Kennisdialoog in de zorg

Lesdag 5: Kennisdialoog in de zorg

1 / 26
next
Slide 1: Slide
New lesson editorVerzorgendeMBOStudiejaar 3

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes and text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

Lesdag 5: Kennisdialoog in de zorg

Open de les met het verschil tussen een gewone presentatie en een kennisdialoog: bij een kennisdialoog staat samen leren centraal.

Lesdoel

Ik kan uitleggen hoe je een kennisdialoog voorbereidt, uitvoert en koppelt aan de praktijk in de zorg.

This item has no instructions

Welk woord past voor jou bij een kennisdialoog?

Gebruik de woordwolk om voorkennis op te halen. Vraag door op woorden als gesprek, samenwerken, luisteren, praktijk en kennis.

Wat is een kennisdialoog?

Een kennisdialoog is een gesprek waarin je samen leert over een onderwerp uit de zorg.


  • je deelt kennis

  • je bespreekt ervaringen uit de praktijk

  • je stelt vragen aan elkaar

  • je denkt samen na over een situatie of probleem

  • je doet nieuwe ideeën en inzichten op

Benadruk dat het niet gaat om 'het goede antwoord geven', maar om samen betekenis geven aan theorie en praktijk.

Geen presentatie, wel gesprek

Bij een kennisdialoog geef je geen lange presentatie.


Het belangrijkste is dat de groep met elkaar in gesprek gaat over een onderwerp uit de zorg en samen leert van kennis, ervaringen en voorbeelden uit de praktijk.

Leg expliciet het verschil uit: presenteren is zenden, een kennisdialoog is uitwisselen.

Waar gaat de opdracht over?

Jullie werken met de casus van Dhr. Nahari en met de opdracht over deskundigheidsbevordering uit het vorige blok.


De kennisdialoog helpt om:

  • een zorgonderwerp beter te begrijpen

  • theorie te koppelen aan BPV en praktijk

  • samen na te denken over wat een verzorgende IG kan doen

Noem Dhr. Nahari als gezamenlijke casus die de theorie concreet maakt.

Samenwerking in het groepje

Je werkt in een groepje van 2 of 3 studenten.


Samen kies je een onderwerp dat:

  • past bij de casus van Dhr. Nahari

Maak duidelijk dat de keuze relevant moet zijn voor de zorgpraktijk, niet zomaar een los onderwerp.

Kies een passend onderwerp

Voorbeelden van onderwerpen:

  • kijk naar de ingeleverde opdracht van vorige les (les 4 casus Nahari); haal daar een onderwerp uit!

Laat zien dat onderwerpen zowel gedrag, communicatie als veiligheid kunnen raken, zolang de koppeling met zorgpraktijk duidelijk is.

Stap 1: zoek informatie

Zoek een betrouwbare bron over jullie onderwerp.


Dat kan een artikel, filmpje, website of andere bron zijn die helpt om meer over het onderwerp te leren.

Je kunt kort benoemen wat een bron betrouwbaarder maakt, zoals een bekende zorgorganisatie, onderwijsinstelling of vakwebsite.

Wat haal je uit de bron?

De bron is niet alleen iets om te laten zien.


De kern is: wat leer je eruit?


Kies daarom een bron die duidelijke informatie geeft over het onderwerp en bruikbaar is voor de zorgpraktijk.

Veel studenten kiezen snel een bron, maar verwerken de inhoud nog niet. Leg de nadruk op begrijpen in plaats van verzamelen.

Stap 2: koppel aan de praktijk

Verbind het onderwerp daarna met:

  • de BPV

  • de casus van Dhr. Nahari

  • jullie eigen ervaringen in de zorg


Zo wordt duidelijk waarom het onderwerp belangrijk is voor een verzorgende IG.

Benadruk dat theorie pas echt waarde krijgt als studenten laten zien waar zij die terugzien in de praktijk.

Praktijkvragen die helpen

Gebruik vragen zoals:

  • Komt dit onderwerp voor op mijn BPV?

  • Heb ik hier zelf ervaring mee?

  • Hoe gaan ze hiermee om op mijn afdeling?

  • Wat vind ik lastig?

  • Wat wil ik beter leren?

  • Wat kan ik leren van mijn klasgenoten?

Deze vragen helpen studenten om niet algemeen te blijven praten, maar hun onderwerp concreet te maken.

Stap 3: organiseer het gesprek

Een kennisdialoog draait om actieve deelname.


Daarom kies je een activerende werkvorm die ervoor zorgt dat de klas meedenkt, reageert en ervaringen deelt.

Benadruk dat de werkvorm het gesprek moet openen en verdiepen, niet alleen voor afwisseling bedoeld is.

Voorbeelden van werkvormen

Mogelijke werkvormen zijn:

  • een stelling

  • een dilemma

  • een korte casus

  • een quiz of kahoot

  • een placemat

  • situatiekaartjes


De vorm moet passen bij jullie onderwerp.

