Les 005

Welkom! Programma
Opwarmer
Warm houden
Herhalen hoofdstuk 2?
Betoog




1 / 29
next
Slide 1: Slide
NederlandsEnseignement Secondaire

This lesson contains 29 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 75 min
Report this lesson

Items in this lesson

Welkom! Programma
Opwarmer
Warm houden
Herhalen hoofdstuk 2?
Betoog




Slide 1 - Slide

Opwarmer
https://stories.nos.nl/video/2631497-europa-wil-iets-doen-aan-jouw-schermtijd

https://stories.nos.nl/video/2631932-veel-minder-jongeren-vinden-homoseksualiteit-oke


https://stories.nos.nl/video/2631630-jetten-wil-gezondste-generatie-ooit-hoe-dan


Slide 2 - Slide

Warm houden

werkwoordvandeweek

Slide 3 - Slide



Betoog

Slide 4 - Slide

Wat is het tekstdoel van een betoog?

Slide 5 - Open question

Veel betogen hebben een...
A
Tweedeling
B
Driedeling
C
Vierdeling
D
Vijfdeling

Slide 6 - Quiz

Deze driedeling ziet er als volgt uit...

Slide 7 - Open question

Met een tegenargument probeert de schrijver een eerder argument te ...

Slide 8 - Open question

Hoe heet het tekstverband dat hoort bij de signaalwoorden doordat, daardoor, zodat, waardoor, met als gevolg?
A
weerleggend
B
oorzaak/gevolg
C
begin/einde
D
samenvattend

Slide 9 - Quiz

Wat is een standpunt?
A
De hoofdgedachte van een betoog
B
Het onderwerp van een betoog.
C
Het doel van een betoog
D
De opbouw van een betoog

Slide 10 - Quiz

Wat is een argument?
A
Een feit waarmee je je mening onderbouwt.
B
Een reden waarmee je je mening onderbouwt.

Slide 11 - Quiz

Een goede schrijver bedenkt in zijn betoog al tegenargumenten. Waarom zou hij dit doen?
A
Het haalt zijn eigen stuk onderuit.
B
Hij kan direct aangeven waarom dit niet zo is.
C
Zijn argumenten wegen daardoor zwaarder.
D
Hij houdt wel van een beetje tegengas.

Slide 12 - Quiz

Een argument...
A
staat in de eerste of de tweede zin van de alinea.
B
is alleen een hoofdzin.
C
wordt aangegeven met een opsommende signaalwoorden.
D
wordt aangegeven met redengevende signaalwoorden.

Slide 13 - Quiz

A. 
Titel
Inleiding
Standpunt
Eerste argument
Tweede argument
Tegenargument
Weerlegging
Slot

Slide 14 - Drag question

Belangrijk
Zorg ervoor dat de lezer de opbouw van je betoog goed kan blijven volgen:
  • Gebruik signaalwoorden om je argumenten op te sommen (om te beginnen, daarnaast)
  • Om een reden of argument aan te geven (want, daarom, dat blijkt uit, omdat)
  • Om aan te geven dat je een samenvatting of conclusie geeft (kortom, al met al)

Slide 15 - Slide

Instructies betoog schrijven
Voor later...

Nu naar opdracht 4 blz. 175

Slide 16 - Slide

Bouwplan
Maak voordat je een tekst schrijft altijd een schrijfplan. Hierin schrijf je o.a. op:
* wie gaat je tekst lezen? Voor welke doelgroep is het bedoeld?
* Wat is het doel van je tekst?
* Wat is het onderwerp?
* Wat is de hoofdgedachte?

Slide 17 - Slide

Stap 1
  • Noem bij inleiding het onderwerp en je standpunt.
  • Noem bij middenstuk één voor één de argumenten en een tegenargument.
  • Noem bij slot nogmaals je standpunt, trek een conclusie of vat het samen. 

Slide 18 - Slide

Stap 2
  • Noteer zoveel mogelijk steekwoorden 

Bijvoorbeeld
Onderwerp: de doodstraf
Doel: overtuigen
Hoofdgedachte: De doodstraf moet wereldwijd afgeschaft

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Slide

Stap 3
Bedenk de inleiding. 
Omschrijf het onderwerp en kondig je standpunt aan met signaalwoorden zoals:

Ik vind......, 
Ik ben van mening...........

Slide 21 - Slide

Stap 4
Baseer je argumenten op feiten. 
Hiervoor gebruik je bronnen, zoals artikelen uit een krant, om je standpunt te verdedigen.
Let hierbij op:
* de bron
* de auteur
* tijdstip (jaar) van uitgave

Slide 22 - Slide

Stap 5
Gebruik in het middenstuk bij elk nieuw argument signaalwoorden voor een opsomming:

om te beginnen, vervolgens, daarnaast, ook etc.

Slide 23 - Slide

Stap 6
Herhaal in het slot kort je standpunt en gebruik een signaalwoord voor je conclusie:

al met al, kortom, dus etc.

Slide 24 - Slide

Hoe maak je de opbouw van een betoog duidelijk?
A
Je tekst zo kort mogelijk houden
B
Door alles in één tekst te schrijven
C
Door signaalwoorden te gebruiken

Slide 25 - Quiz

In een bouwplan (onderdeel schrijven) leg je de inhoud vast van je tekst.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 26 - Quiz

Opbouw van een overtuigende tekst
<span style="font-weight: 700">Inleiding</span>
<span style="font-weight: 700">Middenstuk</span>
<span style="font-weight: 700">Slot</span>
Standpunt noemen
Conclusie trekken
Onderwerp noemen
Argumenten noemen
Tegenargumenten noemen

Slide 27 - Drag question

Achter 'hoofdgedachte' in het bouwplan geef ik aan wat het standpunt is.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 28 - Quiz

Les 005

Slide 29 - Slide