Begrippen

Begrippen
In deze lessonUp komen er verschillende begrippen langs aan jullie de taak om de betekenis te geven.
1 / 17
next
Slide 1: Slide
TechniekVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 2

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Begrippen
In deze lessonUp komen er verschillende begrippen langs aan jullie de taak om de betekenis te geven.

Slide 1 - Slide

Wat is een stempel?

Slide 2 - Mind map

Wat is een schaal?

Slide 3 - Mind map

Wat is een bouwraam
A
Een hulpconstructie voor het aangeven van de plaats van een gebouw
B
Een constructie om vanuit een bouwwerk naar buiten te kijken
C
Een hulpmiddel om aan te geven hoe een timmerman afstanden op te lellen
D
Een vorm om te bepalen hoe een metselaar zijn werk moet doen.

Slide 4 - Quiz

Wat is een ander woord voor "Duplexnagel"

Slide 5 - Mind map

Wat is een bouwhaak
A
Een hulpmiddel om plaats aan te geven van een gebouw
B
Een hulpmiddel voor het uitzetten van hoeken.
C
Een tijdelijke constructie om hoogtes aan te geven
D
Een constructie om je jas aan te hangen in de bouw

Slide 6 - Quiz

Wat is het verschil tussen een bouwraam en een bouwjuk?

Slide 7 - Open question

Slide 8 - Mind map

Wat is een "Detail"
A
Een klein onderdeel van een groter geheel
B
Een groot onderdeel van een kleiner geheel
C
Een groter uitgewerkt onderdeel op een tekening
D
een kleiner uitgewerkt onderdeel op een tekening

Slide 9 - Quiz

Wat is een "Bestek"
A
dialect voor "bij je steken"
B
Gereedschap die je tijdens de schaft gebruikt
C
het gebouw en de bijbehorende werkzaamheden
D
geen idee

Slide 10 - Quiz

Slide 11 - Slide

Wat is de aanleg diepte van de fundering?
A
700mm
B
900mm
C
800-p
D
700+p

Slide 12 - Quiz

Slide 13 - Slide

Wat is de opbouw van de fundering
A
Het huis
B
De muren op de fundering
C
De lagen in de fundering
D
De dikte van de fundering

Slide 14 - Quiz

Wat is een luchtspouw?
A
Een ruimte tussen muren
B
Isolatie in een muur
C
verschillende muren
D
ventilatie in een muur

Slide 15 - Quiz

Wat is: "Bovenkant van de afgewerkte begane grondvloer"?
A
P+100
B
P=100
C
P=0
D
P-100

Slide 16 - Quiz


A

Slide 17 - Quiz