Energie bij reacties (Scheikunde havo), les 3: Terugblik quiz

Thermietreactie: zoveel warmte dat het gevormde ijzer vloeibaar wordt (foto: Kingfisher, CC BY-SA 3.0)

EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · REACTIES · ENERGIE

Quiz

Terugblik: Energie bij reacties

1 / 14
next
Slide 1: Slide
New lesson editorScheikundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

This lesson contains 14 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min
Report this lesson

Introduction

Terugblik met elf vragen over exotherm en endotherm, energiediagram, vormingswarmte, ontbrandingstemperatuur, energiebehoud en kwaliteit van energie, met een invulzin en een volgorde.

Items in this lesson

Thermietreactie: zoveel warmte dat het gevormde ijzer vloeibaar wordt (foto: Kingfisher, CC BY-SA 3.0)

EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · REACTIES · ENERGIE

Quiz

Terugblik: Energie bij reacties

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Kingfisher / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0

Welke van deze processen is endotherm?

A

Verbranding van aardgas

B

Een thermietreactie

C

Een brandende lucifer

D

Fotosynthese in een blad

Fotosynthese neemt energie uit zonlicht op: endotherm. De andere drie geven warmte af. Syllabus R5.1.

Je voegt een katalysator toe aan een reactie. Wat verandert in het diagram?

A

Het niveau van de producten ligt lager

B

De top ligt lager, dus Ea wordt kleiner

C

De ΔE wordt een groter negatief getal

D

Het niveau van de beginstoffen ligt hoger

Een katalysator verlaagt alleen de top. Beginstoffen, producten en ΔE blijven gelijk. Syllabus R5.1.

Wat is de vormingswarmte van een element, zoals O₂(g)?

A

Gelijk aan die van het bijbehorende oxide

B

Altijd een negatief getal in Binas

C

0 J mol⁻¹, want er is niets te vormen

D

Altijd een positief getal in Binas

De vormingswarmte van een element is 0. Hierdoor tellen elementen niet mee in de som. Syllabus R5.1 en R5.3.

N₂ + O₂ → 2 NO; NO: +0,90·10⁵ J mol⁻¹. Bereken ΔE.

Producten: 2 × (+0,90·10⁵) = +1,80·10⁵ J; beginstoffen zijn elementen: 0. ΔE = +1,80·10⁵ J, endotherm. Verwachte fouten: de coëfficiënt 2 vergeten (+0,90·10⁵ J) en een negatief teken. Syllabus R5.3.

Wat is de ontbrandingstemperatuur van een brandstof?

A

De minimale temperatuur waarbij de stof gaat branden

B

De temperatuur van de vlam van de brandende stof

C

De temperatuur waarbij de stof smelt of kookt

D

De hoogste temperatuur die bij verbranding wordt bereikt

De ontbrandingstemperatuur is de minimale temperatuur waarbij een brandstof gaat branden. Verwachte fout: de vlamtemperatuur. Syllabus R5.1.

Zet op volgorde: ΔE berekenen met vormingswarmtes

1

Teken en eenheid bij ΔE noteren

2

Vormingswarmtes opzoeken in Binas

3

Reactievergelijking kloppend maken

4

Som producten min som beginstoffen nemen

5

Som van producten en som van beginstoffen bepalen

Werkwijze van de dia's Vormingswarmte en Voorbeeld. Syllabus R5.3.

Wat zegt behoud van energie bij een reactie?

A

Producten hebben evenveel energie als beginstoffen

B

De totale hoeveelheid energie blijft gelijk

C

Alle energie wordt omgezet in nuttige energie

D

Warmte telt niet mee in de energiebalans

Energie wordt omgezet, maar de totale hoeveelheid blijft gelijk. Verwachte fout: denken dat ΔE dan 0 is. Syllabus R5.4 en R&A3.1.

Vul in

De activeringsenergie is het energieverschil tussen de beginstoffen en de overgangstoestand, de top van het diagram.

activeringsenergie
overgangstoestand
reactiewarmte
producten

Begrippen van de dia Het energiediagram. Syllabus R5.1 en R5.2.

Bij 1 mol CH₄ komt 8,91·10⁵ J vrij. Hoeveel J bij 0,50 mol?

Q = 0,50 × 8,91·10⁵ = 4,455·10⁵ J, afgerond op twee significante cijfers 4,5·10⁵ J. Verwachte fout: de hoeveelheid niet meenemen (8,9·10⁵ J). Syllabus R5.3 en R5.4.

Welke energievorm heeft de hoogste kwaliteit?

A

Warmte in koelwater

B

Warmte in de lucht

C

Warmte van een radiator

D

Elektrische energie

Elektrische energie is van hoge kwaliteit; warmte is van lage kwaliteit, ook als die warmte warm is. Syllabus R5.5.

In een diagram is Ea 85 kJ en ΔE −40 kJ. Hoeveel ligt de top boven de producten?

A

125 kJ

B

45 kJ

C

85 kJ

D

40 kJ

Beginstoffen op 0: top op 85 kJ, producten op −40 kJ. De top ligt 85 − (−40) = 125 kJ boven de producten. Verwachte fouten: 85 − 40 = 45, alleen Ea (85) of alleen ΔE (40). Syllabus R5.2.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · REACTIES · ENERGIE

Goed gedaan!

Je kunt een energiediagram lezen, ΔE berekenen met vormingswarmtes en redeneren met energiebehoud en kwaliteit van energie. Kijk de vragen na die fout gingen en zoek het onderdeel op in les 1.

This item has no instructions