basisstof 1 en basisstof 2

basisstof 1 en basisstof 2
1 / 18
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

basisstof 1 en basisstof 2

Slide 1 - Slide

1 antwoord voldoende
Wat is biologie?

Slide 2 - Mind map

Wat wil je leren bij biologie dit jaar?
1 antwoord voldoende

Slide 3 - Open question

leerdoelen deze les.
-aan het einde van de les weet je wat een organisme is.
- aan het einde van de les weet je de levensverschijnselen en begrijp je de begrippen levend, dood en levenloos.
- aan het einde van de les weet je wat natuurgetrouw is en schematisch.
- aan het einde van de les kan je benoemen wat een dwarsdoorsnede is en lengtedoorsnede.
- aan het einde van de les heb je van de tekenregels gehoord.

Slide 4 - Slide

organisme

alle levende dingen op aarde (levende wezens) worden organismes genoemd.
denk hierbij aan dieren, planten maar ook schimmels en bacterieen.

Slide 5 - Slide

Wat maakt iets levend?

om iets een levend organisme te mogen noemen moet hij levensverschijnselen vertonen.

wat zijn levensverschijnselen? 

Slide 6 - Slide

7 levensverschijnselen.

Slide 7 - Slide

levend-dood-levenloos.
levend is een organisme die levensverschijnselen vertoond.
dood is een organisme die levensverschijnselen heeft vertoond.
levenloos heeft nooit levensverschijnselen vertoond.

Slide 8 - Slide

mag je iets levenloos een organisme noemen?
timer
1:00
A
ja
B
nee

Slide 9 - Quiz

timer
2:30
Levend
Dood
levenloos

Slide 10 - Drag question

tekenregels.
lees de regels door en schrijf ze eventueel als extra opdracht op je schrift.

je hoeft ze dus niet na te tekenen!


Slide 11 - Slide

natuurgetrouwe tekening
schematische tekening
hint:
noteer de verschillen

Slide 12 - Slide

leer goed wat wat is. (niet overtekene)

Slide 13 - Slide

tekenregels.
-Maak grote tekeningen op wit A4 papier. Twee tekeningen maximaal op een zijde.
- Gebruik een scherp HB-potlood
-Niet tekenen met stift of pen
-Teken eerst met dunne lijnen de omtrek, dan de andere delen. Daarna kun je ze duidelijker maken. Let op: Niet schetsen!
-Alleen tekenen wat je ziet. Let ook op de juiste verhoudingen.
niet zelf tekenen nu.

Slide 14 - Slide

Tekening: dus niet arceren, want in de cel lopen niet allemaal lijnen...

Slide 15 - Slide

tekenregels.
-Teken niet te ingewikkeld
-Zet in een hoek boven je tekening een titel (of welke opdracht het is) . Verder zet je daar netjes onder elkaar de volgende zaken: Schematische of natuurgetrouw?
Dwarsdoorsnede/lengtedoorsnede/buitenaanzicht?
Vergroting?

niet zelf tekenen nu.

Slide 16 - Slide

Benoem de onderdelen. Geef ze aan met horizontale lijnen (liniaal). Schrijf naast het lijntje, niet er op!

Slide 17 - Slide

opdrachten deze week.

1, 2,3, en 4  uit het werkboek 
(digitaal antwoorden in je schrift)

begrippenlijst: 1.1 en 1.2
(in snelhechter)
extra opdrachten.


noteer de tekenregels in je aantekeningen schrift.

Slide 18 - Slide