Perfecto vs Indefinido

Perfecto vs Indefinido
1 / 17
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Perfecto vs Indefinido

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

perfecto vs indefinido
perfecto 
signaalwoorden + gebruik
indefinido 
signaalwoorden + gebruik
Hoy, esta mañana, esta semana, ya, , todavía (no), (no) nunca, , alguna vez, últimamente,  muchas/varias veces. 
Het heeft nog (emotionele) betrekking op het heden.
Ayer, anoche, hace tres días, la semana pasada, el año pasado, jaartaal: nací en  1995
Maand,  van het jaar: fue en diciembre 
de repente, 
Afgesloten geheel, afgesloten gebeurtenissen, éénmalige gebeurtenissen.

Slide 4 - Slide

Perfecto 
Indefinido 
Hoy
Ayer
En 2020
El año pasado
Esta tarde
Hace 2 días
Este año 

Slide 5 - Drag question

Slide 6 - Slide

In welke tijd zet je de zin: Ik heb vandaag gewandeld.
A
perfecto
B
indefinido

Slide 7 - Quiz

In welke tijd zet je de zin: Vorig jaar ben ik naar Spanje gegaan.
A
perfecto
B
indefinido

Slide 8 - Quiz

In welke tijd zet je de zin: Hij is drie keer in Barcelona geweest.
A
perfecto
B
indefinido

Slide 9 - Quiz

In welke tijd zet je de zin: Twee dagen geleden heb ik een examen gemaakt.
A
perfecto
B
indefinido

Slide 10 - Quiz

In welke tijd zet je de zin: Vanochtend hebben wij een broodje gegeten.
A
perfecto
B
indefinido

Slide 11 - Quiz

In welke tijd zet je de zin: Hij is nog nooit in Spanje geweest.
A
perfecto
B
indefinido

Slide 12 - Quiz

Vertaal: Vandaag heb ik gewandeld (caminar).

Slide 13 - Open question

Vertaal: Gisteren heb ik gewandeld (caminar).

Slide 14 - Open question

¿Perfecto o Indefinido?

En estas Navidades yo (levantarse) __________ muy tarde cada día.

Slide 15 - Open question


1. La semana pasada Lotte (volver) _________ a España.                               (Presente perfecto o Pretérito indefinido)
2. Este año nosotros no (ir) ______de vacaciones por el virus Corona.             (Presente perfecto o Pretérito indefinido)
3. ¿Quién te (visitar 3e pers. ev) ______ anoche?                                             (Presente perfecto o Pretérito indefinido)
4. Yo (ver) ___________ esta película muchas veces.                                         (Presente perfecto o Pretérito indefinido)
5. Mis hermanas (entrenar)_____________ para un maraton en 2019.               (Presente perfecto o Pretérito indefinido)
6. ¿Por qué tú (ir) ___________ al colegio esta semana?                                     (Presente perfecto o Pretérito indefinido)

Slide 16 - Open question

Pret. perfecto vs indefinido
Challenge
Elige en las oraciones si vamos a usar el indefinido o el pret. perfecto y piensa por qué.

Slide 17 - Slide