Les 4, deel 1/3: Oude gebouwen in een nieuw jasje

Les 4: Oude gebouwen in een nieuw jasje
DEEL 1
1 / 19
next
Slide 1: Slide
WoordenschatWereldoriëntatie+1BasisschoolGroep 6

This lesson contains 19 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 15 min
Report this lesson

Items in this lesson

Les 4: Oude gebouwen in een nieuw jasje
DEEL 1

Slide 1 - Slide

NB:
Dit lesmateriaal is tot stand gekomen in de periode 2021 - 2024 in het project UGO (Utrecht Gelijke Onderwijskansen) op basis van het curriculum van de voormalig Brede School Academie (BSA) Utrecht en in samenwerking met de gemeente Utrecht en de Utrechtse schoolbesturen PCOU Willibrord, SPO Utrecht en KSU. Het project UGO eindigt op 1 oktober 2024.
 
       weet je wat meer over architectuur en de
       Inktpot in Utrecht;

       heb je kennisgemaakt met tien nieuwe
       woorden.
 
     Aan het eind van dit deel van de les:

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

de introductie op de tekst
de introductie <br />
de woordenschat
terugblikken en vooruitkijken

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Architectuur
Architectuur is de 'kunst' van het ontwerpen van gebouwen. En een architect is iemand die gebouwen ontwerpt. Aan de architectuur kun je zien wat mensen mooi vonden in de tijd dat het gebouw werd ontworpen. Ook oude gebouwen kunnen nu nog heel mooi zijn!

Wat weet jij al over architectuur? In de volgende slide kun je invullen wat je er al van weet.
de introductie <br />
de woordenschat
terugblikken en vooruitkijken

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Vul in waar jij aan denkt bij dit onderwerp.
architectuur
de introductie <br />
de woordenschat
terugblikken en vooruitkijken

Slide 5 - Mind map

This item has no instructions

het introductiefilmpje
Vóórdat je in deel 2 van de les de tekst gaat lezen, ga je dit filmpje bekijken.
In het filmpje zie je de Inktpot in Utrecht; een groot en oud gebouw, gemaakt van wel 22 miljoen bakstenen!

Klik op link onder de afbeelding om het filmpje te starten.
de introductie <br />
de woordenschat
terugblikken en vooruitkijken

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Vragen beantwoorden
In deze lessen ga je vaak vragen beantwoorden:
     Van sommige vragen staat het antwoord in de tekst of hoor of zie je het 
     antwoord in het introductiefilmpje. Dit zijn de lees- en kijkvragen.
     Bij andere vragen is dat niet zo. Daarop vind je je antwoord door goed na te
     denken over de informatie uit de tekst of het introductiefilmpje. Die vragen 
     noemen we denkvragen.

de introductie<br />
de woordenschat<br />
terugblikken en vooruitkijken<br />
Bij deze lessen hoort een hand-out met uitleg over hoe je op een goede manier antwoord geeft op de denkvragen. Vraag ernaar bij je leerkracht en maak steeds gebruik van de tips. Die gelden natuurlijk ook voor andere vragen!

Slide 7 - Slide

Print de hand-out 'Denkvragen beantwoorden' voor je leerlingen uit en besteed er deze 1e les van het blok veel aandacht aan.

Het is de bedoeling dat de leerlingen steeds gebruik maken van de tips en handvaten die in de hand-out geboden worden en zich deze manier van antwoord geven eigen gaan maken.

Benoem dit regelmatig bij de open vragen.

Waarom heeft dit gebouw de (bij)naam 'de Inktpot'?
de introductie <br />
de woordenschat
terugblikken en vooruitkijken

Slide 8 - Open question

Het gebouw heeft die bijnaam omdat iedereen het moderne nieuwe kantoor veel vond lijken op een (ouderwetse) inktpot.

