Chronische longaandoeningen 1 (versie 2)

Chronische longaandoeningen
VVT
VVT 1, Module 7, hoofdstuk 20
1 / 36
next
Slide 1: Slide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 1

This lesson contains 36 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Chronische longaandoeningen
VVT
VVT 1, Module 7, hoofdstuk 20

Slide 1 - Slide

Opdracht
Werk in een schema uit voor de aandoeningen astma, COPD en longfibrose
omschrijving aandoening, oorzaken, symptomen, behandeling en verpleegkundige zorg en begeleiding.

Als bron dien je het boek VVT 1, module 7.20 te gebruiken!

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Longaandoeningen
en symptomen

Slide 4 - Mind map

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Astma
  1. Bij astma: luchtwegen heftig reageren op bepaalde prikkels en raken daardoor ontstoken. 
  2. De slijmvliezen aan de binnenkant van de luchtwegen zwellen daardoor op. 
  3. Als reactie op de ontsteking trekken de spiertjes die om de luchtwegen heen zitten samen en raken verkrampt. 
  4. Door de ontstane vernauwing van de luchtwegen kan de lucht moeilijker passeren. 
  5. Er ontstaat kortademigheid. 

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Allergisch astma
De meeste mensen met astma zijn allergisch (70 tot 80 %). De astma wordt bij hen uitgelokt door allergische stoffen die zij inademen. Allergisch astma heet ook wel atopisch astma. ‘Atopie’ betekent dat iemand overgevoelig is voor allergenen (stoffen die allergische reacties oproepen). Het lichaam maakt dan de stof histamine aan, die de allergische reactie oproept. 

De zorgvrager krijgt het letterlijk benauwd van deze stoffen.  

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Bij astma:
A
zijn de longen af en toe ontstoken waardoor een astma-aanval op treedt
B
is er sprake van vernauwing van de longen door een allergie
C
zijn de bronchiën altijd ontstoken en reageren daardoor sterker op prikkels, waardoor een astma-aanval kan optreden
D
zijn de bronchiën ontstoken, maar je kunt er wel van genezen

Slide 13 - Quiz

Je collega, Patricia heeft je verteld dat ze astma heeft. Het is voorjaar. Jij hebt avonddienst met Patricia en ze vertelt dat ze op de fiets naar haar werk gekomen. Je ziet dat ze dikke ogen heeft en moet hoesten en niezen. Wat voor soort astma heeft Patricia denk je?
A
Inspanningsastma
B
Allergisch of atopisch astma
C
Niet- allergisch of intrinsiek astma
D
Beroepsastma

Slide 14 - Quiz

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Slide

COPD
  1. COPD is een verzamelnaam voor de ziektebeelden chronische bronchitis en longemfyseem, en luidt voluit chronic obstructive pulmonary disease. 
  2. COPD is een chronische obstructieve longziekte: er is een permanente vernauwing van de luchtwegen. 
  3. De termen chronische bronchitis en longemfyseem worden niet vaak meer gebruikt, omdat meestal sprake is van een combinatie van beide aandoeningen waarbij de term COPD beter past.

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Slide

Hoe wordt de ernst van de COPD bepaald?

Zie kader in boek VVT 1, bij 20.3

Slide 22 - Slide

Slide 23 - Slide

Slide 24 - Slide

Slide 25 - Slide

Slide 26 - Link

Slide 27 - Slide

Slide 28 - Slide

Slide 29 - Slide

altijd aanwezig, dit is bij astma niet zo
waarbij de longen zijn beschadigd door chronische bronchitis en/of longemfyseem
Daardoor ontstaan er littekens en wordt het slijmvlies dikker. De doorgang wordt smaller
Daardoor veranderen de trosjes met longblaasjes in één groot en slap blaasje, waardoor er minder zuurstof kan worden opgenomen in het lichaam.
Bij COPD is de vernauwing in de luchtwegen
COPD is een chronisch longziekte
Bij chronische bronchitis zijn de bronchiën ontstoken.
Bij longemfyseem raken de wanden van de longblaasjes beschadigd

Slide 30 - Drag question

Exacerbatie bij COPD is een plotselinge verergering van de benauwdheidsklachten waarbij het belangrijk is dat de zorgvrager een actieplan heeft, zodat hij weet hoe hij moet handelen
A
Dit is juist
B
Dit is onjuist

Slide 31 - Quiz

Longfibrose
  • Longfibrose is een chronische aandoening waarbij bindweefselvorming in de longen ontstaat. Het longweefsel functioneert daardoor niet meer goed. 
  • Longfibrose begint met een ontstekingsreactie in de longblaasjes. Door de bindweefselvorming wordt de wand van de longblaasjes dikker en kan de zuurstof niet meer goed passeren en opgenomen worden in de bloedsomloop. 
  • Daarnaast wordt door de bindweefselvorming de longinhoud kleiner. Als eenmaal fibrose is opgetreden, is er geen herstel meer mogelijk. De klachten zijn afhankelijk van het aangedane deel en de uitgebreidheid ervan.

Slide 32 - Slide

Slide 33 - Slide

Slide 34 - Slide

Slide 35 - Slide

Wat heb je onthouden
van deze les?

Slide 36 - Mind map