hst 10 paragraaf 3 "eenparig versneld"

hst 10.3 "Eenparig versneld"
1 / 44
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo g, t, mavoLeerjaar 4

This lesson contains 44 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

hst 10.3 "Eenparig versneld"

Slide 1 - Slide

leerdoelen
  • Je kunt de afgelegde afstand berekenen van een eenparige beweging.
  • Je kunt de gegevens van een versnelde beweging uit afstand, tijd-tabel verwerken tot een(s,t)-diagram.
  • Je kunt bij een eenparige versnelde beweging de snelheid op ieder willekeurig moment berekenen. 
  • Je kunt voor een eenparige versnelde beweging de gemiddelde snelheid berekenen. 
  • Je kunt de valversnelling beschrijven. 

Slide 2 - Slide

vandaag
herhaling vorige lessen

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Video

Felix Baumgartner
Je zag net een filmpje van Felix Baumgartner die in 2012 een recordpoging deed om de geluidsbarriere te doorbreken. Deze poging was succesvol. 

Hij sprong hierbij van meer dan 39 km naar beneden, gemeten werd 39,045 km. In de vrije val die 4 minuten en 19 seconden duurde, behaalde hij als gevolg van de ijle lucht een recordsnelheid van 1357 km/h

Slide 5 - Slide

Km/h naar m/s
1375 km/h, hoeveel meter legt Felix dan af per seconde?

Daar is een hele simpele
regel voor:
1375 km/h : 3,6 = 381,94 m/s

Slide 6 - Slide

Snel
381,94 meter per seconde. 

Dus dat is (ongeveer) vanaf hier naar de vogido per seconde. 

Dat is snel...

Slide 7 - Slide

Zwaartekracht
Een vallend voorwerp op aarde heeft altijd een valversnelling van 10 m/s^2.  

Dit is de zwaartekracht die aan het voorwerp trekt. 

Slide 8 - Slide

Zwaartekracht en valversnelling
Zwaartekracht = massa x valversnelling

Fz = m x g 

Fz: zwaartekracht in N
m: massa in kg
g: gravitatiekracht (engelse gravity) 10 m/s^2

Slide 9 - Slide

Jouw zwaartekracht?
Neem jouw gewicht in je hoofd, en doe dat keer 10. 

Op aarde heb jij dus een zwaartekracht van ...N

Stel: je weegt 65 kg= 65x10=650N

Slide 10 - Slide

Snelheid
De gemiddelde snelheid bereken je door de afstand te delen door de tijd. 

Vgem= s/t 

s = afstand in meter
t = tijd in seconde

Slide 11 - Slide

Je ziet twee foto's.
Welke van deze twee is (of
zijn) een stroboscopische foto?
A
alleen links
B
alleen rechts
C
zowel links als rechts
D
geen van beide

Slide 12 - Quiz


A
Dit zijn wel stroboscopische foto's
B
Dit zijn geen stroboscopische foto's

Slide 13 - Quiz

Hiernaast zie je een stroboscopische
foto. Tussen elke flits zit 0,4 s.
In hoeveel seconden is deze foto
gemaakt?
A
2,0 s
B
1,6 s
C
1,4 s
D
2,4 s

Slide 14 - Quiz

In de afbeelding hiernaast zie je een stroboscopische foto. tussen elke lichtflits zit 0,04 seconde. Bereken hoeveel tijd er tussen plek a en b zit.

Slide 15 - Open question

Beweging in de stroboscopische foto

Slide 16 - Slide

Je ziet hiernaast een stroboscopische foto.
Wat voor soort beweging maakt de bal
op deze foto?
A
Een constante beweging
B
Een eenparige beweging
C
Een versnelde beweging
D
Een vertraagde beweging

Slide 17 - Quiz

Snelheid omrekenen
van m/s naar--> km/h
A
x 3,6
B
x 100
C
: 3,6
D
: 100

Slide 18 - Quiz

Snelheid omrekenen
12 km/uur --> ? m/s
A
43,2
B
43200
C
3,33
D
0,0033

Slide 19 - Quiz

s
t
v
Snelheid
Afstand
Tijd

Slide 20 - Drag question

Alle eenheden en groten
Schrijf in je schrift en vul aan
Grootheid
Symbool
Eenheid
Symbool
afstand
tijd
snelheid
...

