This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 20 min
Items in this lesson
Cicero Ad Atticum 12.14 eerste deel
Slide 1 - Slide
Pak nu je boek erbij en gebruik de aantekeningen bij de tekst!
Gestreepte tekst staat al op OneNote!
Slide 2 - Slide
Cicero schreef "Ad Atticum 12.14" in 45 v. Chr. Dit was:
A
Voordat hij politiek actief werd
B
Nadat hij politiek actief was
C
Voor de dood van Julius Caesar
D
In de tijd dat Cicero M. Antonius zwart maakte
Slide 3 - Quiz
Cicero schreef "Ad Atticum 12.14" omdat
A
Zijn dochter net gestorven was
B
Hij Atticus miste
C
Hij politiek niets meer voorstelde
D
Hij nou eenmaal dagelijks naar Atticus schreef
Slide 4 - Quiz
AANHEF: Scr. Asturae VIII Id. Mart. an. 45 (Cicero Attico sal.)
ZIE blz. 156 in je boek!
Dagaanduiding: 8 dagen voor de Ides (15e) maart, dus (inclusief tellen: 15 maart is dag 1) dan kom je op 8 maart uit. Romeinen tellen altijd de dagen voor iets.
A
Geschreven te Astura op 8 dagen voor de Iden van maart
B
Geschreven te Astura op 8 maart 45 v.C. (Cicero groet Atticus)
C
Geschreven in Tusculum
D
Geschreven in Latium
Slide 5 - Quiz
1 De me excusando apud Appuleium dederam ad te pridie litteras.
Lees dit!
Maar eigenlijk is A ook goed!
A
Om me te excuseren bij Appuleius had ik je gisteren een brief geschreven.
B
Over het aanbieden van mijn veronstchuldigingen had ik gisteren aan Appuleius een brief geschreven.
C
Over het aanbieden van mijn verontschuldigingen aan Appuleius had ik je gisteren een brief geschreven.
Slide 6 - Quiz
Nihil esse negoti arbitror.
Lees dit!
Misschien is B ook wel goed, betekent eigelijk hetzelfde..... Maar negoti = genitivus bij NIHIL, dus A is letterlijker
A
Ik denk dat het geen last (moeilijkheden) oplevert.
B
Ik denk niet dat het last (moeilijkheden) oplevert.
C
Ik beschouw het als iets niet moeilijks
Slide 7 - Quiz
Quemcumque appellaris, nemo negabit.
A
Op wie je ook maar een beroep hebt gedaan, niemand zal weigeren.
B
Op wie je ook maar een beroep zult hebben gedaan, niemand zal weigeren.
C
Op wie je ook maar een beroep hebt gedaan, niemand weigert.
Slide 8 - Quiz
Sed Septimium vide et Laenatem et Statilium; tribus enim opus est.
A
Maar zoek Septimius op en Laenas en Statilius; er zijn immers drie mensen nodig.
B
Maar je ziet Septimius en Laenas en Statilius; want er is werk voor drie mensen.
C
Maar Septimius zoekt Laenas op en Statilius; want er zijn 3 mensen nodig
Slide 9 - Quiz
Sed mihi Laenas totum receperat.
A
Maar Laenas had voor mij alles afgehandeld.
B
Maar Laenas heeft mij beloofd alles af te handelen
C
Maar Laenas had mij beloofd alles af te handelen.
Slide 10 - Quiz
5 Quod scribis a Iunio te appellatum, omnino Cornificius locuples est;
A
Wat betreft het feit dat je schrijft dat je door Junius bent aangesproken, Cornificius is hoe dan ook rijk;
B
Wat je schrijft over Junius dat je bent aangesproken, Cornificius is hoe dan ook rijk;
C
Omdat je schrijft dat je door Junius bent aangesproken, Cornificius is hoe dan ook rijk;
Slide 11 - Quiz
sed tamen scire velim quando dicar spopondisse, et pro patre anne pro filio.
Lees dit!
C is wat er letterlijk staat in het Latijn. Maar dat is dus een NcI (nom is hier het onderwerp van dicar (ik) en de inf. is spopondisse). NcI vertaal je net als AcI en AcP met een "dat"- zin in het Nederlands
A
maar toch wil ik weten wanneer ik mij, naar men zegt, borg heb gesteld, en of [dit was] voor de vader of voor de zoon.
B
maar toch zou ik willen weten wanneer ik mij, naar men zegt, borg heb gesteld, en of [dit was] voor de vader of voor de zoon.
C
maar toch zou ik willen weten wanneer ik gezegd word mij borg gesteld te hebben , of voor de vader of voor de zoon.
Slide 12 - Quiz
Neque eo minus, ut scribis, procuratores Cornifici et Appuleium praediatorem videbis.
Lees dit!
scribis > scribere: scrib- is de stam, dus scribis = praes!
A
Maar niet des te minder moet je maar, zoals je zult schrijven, de zaakwaarnemers van Cornificius en Appuleius, de opkoper van landgoederen, opzoeken.
B
Desalniettemin moet je maar, zoals je schrijft, de zaakwaarnemers van Cornificius en Appuleius, de opkoper van landgoederen, opzoeken.
C
Desalniettemin zul je , zoals je schrijf, de zaakwaarnemer van Conficius en Appuleius, de opkoper van landgoederen, zien.
Slide 13 - Quiz
Hoe ging dit?
😒🙁😐🙂😃
Slide 14 - Poll
Neem nu de rest van brief 12.14 door met de bespreekfilmpjes van een collega. Ze staan naast de tekst op OneNote!