Laat eventueel per voorbeeld kort horen waarvoor die werkvorm geschikt is: meningen, keuzes, kennis of praktijkvoorbeelden.

Doel van de werkvorm

De werkvorm is geslaagd als studenten:

  • nadenken over de situatie

  • hun mening of ervaring delen

  • naar elkaar luisteren

  • samen zoeken naar een passende aanpak in de zorg

Leg uit dat de kwaliteit van het gesprek belangrijker is dan een spectaculaire vorm.

Stap 4: van bron naar praktijk

Na de werkvorm kijk je samen terug naar de bron en naar de praktijk.


De kennisdialoog draait dan om drie vaste stappen:


Wat zegt onze bron?

↓

Herkennen we dit in de praktijk?

↓

Wat kunnen wij hiermee als verzorgende IG?

Dit drieslag-model is de kern van de opdracht. Herhaal deze formulering letterlijk, zodat studenten hem kunnen onthouden.

De drie kernvragen

Wat hebben we geleerd uit onze bron?


Vertel in eenvoudige woorden wat de belangrijkste informatie is.

Uit de bron leren

Herkennen we dit in de praktijk?


Wat kunnen wij hiermee als verzorgende IG?


Maak de koppeling met BPV, Dhr. Nahari en het handelen in de zorg.

Naar de zorgpraktijk

Benadruk dat stap 4 meer is dan samenvatten: studenten moeten ook laten zien wat de informatie betekent voor hun handelen.

Welke werkvorm zou jij kiezen en waarom?

Goede antwoorden noemen een werkvorm die het gesprek opent, zoals een stelling, dilemma, casus of placemat, én leggen uit hoe die past bij het onderwerp.

Voorbeeld: onbegrepen gedrag

Een bron kan uitleggen dat onbegrepen gedrag ontstaat doordat een cliënt bijvoorbeeld:

  • pijn heeft

  • bang is

  • niet begrijpt wat er gebeurt


Dan kijk je in de praktijk of je zulke signalen herkent.

Noem dat gedrag vaak een betekenis heeft en niet zomaar 'lastig gedrag' is.

Van voorbeeld naar handelen

Als een cliënt boos wordt tijdens de verzorging, kijk je eerst waarom dit gebeurt.


Mogelijke oorzaken zijn:

  • pijn

  • schaamte

  • onduidelijkheid over wat je gaat doen


Zo verbind je theorie aan zorgzaam handelen.

Leg uit dat de student hiermee laat zien hoe kennis uit een bron helpt om beter naar gedrag te kijken.

Stap 5: bespreek na

Sluit de kennisdialoog af met een korte nabespreking.


Kijk samen terug op wat jullie hebben geleerd en wat bruikbaar is voor de BPV.

Maak duidelijk dat de afronding helpt om opbrengsten van het gesprek zichtbaar te maken.

Wat neem je mee?

Bij de afronding kun je terugkijken op:

  • wat je hebt geleerd

  • wat nieuw was

  • welk inzicht is veranderd

  • wat je meeneemt naar de BPV

  • welke vragen nog openstaan

  • wat je verder wilt onderzoeken

Noem dat open vragen niet fout zijn; ze laten juist zien dat verder leren nodig blijft in de zorg.

Wanneer is het goed gelukt?

Het eindresultaat is geslaagd als jullie:

  • een passend onderwerp hebben gekozen

  • een betrouwbare bron hebben gevonden

  • theorie aan praktijk hebben gekoppeld

  • een actieve werkvorm hebben gebruikt

  • echt gesprek met de groep hebben gevoerd

  • hebben benoemd wat je leert voor de BPV

Gebruik deze slide als samenvattende succescriteria van de opdracht.

De kern om te onthouden

Een kennisdialoog is geen lange presentatie.


Het gaat om:

  • samen leren

  • vragen stellen

  • ervaringen delen

  • luisteren naar elkaar

  • theorie toepassen op de zorgpraktijk

Je hoeft niet alle antwoorden al te hebben.

Sluit af met de boodschap dat professionele groei in de zorg juist ontstaat door samen te onderzoeken en te reflecteren.

Aan de slag!

Verlaat het lokaal en zoek een rustige plek met je groepje. Zo voorkom je dat je de voorbereiding van andere groepjes hoort.


Werk de voorgaande stappen van de kennisdialoog uit en bereid je voor. Op de afgesproken tijd gaan we de kennisdialogen oefenen in de klas ter voorbereiding op het examen.

Sluit af met de boodschap dat professionele groei in de zorg juist ontstaat door samen te onderzoeken en te reflecteren.

Wat is voor jou het lastigste onderdeel van een kennisdialoog?

1

Onderwerp kiezen

2

Bron zoeken

3

Gesprek leiden

4

Praktijk koppelen

This item has no instructions