Slide 21 - Slide

Vertraagde beweging
Eenparige beweging
Stroboscopische foto
Versnelde beweging

Slide 22 - Drag question

Met welke formule bereken je gemiddelde snelheid
A
(v)gem=ts
B
Vgem=st
C
s=tv
D
s=vgemt

Slide 23 - Quiz

Wat is de formule om gemiddelde snelheid te berekenen
A
snelheid =afstand : tijd
B
snelheid = tijd : afstand
C
tijd = snelheid x afstand

Slide 24 - Quiz

Wat betekent gemiddelde snelheid?
A
Dat het de werkelijke snelheid is op het moment zelf.
B
Dat het een snelheid is die gerekend is over een bepaalde afstand en tijd.

Slide 25 - Quiz

Henk fietst 40 kilometer in 2,5 uur. Wat was zijn gemiddelde snelheid?
A
16 km/h
B
20 km/h
C
18 km/h
D
14 km/h

Slide 26 - Quiz

Je fietst 7 km in 0,5 uur. Wat is je gemiddelde snelheid?
A
3,5 km / h
B
3,9 m / s
C
14 km / h
D
iets anders

Slide 27 - Quiz

Reken de duur (tijd) van de fietstocht uit:

Fietsroute: 24 kilometer lang
Gemiddelde snelheid: 12 kilometer per uur

A
2 uur
B
20 minuten
C
3 uur
D
30 minuten

Slide 28 - Quiz

Na de start bereikt de TGV (hoge snelheids trein) in 3 minuten een snelheid van 88,3 m/s.

Bereken de gemiddelde snelheid in m/s
A
29,4 m/s
B
264,9 m/s
C
44,2 m/s

Slide 29 - Quiz

Een schaatser sprint de 500 meter in 35 seconden. Was is zijn gemiddelde snelheid in km/h ongeveer?
A
14 km/h
B
51 km/h
C
35 km/h
D
26 km/h

Slide 30 - Quiz

Je woont 3 km van school, je fietst er 10 minuten over. Wat is je gemiddelde snelheid in km/u ?
A
30 km/u
B
18 km/u
C
Geen idee
D
Ander antwoord

Slide 31 - Quiz

hst 10.3

Slide 32 - Slide

10.3 - Eenparig versneld
Gemiddelde snelheid ligt precies
halverwege begin- en eindsnelheid in.

We werken dan met de gemiddelde snelheid (vgem).

Slide 33 - Slide

10.3 - Eenparig versneld
vgem=2(vb+ve)
s=vgemt

Slide 34 - Slide

10.3 - Eenparig versneld
De versnelling is op elk moment even groot.

Dus 
a=t(vevb)

Slide 35 - Slide

leeg v,t diagram 
diagram 

Slide 36 - Slide

snelheid uitgezet tegen de tijd

Slide 37 - Slide

Slide 38 - Slide

Sleep de grootheden en eenheden naar de juiste assen.
Tijd
M/s
Seconden
snelheid

Slide 39 - Drag question

eenparige beweging

Slide 40 - Slide

Lijn in het diagram

Versnelling (links): de snelheid neemt toe in de tijd, dus de snelheid wordt hoger en versnelt. Vertraging (rechts): de snelheid neemt af in de tijd, dus de snelheid wordt lager en vertraagt.


  




Slide 41 - Slide

Lijn in het diagram

Het is zelfs zo dat de snelheid gelijkmatig toeneemt met in de (gelijkmatig toenemende) tijd. 


Dit noemen we een eenparig

versnelde beweging of een

constante versnelling.




Slide 42 - Slide

opdrachten maken
V,T DIAGRAMMEN                                                 SOORTEN BEWEGING

Slide 43 - Slide

aan de slag
lezen en maken 10.3

Slide 44 - Slide