En, vind jij de Inktpot een mooi gebouw? Leg uit.
de introductie <br />
de woordenschat
terugblikken en vooruitkijken

Slide 9 - Open question

This item has no instructions

woordenschat
de introductie <br />
de woordenschat
terugblikken en vooruitkijken

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

de uitstraling
tegenwoordig
in eerste instantie
inmiddels
hergebruiken
In de tekst die je in deel 2 van deze les gaat lezen, leer je tien nieuwe woorden.
Hier zie je alvast de eerste vijf:
<span style="color:rgb(23, 97, 151)"><span style="font-weight:bold">Woord: </span>tegenwoordig&nbsp;</span><div><span style="color:rgb(23, 97, 151)"><span style="font-weight:bold">Betekenis</span>: in deze tijd</span></div><div><span style="color:rgb(23, 97, 151)"><span style="font-weight:bold">Voorbeeldzin</span>: <i>Vroeger stuurden mensen elkaar brieven, maar tegenwoordig gebruiken de meeste mensen vooral e-mail.&nbsp;</i></span></div>
4
<span style="color:rgb(23, 97, 151)"><span style="font-weight:bold">Woord</span>: inmiddels</span><div><span style="color:rgb(23, 97, 151)"><span style="font-weight:bold">Betekenis</span>: in de tussentijd<br /></span></div><div><span style="color:rgb(23, 97, 151)"><span style="font-weight:bold">Voorbeeldzin</span>: <i>Toen ik klein was, kon ik nog niet lezen. Inmiddels kan ik dat wel en lees ik veel boeken.&nbsp;</i></span></div>
1
<span style="color:rgb(23, 97, 151)"><span style="font-weight:bold">Woord</span>: hergebruiken</span><div><span style="color:rgb(23, 97, 151)"><span style="font-weight:bold">Betekenis</span>: opnieuw gebruiken</span></div><div><span style="color:rgb(23, 97, 151)"><span style="font-weight:bold">Voorbeeldzin</span>: <i>Deze potjes waar bonen in hebben gezeten, kan ik goed hergebruiken om mijn schroefjes en spijkers in op te bergen.</i></span></div>
2
<span style="color:rgb(23, 97, 151)"><span style="font-weight:bold">Woord</span>: in eerste instantie</span><div><span style="color:rgb(23, 97, 151)"><span style="font-weight:bold">Betekenis</span>: in het begin</span></div><div><span style="color:rgb(23, 97, 151)"><span style="font-weight:bold">Voorbeeldzin</span>: <i>In eerste instantie vond ik breien erg moeilijk, maar ik ben er steeds beter in geworden en ik heb nu al een trui gebreid.</i></span></div>
3
<span style="color:rgb(23, 97, 151)"><span style="font-weight:bold">Woord</span>: de uitstraling&nbsp;</span><div><span style="color:rgb(23, 97, 151)"><span style="font-weight:bold">Betekenis</span>:&nbsp; de indruk die iets of iemand op anderen maakt</span></div><div><span style="color:rgb(23, 97, 151)"><span style="font-weight:bold">Voorbeeldzin</span>: <i>Onze meester heeft een strenge uitstraling. In de klas luistert iedereen meteen naar hem.&nbsp;</i></span></div>
5
Klik op het nummer bij het woord om
de betekenis van het woord en een
voorbeeldzin te laten verschijnen.
Klik op het geluidsfragment om het woord te beluisteren.
de introductie <br />
de woordenschat
terugblikken en vooruitkijken

