This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 60 min
Items in this lesson
Soorten kosten
Slide 1 - Slide
Vorige les...
Prijselasticiteit
Inkomenselasticiteit
Kruiselasticiteit
Slide 2 - Slide
Slide 3 - Slide
Vraag 11 en 15
Slide 4 - Slide
Slide 5 - Slide
Slide 6 - Slide
Slide 7 - Slide
Slide 8 - Slide
Na deze les weet je..
wat hoeveelheidsvariatie betekent
wat prijsvariatie betekent
het verschil tussen constante en variabele kosten zijn
kun je voorbeelden van constante en variabele kosten opnoemen
hoe je de totale kostenfunctie kunt opstellen
hoe je de kostenfunctie grafisch kunt weergeven
hoe je het break-even punt kunt bereken en in een grafiek weergeven
Slide 9 - Slide
Hoeveelheidsaanpasser
De producent kan de verkoopprijs van zijn product nauwelijks beïnvloeden.
Slide 10 - Slide
Prijsvariatie
De producent kan de verkoopprijs wel beïnvloeden
Slide 11 - Slide
Constante kosten
Ook wel vaste kosten genoemd, deze kosten veranderen niet met de productieomvang.
Slide 12 - Slide
Voorbeelden constante kosten
Slide 13 - Mind map
Variabele kosten
Variabele kosten hebben een direct verband met de omzet. Deze kosten veranderen met de productieomvang.
Slide 14 - Slide
Voorbeelden van variabele kosten:
Slide 15 - Mind map
Slide 16 - Slide
Slide 17 - Slide
De variabele kosten bedragen $35,- per product. De totale constante kosten bedragen $30.000. De verkoopprijs is $ 75,- per product. De juiste TK functie:
A
TK= 75q+ 30.000
B
TK = 30.000
C
TK = 35q + 30.000
D
TK = 40q + 30.000
Slide 18 - Quiz
De variabele kosten bedragen AWG.2000,- per product. De totale constante kosten bedragen AWG. 1.000.000,-. De verkoopprijs is AWG. 5000,- per product. Geef de TO en de TK functie weer:
Slide 19 - Open question
Break-even-punt
Het break-even-punt is het punt waarbij er geen winst en geen verlies wordt gemaakt.
Dus, bij het break-even-punt geldt: TO = TK
Slide 20 - Slide
Voorbeeld
Stel dat voor een product geldt:
- kosten per product zijn € 5
- er is € 10 aan constante kosten.
- verkoopprijs is € 10 per stuk
Bereken het break-even punt
Slide 21 - Slide
Uitwerking
Stap 1 : Stel de TO-functie op
TO = 10q
Stap 2 : Stel de TK-functie op
TK = 5q + 10
Stap 3: Stel TO = TK ( break-even punt)
10q = 5q + 10
10q + (-5q)=10
5q = 10
q = 10/5 = 2
Slide 22 - Slide
Grafiek
Slide 23 - Slide
De prijs van het product is € 40 Het bedrijf kan maximaal 250 producten maken De totale constante kosten zijn € 3.000 De variabele kosten per product zijn € 16 Bereken het break-even punt en geef dit weer in een grafiek.