8-10-21 1B week 1.4 lesson 2+3

Welcome
Friday 8 October 2021
Thank you for having your books on your desk!
1 / 24
next
Slide 1: Slide
EngelsMiddelbare schoolmavoLeerjaar 1

This lesson contains 24 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 80 min

Items in this lesson

Welcome
Friday 8 October 2021
Thank you for having your books on your desk!

Slide 1 - Slide

Today's lesson

Learning goals
class rules recap
Possessives
Reading
Writing about yourself
Plenary

Slide 2 - Slide

Learning goals
Aan het eind van deze les, kan jij...
-In het Engels bezit aangeven
-informatie uit een leestekst halen
Heb jij...
-Een paar zinnen over jezelf geschreven
Weet jij...
-Wat de klasregels zijn

Slide 3 - Slide

Class rules
  • Jullie komen rustig binnen
  • Jullie hebben je spullen bij je (boeken, schrift, pen, huiswerk...)
  • Spullen niet op orde? - Dan krijg je schrijfwerk.
  • Ipads blijven in de tas
  • Telefoon gaat in de telefoontas. Als er geen telefoontas is in het lokaal, blijft de telefoon in je tas
  • Steek je hand op als je iets wil zeggen / vragen
  • Wees respectvol naar elkaar!

Slide 4 - Slide

Test starter unit -week 1.6
Wat moet je leren voor de toets?

Numbers, the alphabet, days and months, classroom objects, 
To be, prepositions, this / that/ these/ those

Tip: Op It'slearning staan de presentaties van de afgelopen lessen.

Slide 5 - Slide

How to indicate possession
Wat betekent "possession"?

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Bezit 1: Possessive adjectives
 Possessive adjectives worden gebruikt om bezit aan te geven
This is my computer

His: for boys and men
Her: for girls and women
Its: for animals and things

Possessive adjectives  staan voor een zelfstandig naamwoord (noun).
my
your
his / her / its
our
your
their

Slide 8 - Slide

Bezit 2: Possessive pronouns
Possessive pronouns geven ook bezit aan.
Maar deze staan meestal aan het eind van een zin (dus zonder 
zelfstandignaamwoord erna).

whose pen is this? It is mine.

His- for boys and men
Hers - for girls and women
Its - for things

Mine
Yours
His
Hers
Its
Ours
Yours
Theirs

Slide 9 - Slide

Choose the correct word
  1. I forgot my / mine umbrella.
  2. Her car is faster than my / mine.
  3. Your / yours house is very big.
  4. The students forgot their / theirs books.
  5.  Whose bag is this? It's her / hers!

Slide 10 - Slide

Choose the correct word
  1. I forgot my / mine umbrella.
  2. Her car is faster than my / mine.
  3. Your / yours house is very big.
  4. The students forgot their / theirs books.
  5.  Whose bag is this? It's her / hers!

Slide 11 - Slide

Bezit 3: Possessive 's
We use aposthrophe + s to show possession

'S
-Names
-Singular noun
S'
-plural nouns
Charlie's bag is red
The boy's shirt is green

The teachers' names are Mr Lark and Mrs Moore
The boys' shirts are green

Slide 12 - Slide

Fill in: 's / s'
  1. Jack _   water bottle is empty
  2. My parent_  car is red
  3. The computer_  keyboard is broken
  4. My bike _  tyre is flat
  5. Sheila_  hair is blonde

Slide 13 - Slide

Fill in: 's / s' (answers)
  1. Jack 's  water bottle is empty
  2. My parents'  car is red
  3. The computer's  keyboard is broken
  4. My bike's tyre is flat
  5. Sheila's  hair is blonde

Slide 14 - Slide

Practise time - independent work

Student's book: page 6, exercises 1, 2, 3
Workbook: page 4, exercise 3, 4

If not finished: homework



Slide 15 - Slide

Reading practise
Open your workbook on page 11 
  • Look at the pictures
  • Look at the title

What do you think the text is about?
  • Now look at the bold printed (vet gedrukte) words
Do you know what they mean?

Slide 16 - Slide

Reading practise
  • Now read the text - don't worry if you don't understand everything.
  • Then read the questions:

  • Waar wonen Rachel en Ruby?
  • Hoeveel broers en zussen heeft Rachel? En Ruby?
  • Wat wordt er gezegd over het haar van Rachel en Ruby?
  • Welk familielid wordt er aan het eind van de tekst genoemd?




Slide 17 - Slide

Writing about yourself
Je gaat straks zinnen over jezelf schrijven.
Welke woorden / constructies zijn handig om te gebruiken? (gaan we samen naar kijken)
Je zinnen moeten gaan over het volgende:
  • Je leeftijd
  • waar je woont
  • je hobbies
  • je familie
  • hoe je eruit ziet (haar / ogen)

Slide 18 - Slide

Welke zinnen / constructies zijn handig bij het schrijven?

Slide 19 - Slide

I am Roos
I am fourty-four years old
I live in Venlo
My hobbies are walking and eating food!
I have 3 children (I have no brothers or sisters)
I have blond hair / I have curly hair /I have green eyes.

Slide 20 - Slide

Writing about yourself

Je zinnen moeten gaan over het volgende:
  • Je leeftijd
  • waar je woont
  • je hobbies
  • je familie
  • hoe je eruit ziet (haar / ogen)

Slide 21 - Slide

Finish the independent work
SB p6 / ex 1, 2, 3
WB p4 / ex 3, 4
Test on the Starter unit: Thursday 14 October
Learn the numbers, alphabet, days, months and classroom objects

Study To be,
 this / that/ these / those
prepositions


Slide 22 - Slide

Plenary
Let's look at the lesson goals:
Do you....
-Know how to indicate possession?
-Know what you have to learn for the test?
-Know what the classrules are?
Have you...
-Read a text?
-Written some sentences about yourself?

Slide 23 - Slide

Slide 24 - Slide