Slide 11 - Slide

Kernbegrippen uit de tekst:
  • hergebruiken
  • de bestemming

(zie ook 4.2.1 van de 'Algemene handleiding PO')

het evenement
ouderwets
het viaduct
de bestemming
het pand
En hier de tweede helft van de nieuwe woorden:
<span style="color:rgb(23, 97, 151)"><span style="font-weight:bold">Woord</span>: het pand</span><div><span style="color:rgb(23, 97, 151)"><span style="font-weight:bold">Betekenis</span>: het gebouw<br /><span style="font-weight:bold">Voorbeeldzin</span>: <i>De Rietendakschool zit in een mooi pand met een dak van riet erop.</i></span></div>
6
<span style="color:rgb(23, 97, 151)"><span style="font-weight:bold">Woord</span>: de bestemming</span><div><span style="color:rgb(23, 97, 151)"><span style="font-weight:bold">Betekenis</span>: waar iets voor wordt gebruikt</span></div><div><span style="color:rgb(23, 97, 151)"><span style="font-weight:bold">Voorbeeldzin</span>: We weten nog niet welke bestemming deze kamer in ons nieuwe huis krijgt: misschien wordt het een slaapkamer en anders de speelkamer.</span></div>
7
<span style="color:rgb(23, 97, 151)"><span style="font-weight:bold">Woord</span>: het evenement</span><div><span style="color:rgb(23, 97, 151)"><span style="font-weight:bold">Betekenis</span>: de gebeurtenis die bedoeld is voor veel mensen</span></div><div>
</div><div><span style="color:rgb(23, 97, 151)"><span style="font-weight:bold">Voorbeeldzin</span>: <i>Tijdens de zomervakantie worden er in de stad verschillende evenementen voor kinderen georganiseerd.&nbsp;</i></span><br /></div>
8
<span style="color:rgb(23, 97, 151)"><span style="font-weight:bold">Woord</span>: ouderwets</span><div><span style="color:rgb(23, 97, 151)"><span style="font-weight:bold">Betekenis</span>: van vroeger</span></div><div><span style="color:rgb(23, 97, 151)"><span style="font-weight:bold">Voorbeeldzin</span>: <i>Het is ouderwets om op een wagen te rijden met een paard ervoor. Nu reizen mensen meestal met de auto.&nbsp;</i></span></div>
9
<span style="color:rgb(23, 97, 151)"><span style="font-weight:bold">Woord</span>: het viaduct</span><div><span style="color:rgb(23, 97, 151)"><span style="font-weight:bold">Betekenis</span>: de brug over een weg heen<br /></span><div><span style="color:rgb(23, 97, 151)"><span style="font-weight:bold">Voorbeeldzin</span>: <i>Wanneer de trein bijna bij Utrecht is, rijdt hij over een viaduct, zodat de auto's en fietsers op de weg niet hoeven te wachten.</i></span></div></div>
10
Klik ook hier op het nummer bij het woord om de betekenis van het woord en een voorbeeldzin te laten verschijnen.
Klik op het geluidsfragment om het woord te horen.
de introductie <br />
de woordenschat
terugblikken en vooruitkijken

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Spelen met de woorden: memory!
Klik links op de torenkaartjes en lees de betekenis die dan verschijnt. Kijk aan de rechterkant welk woord erbij hoort. Klap het torenkaartje eerst dicht en sleep het dan naar het bijbehorende woord aan de rechterkant.

