This lesson contains 38 slides, with interactive quiz and text slides.
Lesson duration is: 80 min
Report this lesson
Items in this lesson
Wat doen we vandaag?
Vragen grammatica?
Bespreken Mandatum 9
Bespreken opdr. 23 en 26
Vervolg H. 31
Slide 1 - Slide
Vragen Grammatica?
Slide 2 - Open question
Geen vragen (meer)?
Maak maar twee rijtjes....
Slide 3 - Slide
Ad Portas
Taalboek blz 113
Hulpboek blz. 57,
Opdracht 23.
Slide 4 - Slide
Opdracht 23
a. Het bijvoeglijk naamwoord maximus is vooraan de zin geplaatst (‘Zeer groot is het aantal (van) doden.’), waardoor het extra nadruk krijgt. Ook de voorafgaande (cladem maximam) en de volgende zin (plurimae) begint hij trouwens met een superlativus: Fabius spaart zijn publiek niet en maakt de grote ernst van de situatie met deze woorden heel duidelijk.
b. Postea…postea.
c. Later is er tijd voor rouw en verdriet, maar nu moet er daadkrachtig opgetreden worden.
d. Hodie (r.27)
e. Privato dolore (r.30-31)
f. Dolore dolete (r.31), vos, viri (r. 31)
Slide 5 - Slide
Scipio
Taalboek blz 114.
Hulpboek blz. 58,
Opdracht 26.
Slide 6 - Slide
Opdracht 26 a-f
a. De Eerste Punische Oorlog duurde van 264 tot 241 v. Chr..
b. De aanvoerder aan Carthaagse zijde was Hamilcar (familienaam Barcas).
c. De Eerste Punische Oorlog leverde voor de Romeinen hun eerste provincie, het eiland Sicilië op.
d. De Tweede Punische Oorlog duurde van 218 tot 201 v. Chr..
e. De aanvoerder aan Carthaagse zijde was Hannibal, zoon van Hamilcar, die de Romeinen verpletterend versloeg in de slag bij Cannae in 216 v. Chr.,
f. maar zelf werd verslagen door de Romeinse generaal Scipio in de slag bij Zama in het jaar 202.
Slide 7 - Slide
Opdracht 26 g-h
g. De Tweede Punische Oorlog leverde voor de Romeinen de macht in het westelijk deel van de Middellandse Zee op.
h. De Derde Punische Oorlog duurde van 149 tot 146 v. Chr. en leverde voor de Romeinen niets op behalve de verwoesting van Carthago.
Slide 8 - Slide
Hulpboek blz. 140
Werkwoord - ppp
Slide 9 - Slide
Slide 10 - Slide
Slide 11 - Slide
Slide 12 - Slide
Slide 13 - Slide
Slide 14 - Slide
Slide 15 - Slide
Slide 16 - Slide
Slide 17 - Slide
Slide 18 - Slide
Slide 19 - Slide
Slide 20 - Slide
Slide 21 - Slide
Slide 22 - Slide
Slide 23 - Slide
Slide 24 - Slide
Hulpboek blz. 141
Maak Mandatum 11, 1-6
en Mandatum 12, 1 en 4.
timer
15:00
Slide 25 - Slide
Mandatum 11, 1-6
Slide 26 - Slide
Mandatum 12 - 1 & 4
1a Het oude landgoed is door de hevige brand verwoest.
b deleta est, villa
c nom ev v
4a De zachte kleren werden, nadat ze in de rivier waren gewassen, door de zon gedroogd.
b lavatae sunt, vestes
c nom mv v
Slide 27 - Slide
Hulpboek blz. 141
Werkwoord- stammen en stamtijden
Slide 28 - Slide
Slide 29 - Slide
Slide 30 - Slide
Slide 31 - Slide
Slide 32 - Slide
Slide 33 - Slide
Slide 34 - Slide
Hulpboek blz. 143
Maak Mandatum 13 even
en Mandatum 14 oneven
timer
15:00
Slide 35 - Slide
Mandatum 13
Slide 36 - Slide
Mandatum 14
1. Zij waren gedood
3. Jij hebt verdiend
5. Het zal opgedragen zijn
7. Jij zult hebben ontvangen/ jij wordt ontvangen
9. Wij zullen richten
11. Hij zal worden teruggeroepen
Slide 37 - Slide
Aan het werk.
Herhaal de grammatica van Thema 1 t/m 5
Maak Hb blz. 143 Mandatum 13 even en Mandatum 14 oneven