet
Hoe lang doe ik erover als ik ga lopen?
Hoe lang doe ik erover als ik ga fietsen?
Vuistregel
Een vuistregel is een rekenregel waarmee je op een gemakkelijke manier een vaak voorkomende berekening kunt uitvoeren.
De uitkomst is een schatting van wat je wilt berekenen.
Vuistregel
Voor het maken van één glas sinaasappelsap moet je ongeveer 3 sinaasappels persen.
De vuistregel die hierbij hoort is:
1 glas sinaasappelsap = 3 sinaasappels
Hoeveel sinaasappels heb je nodig voor 6 glazen sinaasappelsap?
3 × 6 = 18
Je hebt 18 sinaasappels nodig voor 6 glazen sinaasappelsap.
Formule
Een formule is een rekenregel waarmee je nauwkeurig een veel voorkomende berekening kunt uitvoeren.
Formule
Een provider rekent voor belkosten buiten de bundel met de volgende formule:
belkosten = € 0,20 × aantal minuten
Bereken de belkosten als je 7 minuten buiten je bundel hebt gebeld.
belkosten = € 0,20 × 7 = € 1,40
Buiten de bundel betaal je voor 7 minuten € 1,40.
Einde theorie
We gaan nu de gemengde
opdrachten
maken
van Domein 1