de introductie <br />
de woordenschat
terugblikken en vooruitkijken
<div><span style="font-weight:bold;color:rgb(65, 119, 165)"><br /></span></div><span style="font-weight:bold;color:rgb(65, 119, 165)">inmiddels</span><div><span style="font-weight:bold;color:rgb(65, 119, 165)"><br /></span></div>
<div><span style="color:rgb(65, 119, 165);font-weight:bold"><br /></span></div><span style="color:rgb(65, 119, 165);font-weight:bold">hergebruiken</span><div><span style="color:rgb(65, 119, 165);font-weight:bold"><br /></span></div>
<div><span style="font-weight:bold;color:rgb(65, 119, 165)"><br /></span></div><span style="font-weight:bold;color:rgb(65, 119, 165)">de uitstraling</span><div><span style="font-weight:bold;color:rgb(65, 119, 165)"><br /></span></div>
<div><span style="font-weight:bold;color:rgb(65, 119, 165)"><br /></span></div><span style="font-weight:bold;color:rgb(65, 119, 165)">de bestemming</span><div><span style="font-weight:bold;color:rgb(65, 119, 165)"><br /></span></div>
<div><span style="color:rgb(65, 119, 165);font-weight:bold">ouderwets</span><br /></div>
<div><span style="color:rgb(65, 119, 165);font-weight:bold">in eerste instantie</span><br /></div>
<div><font color="#4177a5"><b><br /></b></font></div><font color="#4177a5"><b>tegenwoordig</b></font><div><font color="#4177a5"><b><br /></b></font></div>
<div><span style="color:rgb(65, 119, 165);font-weight:bold">het pand</span><br /></div>
<div><span style="color:rgb(65, 119, 165);font-weight:bold"><br /></span></div><span style="color:rgb(65, 119, 165);font-weight:bold">het evenement</span><div><span style="color:rgb(65, 119, 165);font-weight:bold"><br /></span></div>
<div><font color="#4177a5"><b><br /></b></font></div><font color="#4177a5"><b>het viaduct</b></font><div><font color="#4177a5"><b><br /></b></font></div>
<span style="color:rgb(65, 119, 165)">van vroeger</span>
<span style="color:rgb(65, 119, 165)">in deze tijd</span>
<span style="color:rgb(65, 119, 165)"><span style="font-weight:bold"></span>waar iets voor wordt gebruikt</span>
<span style="color:rgb(65, 119, 165)">de <span style="font-style:italic"></span>indruk die iets of iemand op anderen maakt</span>
<span style="color:rgb(65, 119, 165)">het gebouw</span>
<span style="color:rgb(65, 119, 165)"><span style="font-weight:bold"></span>de gebeurtenis die bedoeld is voor veel mensen<br /></span>
<span style="color:rgb(65, 119, 165)"><span style="font-weight:bold"></span>in het begin</span>
<span style="color:rgb(65, 119, 165)"><span style="font-weight:bold"></span>opnieuw gebruiken</span>
<span style="color:rgb(65, 119, 165)">in de tussentijd</span>
<span style="color:rgb(65, 119, 165)">de brug over een weg heen<br /></span>

Slide 13 - Drag question

This item has no instructions

Welke van deze woorden kende je al? Sleep ze naar het juiste vak.
de introductie <br />
de woordenschat
terugblikken en vooruitkijken
<span style="font-weight:bold;color:rgb(23, 97, 151)">Ja, dit woord ken ik al</span><span style="color:rgb(23, 97, 151);font-weight:bold">.</span>
<span style="font-weight:bold;color:rgb(23, 97, 151)">Nee, dit woord ken ik nog niet.</span><br />
het viaduct
het evenement
het pand
tegenwoordig
in eerste instantie
ouderwets
de bestemming
de uitstraling
hergebruiken
inmiddels

Slide 14 - Drag question

This item has no instructions

terugblikken & vooruitkijken
de introductie <br />
de woordenschat
terugblikken en vooruitkijken

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Wat heb je geleerd over architectuur?
architectuur
de introductie <br />
de woordenschat
terugblikken en vooruitkijken

Slide 16 - Mind map

This item has no instructions

De tekst die je in deel 2
gaat lezen, gaat over
oude gebouwen die er
weer tip top uitzien en
met hun nieuwe jasje
weer optimaal gebruikt 
worden. In de volgende slide kun je invullen wat je daar al over weet.
het onderwerp van de tekst
de introductie <br />
de woordenschat
terugblikken en vooruitkijken

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Wat weet je al over oude gebouwen die opgeknapt worden en opnieuw worden gebruikt ?
oude gebouwen hergebruiken
de introductie <br />
de woordenschat
terugblikken en vooruitkijken

Slide 18 - Mind map

This item has no instructions

Je bent nu klaar met deel 1 van deze les.
Veel plezier met deel 2!
de introductie <br />
de woordenschat
terugblikken en vooruitkijken

Slide 19 - Slide

This item has no instructions