VERKEER · GROEP 5 · LES 2
Mijn veilige fiets
Wat moet er op jouw fiets zitten?
VERKEER · GROEP 5 · LES 2
Mijn veilige fiets
Wat moet er op jouw fiets zitten?
Les 2 van groep 5 waar in de leerlingen kijken naar de hele fiets: wat moet erop, wat mag niet, en is mijn eigen fiets in orde? De les eindigt met een fietscheck, zoals bij de fietscontrole van het VVN praktisch verkeersexamen.
Vraag een dag van tevoren of de kinderen hun fiets mee naar school nemen.
Dit ga je leren
Je kan opnoemen wat er op een veilige fiets moet zitten.
Je kan uitleggen waarom je een bel en goede remmen nodig hebt.
Je kan uitleggen wat er niet mag op de fiets.
Je kan je eigen fiets controleren.
Lees de vier doelen samen voor.
Vraag: wat denk je dat er op een veilige fiets moet zitten? Laat een paar leerlingen iets noemen, maar verbeter nog niets.
Controleer aan het eind van de les de doelen, door de leerlingen te bevragen de doelen uit te voeren:
- Noem eens op welke 7 onderdelen er op een veilige fiets moeten zitten.
- Leg eens uit waarom een goede bel en rem belangrijk zijn. Etc.
Welk doel lukt al? Welk nog niet?
Deze week
Deze maand
Lang geleden
Nog nooit
Wanneer is jouw fiets voor het laatst nagekeken?
Laat de kinderen stemmen en bekijk samen de uitslag.
Vraag door:
Denk je er wel eens over na of je fiets wel veilig is? En waarom zou dat belangrijk zijn?
Wat zit er op een veilige fiets?
Tik op een onderdeel van de fiets.
Een fiets met alles erop wat verplicht is. Laat de leerlingen eerst noemen wat ze zien, en wat er op hun eigen fiets zit. Laat dan om de beurt een leerling op een onderdeel van de fiets klikken: rechts verschijnt een tetkstvak. Nog een keer klikken haalt het weer weg.
Je kunt klikken op de bel, de remgreep, de voorlamp, het achterlicht, de rode reflector, de achterband en de trapper.
Deze onderdelen zijn verplicht volgens de regels (Rijksoverheid).
Een helm is niet verplicht, maar wel slim: hij beschermt je hoofd als je valt.
Bel en remmen
Kijk eerst naar het stilstaande plaatje. Een jongen loopt op het fietspad, een meisje komt aanfietsen. Vraag: wat moet het meisje doen? Laat de leerlingen voorspellen.
Klik verder: het gifje start en tegelijk verschijnt het gele kader over remmen. Het meisje belt op tijd, de jongen stapt opzij en zij kan veilig voorbij. Zo gebruik je je bel: om iemand te waarschuwen dat je eraan komt. Niet om iemand weg te jagen, en niet vlak achter iemand, maar op tijd.
Remmen: met goede remmen sta je op tijd stil, ook als iemand plotseling oversteekt. Een fiets heeft een handrem (knijpen) of een terugtraprem (de trappers terugduwen), of allebei.
Remtest voor de fietscheck: zet de fiets naast je, knijp in de rem (of houd de trapper tegen) en duw de fiets naar voren. De fiets moet stil blijven staan. Kan je de fiets toch nog naar voren duwen? Laat je remmen dan nakijken.
Mag dit op de fiets?
Wat denk jij? Tik op een kaart.
Reflectoren in de spaken
Een knipperend achterlicht
Een lampje op je rugzak
Je telefoon in je hand
Laat de leerlingen bij elke kaart eerst zelf kiezen: duim omhoog (mag) of duim omlaag (mag niet).
Laat dan een leerling op de kaart tikken: er verschijnt een groen vinkje of een rood kruis.
Vraag steeds: waarom mag dit wel of niet?
- Reflectoren in de spaken:
Waarom zijn deze verboden? Je ziet een fietser dan toch beter!? Dat klopt, maar ze zorgen ook voor onrust. We herkennen die bewegende lichtjes niet meteen als band of als fietser. Dus...wél de reflecterende rand op je banden, want die herkennen we meteen als wiel. Maar geen andere, reflecterende vormen in je spaken. Het is voor mede weggebruikers moeilijk om te zien wat daar op straat rijdt.
