- Mettez vos sacs par terre (Zet jullie tassen op de grond)
- Geen mobiele telefoons (deze mogen in de telefoontas)
1 / 16
next
Slide 1: Slide
FransBasisschoolGroep 7,8
This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes and text slides.
Items in this lesson
Bonjour
groep 8!
- Ga rustig op een plekje zitten
- Mettez vos sacs par terre (Zet jullie tassen op de grond)
- Geen mobiele telefoons (deze mogen in de telefoontas)
Slide 1 - Slide
Planning du jour
- Uitleg over de dagen van de week
- Werken aan de opdrachten
- De laatste 10 minuten: quiz (wat weten we nog over de dagen van de week?)
- Afsluiting (wat gaan we volgende les doen?)
Slide 2 - Slide
Leerdoelen
Aan het einde van de les:
ken ik de dagen van de week in het Frans en kan ik hiermee werken.
Slide 3 - Slide
Uitleg: les jours de la semaine
Voor we gaan kijken wat de dagen van de week eigenlijk zijn in het Frans.. Welke dagen van de week zijn er eigenlijk in het Nederlands?
Slide 4 - Slide
Uitleg: les jours de la semaine (de vertalingen)
Werkdagen maandag
dinsdag
woensdag
donderdag
vrijdag
lundi
mardi
mercredi
jeudi
vendredi
Weekend zaterdag zondag
samedi dimanche
Welke 2 letters hebben alle dagen in hun naam?
Slide 5 - Slide
Travailler aux exercices: (werken aan je opdrachtenblad)
De regels
- Je werkt de eerste 10 minuten op fluistertoon! - Muziek luisteren mag met oordopjes! - Wil je opdrachten van de vorige keer afronden? Dat mag :)! - Vragen? Steek je hand op!
Als je wilt overleggen, mag dat, fluisterend.
timer
10:00
Slide 6 - Slide
Vraag 1: Welke dag van de week gaan we vaak naar de kerk?
A
lundi
B
mardi
C
samedi
D
dimanche
Slide 7 - Quiz
Vraag 2: Welke dag van de week is de laatste werkdag voor het weekend?
A
jeudi
B
vendredi
C
samedi
D
dimanche
Slide 8 - Quiz
Vraag 3: Welke dag van de week is de eerste dag van de nieuwe werkweek?
A
samedi
B
dimanche
C
lundi
D
mardi
Slide 9 - Quiz
Vraag 4: Welke dag van de week is de kortste schooldag voor de basisschool?
A
lundi
B
mardi
C
mercredi
D
jeudi
Slide 10 - Quiz
Vraag 5: Welke dag van de week is de dag dat jullie vaak een sportwedstrijd hebben?
A
jeudi
B
vendredi
C
samedi
D
dimanche
Slide 11 - Quiz
Vraag 6: Welke dag van de week is de dag voordat jullie GOO hebben?
A
samedi
B
dimanche
C
lundi
D
mardi
Slide 12 - Quiz
Vraag 7: Welke dag van de week hebben we nu nog niet gehad?
A
jeudi
B
vendredi
C
samedi
D
dimanche
Slide 13 - Quiz
Volgende keer
La prochaine leçon:
Slide 14 - Slide
Leerdoel 1: ik ken de kleuren en kan deze gebruiken.