Literatuurgeschiedenis van de middeleeuwen: Ridderromans

Literatuurgeschiedenis van de middeleeuwen

Ridderromans
1 / 25
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Literatuurgeschiedenis van de middeleeuwen

Ridderromans

Slide 1 - Slide

Wat weet je nog van de vorige lessen? Noem minimaal drie begrippen.

Slide 2 - Mind map

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Wat is een verschil tussen Arturromans en Karelepiek?
A
Karelepiek gaat over hoofse liefde.
B
Karelepiek gaat over over trouw aan de leenheer.
C
Arturromans gaan over hoofse liefde.
D
Arturromans gaan over het veroveren van grondgebied.

Slide 7 - Quiz

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

Welke twee belangrijke functies hadden ridderromans?
A
Vermaak en educatie
B
Vermaak en afschrikken
C
Vermaak en godsdienst verkondigen
D
Afschrikken en educatie

Slide 16 - Quiz

Aan de slag
Er volgen eerst twee filmpjes over de inhoud van Karel ende Elegast (Karelepiek) en Ferguut (Arthurroman). Deze kun je met in de les bekijken met oortjes in. Als je geen oortjes hebt, bekijk je ze later thuis. 

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Video

Slide 19 - Video

Gebruik bij deze opdracht pagina 188 - 189
In Karel ende Elegast speelt trouw een belangrijke rol. Aan wie is Karel trouw en aan wie is Elegast trouw?

Slide 20 - Open question

Gebruik bij deze opdracht pagina 188 - 189
Waarom zijn beide vormen van trouw zo belangrijk in de middeleeuwen?

Slide 21 - Open question

Gebruik bij deze opdracht pagina 188 - 189
Welke rol speelt trouw volgens jou in onze eigen tijd? Licht je antwoord toe.

Slide 22 - Open question

Gebruik bij deze opdracht pagina 188 - 189
Wat is het verschil tussen een hoofse ridder en een niet-hoofse ridder?

Slide 23 - Open question

Na het volgen van deze les:
A
Begrijp ik wat een ridderroman is en kon ik de opdracht goed maken.
B
Begrijp ik wat een ridderroman is, maar had ik (een beetje) moeite met de opdracht.
C
Weet ik nog niet zo goed wat een ridderroman is en had ik moeite met de opdracht.
D
Snap ik er nog helemaal niets van.

Slide 24 - Quiz

Welke vraag/vragen heb jij nog na het volgen van deze les?

Slide 25 - Open question