- Een knipperend achterlicht:
Als je achterlicht knippert is het voor automobilisten moeilijker in te schatten waar je precies rijdt. Ze zien slecht waar je bent en hoe snel je gaat. Vandaar dat een knipperend achterlicht verboden is.
- Een lampje op je rugzak:
Je mag in plaats van je voor- of achterlamp een lichtje op je lijf dragen. Dat moet wel voldoen aan de volgende eisen:
1. Het moet de goede kleur zijn: voor geel of wit, achter rood.
2. Het mag niet knipperen.
3. Het moet op je lijf bevestigd zijn, dus niet op je armen of benen.
4. Het moet goed zichtbaar zijn en niet verschuilt zitten onder je haar, een capuchon of een band van je rugzak.
- Je telefoon in je hand:
Tja...dat dit niet mag is misschien wel het meest logisch! In het verkeer moet je goed opletten. Kijken op je telefoon leidt af én...moet je onverwacht uitkijken, dan ben je met één hand aan het stuur veel minder stabiel!
STOP
Even checken!
Weet jij wat er op een veilige fiets hoort?
This item has no instructions
Maak de fiets compleet. Sleep elk onderdeel naar de goede plek.
Aan deze fiets ontbreken vijf onderdelen. Laat leerlingen om de beurt een onderdeel naar de goede plek slepen en vertellen waarom het daar moet zitten.
Deze fiets mag nog niet de weg op. Wat mist er?
Een bel
Een rood achterlicht
Een voorlicht
Kijk eerst samen goed naar de fiets. Laat de leerlingen van voor naar achter alles benoemen wat ze zien.
Antwoord: een rood achterlicht mist. Achterop zit alleen de rode reflector, maar die geeft zelf geen licht. In het donker heb je het achterlicht nodig, zodat een auto achter je ziet dat je er bent.
Doe-opdracht - de fietscheck
Check samen je fiets. Klopt het? Vink het af!
Bel - is hij goed te horen?
Remmen - staat het wiel stil als je remt?
Lampen - doen ze het, voor en achter?
Reflectoren - achter, op de banden en op de trappers?
Op maat - kun je met je tenen bij de grond?
Praktijk op het plein.
Duur: 20 minuten
Benodigdheden: Werkblad Fietscheck
Laat de leerlingen in tweetallen, zoals de fietscontrole bij het VVN praktisch verkeersexamen in groep 7, elkaars fiets controleren. Het ene kind checkt en vult het werkblad in, het andere kind houdt de fiets vast; daarna wisselen.
Wat ontbreekt of kapot is, schrijft het kind ook op het wetkblad voor thuis. Geen fiets bij je? Check dan samen de fiets van de juf of meester.
Noem drie dingen die op je fiets moeten zitten.
Goed: drie van deze - bel, remmen, voorlicht, achterlicht, rode reflector achter, reflectie op de banden, gele reflectoren op de trappers.
Noemt een leerlingen "een helm", dan kan je aangeven dat het dragen van een helm slim is, maar niet verplicht.
Doelen check - Draai de spinner en beantwoord de vraag.
This item has no instructions
Verkeerswoorden
de bel - daarmee waarschuw je anderen dat je eraan komt
de remmen - daarmee sta je op tijd stil
het voorlicht en het achterlicht - wit of geel voor, rood achter, ze branden vast
de reflector - kaatst licht terug; rood achter, geel op de trappers
de spaakreflector - reflector tussen de spaken; die mag niet meer
de fietscheck - je kijkt na of je fiets veilig is
This item has no instructions
VERKEER · GROEP 5
Goed gedaan!
De verkeerslessen van groep 5
L E S 1
Borden spreken
L E S 2 · D E Z E L E S
Mijn veilige fiets
Meer verkeerslessen voor groep 1 tot en met 8?
Kijk op de kanaalstart van Veilig in het verkeer.
Slotslide van groep 5, les 1: Borden spreken. Les 2, Mijn veilige fiets, kun je nog geven. Onder de verwijzing is ruimte voor de link naar de kanaalstart van Veilig in het verkeer, met alle lessen voor groep 1 tot en met 8.