STV NE: Les 1 - E-mail schrijven

Trede 4 week 3 
- Leerdoelentest: verwijswoorden
- Leerdoelentest: zinsontleden: pv, wwgez,ond, lv
- E-mail schrijven
1 / 34
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 1Leerjaar 1

This lesson contains 34 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 70 min

Items in this lesson

Trede 4 week 3 
- Leerdoelentest: verwijswoorden
- Leerdoelentest: zinsontleden: pv, wwgez,ond, lv
- E-mail schrijven

Slide 1 - Slide

e-mail schrijven les 1 en 2
-Je kunt een e-mail afsluiten met een passende slotzin en groet.
- Je kunt het onderwerp van een e-mail kort en duidelijk formuleren.
- Je kunt een FORMELE EN INFORMELE E-MAIL beginnen met een passende aanhef.
- Je kunt in duidelijke zinnen uitleggen waarom je de e-mail schrijft.
- Je gebruikt formeel taalgebruik.



Slide 2 - Slide

Heb je wel eens een docent gemaild?
Weet je nog waarover?

Slide 3 - Mind map

Deze les...

- Leerdoelen en uitleg conventies
- Voorbeelden bekijken
- Samen een schrijfhulp maken voor de juiste conventies
- Schrijfopdracht: e-mail schrijven

Slide 4 - Slide

Leerdoelen
  1. Je leert wat conventies zijn. (R)
  2. Je leert op welke conventies je moet letten als je een e-mail schrijft. (T1)
  3. Je kan van een e-mail van een ander zien wat er goed en niet goed aan is. (T2)
  4. Je leert zelf een e-mail schrijven met de juiste conventies. (I)

*Leerdoelen zijn RTTI geformuleerd (in leerlingentaal).

Slide 5 - Slide

SOORT E-MAIL

Slide 6 - Slide

ONDERWERP

Slide 7 - Slide

AANHEF

Slide 8 - Slide

INLEIDING

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

KERN

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Slot
De SLOT-fase bestaat uit drie onderdelen:

  • Bedanken

  • Vragen om een reactie / actie

  • Afsluiten met een groet

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

AFSLUITING

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide

CHECK
  • Heb je een onderwerp?

  • Heb je een aanhef?

  • Stel je jezelf voor?

  • Leg je duidelijk uit waarom je mailt?

  • Heb je bedankt?

  • Vraag je om een reactie?

  • Sluit je netjes af?

Slide 19 - Slide

Instructie 
Wat zijn conventies?

- juiste aanhef
- juiste afsluiting
- hoe je iemand aanspreekt
(formeel / informeel)

Slide 20 - Slide

Conventies
Aanhef: 
  • Hoe begroet je iemand?
Afsluiting:
  • Hoe zeg je gedag?
Taal: formeel / informeel
  • Hoe speek je iemand netjes aan? Gebruik je u / jij?


Hoi! 
Beste ....,
Geachte ..., 







Groetjes!
Met vriendelijke groeten,
Hoogachtend, ....

Slide 21 - Slide

Conventies
Waarom zijn de juiste conventies belangrijk?

Als je beleefd en netjes iemand iets vraagt, 
wordt je graag / sneller geholpen!

Slide 22 - Slide

Slide 23 - Slide

Welke aanhef hoort bij wie?



                                     ...naam van je beste vriend...,

                                     mevrouw Van der Kamp,
                                    
                                     meneer Schoof (minister-         president),


______
______
______
Beste
Geachte
Hoi

Slide 24 - Drag question

Welke afsluiting hoort bij welke geadresseerde?



 Bij een e-mail naar:
een klasgenoot:                              de koning van NL:
                                    mevr. Rudyk: 


Je naam                       Je naam                   Je naam


                                     mevrouw Van der Kamp,
                                    
                                     meneer Rutte (minister-president),


______
______
______
Groetjes,
Hoogachtend,
Met vriendelijke groeten,

Slide 25 - Drag question

Zoek de verschillen
Bekijk de twee e-mails.
Schrijf op het blaadje.

Let op de conventies: aanhef, afsluiting, formeel taalgebruik
- Welke verschillen zie je?
- Wat zou jij anders doen?



Slide 26 - Slide

Klassikaal bespreken:
Welke conventies zijn goed als je een docent een e-mail stuurt?

  1. Aanhef: hoe begroet je iemand?
  2. Afsluiting: hoe zeg je gedag?
  3. Formeel taalgebruik: Hoe spreek je iemand netjes aan?


Slide 27 - Slide

Schrijfopdracht
Stel je voor: je hebt volgende week een SO, maar je weet niet wat je moet leren. Schrijf je docent (kies zelf welke) een e-mail waarin je vraagt wat je moet leren.

Schrijf je e-mail op papier (want schrijven helpt bij nadenken).
Gebruik de juiste aanhef en afsluiting. Gebruik formeel taalgebruik.
Let ook op hoofdletters en punten.
             Vraag? Steek je vinger op.
             Klaar? Steek je vinger op. De docent komt kijken.
timer
15:00

Slide 28 - Slide

Schrijf boven je e-mail:
- Versie 1
- Je naam

Lever je blaadje in bij de docent.

Slide 29 - Slide

Leerdoelen bereikt?

  1. Je leert wat conventies zijn. (R)
  2. Je leert op welke conventies je moet letten als je een e-mail schrijft. (T1)
  3. Je kan van een e-mail van een ander zien wat er goed en niet goed aan is. (T2)
  4. Je leert zelf een e-mail schrijven met de juiste conventies. (I)

Nu komen 3 controlevragen.


Slide 30 - Slide

Controlevragen

Welke aanhef gebruik je als je een docent mailt?
A
Hoi ..........,
B
Beste ..........,
C
Geachte ..........,
D
Groetjes ..........,

Slide 31 - Quiz

Controlevragen

Welke afsluiting gebruik je als je een docent mailt?
A
Met vriendelijke groeten, .............................
B
Beste, .........................
C
Hoogachtend, ..................
D
Groetjes, ............................

Slide 32 - Quiz

Controlevragen

Wat is netter (formeler), u of jij?
A
u
B
je / jij

Slide 33 - Quiz

Tot de volgende keer!

Slide 34 - Slide