C'est quoi, la poésie !

        LA POÉSIE
1 / 16
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 4,5

This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

        LA POÉSIE

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

> Ik weet wat we verstaan onder poëzie.
> Ik ken de basisbegrippen voor het analyseren van Franse poëzie.
> Ik kan iets over Jacques Prévert vertellen
> Ik laat zien dat ik het gedicht "le cancre" begrijp 
door alle vragen erover correct te beantwoorden

Slide 2 - Slide

This item has no instructions


  • C'est quoi, la poésie?
  • Les définitions

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Wat is volgens jou poëzie?

Slide 4 - Mind map

This item has no instructions

Welke dichters ken je?

Slide 5 - Open question

This item has no instructions

  • Victor Hugo
“La liberté commence où l’ignorance finit.”
(Vrijheid begint waar onwetendheid eindigt.)
  • Paul Éluard
“J’écris ton nom : Liberté.”
(Ik schrijf je naam: Vrijheid.)
  • Guillaume Apollinaire
“Il est grand temps de rallumer les étoiles.”
(Het is hoog tijd om de sterren weer aan te steken.)
  • Emily Dickinson (VS)
“Forever is composed of nows.”
Eeuwigheid bestaat uit oneindig veel momenten van nu.
  • William Shakespeare (VK)
“Love is not love which alters when it alteration finds.”
Ware liefde verandert niet, ook niet wanneer alles om haar heen verandert.
  • Johann Wolfgang von Goethe (Duitsland)
“Whatever you can do or dream you can, begin it. Boldness has genius, power, and magic in it.”
Wat je ook kunt of droomt te kunnen, begin eraan. In moed schuilt genialiteit, kracht en magie.

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Qu'est-ce qu'on va faire en terminale?
In totaal lezen we 4 werken.
-Le cancre
-Berceuse pour mon enfant mort
-Déjeuner du matin
-Le dormeur du val

Bij elk werk krijg je 1 of meerdere opdrachten. 

Slide 7 - Slide

VWO
Les termes de la poésie
  • De verteller = degene die spreekt in het gedicht
                   in poëzie altijd de auteur
  • Het thema = Waar gaat het gedicht over ; welke onderwerpen komen aan bod.
  • De context = wat kunnen we zeggen over de tijd waarin dit gedicht verscheen
  • De rijm = herhalen van dezelfde klanken aan het einde van woorden of versregels.

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

a

   >mannelijk rijm/ vrouwelijk rijm
   >type rijm (gepaard rijm, gekruist rijm, omarmend rijm)
  • Het metrum in het Frans gaat niet over klemtonen maar over het aantal syllabes (octosyllabes/décasyllabes/alexandrin).

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Quelques figures de style
  • Een vergelijking / een metafoor = Er wordt een vergelijk gemaakt tussen iets en een verschijnsel / object.
La femme est belle comme un ange.
  • Een herhaling = bepaalde woorden of zinsdelen worden telkens herhaald.
Il fait beau, il neige, il pleut, mais pourquoi jamais elle.
  • Een personificatie = een niet menselijk iets, krijgt menselijke eigenschappen.
Le vent chante ; La chaise crie

Slide 10 - Slide

VWO moet de begrippen kennen -> Examenprogramma 2025, subdomein E2.

havo moet het effect ervan op de lezer kunnen herkennen.
timer
2:00
OPDRACHT: 
  1. Welke woorden rijmen in dit gedicht?
  2. Welk effect heeft dit op de lezer? vrolijk gedicht, melodie, bijna een soort liedje

Slide 11 - Slide

OPDRACHT: Welke woorden rijmen in dit gedicht?

Doorvraag klassikaal: welk effect heeft dit op de lezer? -> vrolijk gedicht, melodie, bijna een soort liedje
Ton livre à la page 98
Jacques Prévert, Le cancre



Slide 12 - Slide

VWO moet de begrippen kennen -> Examenprogramma 2025, subdomein E2.

havo moet het effect ervan op de lezer kunnen herkennen.
Ton livre à la page 98>100
Jacques Prévert, 



Slide 13 - Slide

VWO moet de begrippen kennen -> Examenprogramma 2025, subdomein E2.

havo moet het effect ervan op de lezer kunnen herkennen.
Ton livre à la page 98>100
Le cancre



Slide 14 - Slide

VWO moet de begrippen kennen -> Examenprogramma 2025, subdomein E2.

havo moet het effect ervan op de lezer kunnen herkennen.
Wat hebben we geleerd?????




Slide 15 - Slide

VWO moet de begrippen kennen -> Examenprogramma 2025, subdomein E2.

havo moet het effect ervan op de lezer kunnen herkennen.

Slide 16 - Slide

VWO moet de begrippen kennen -> Examenprogramma 2025, subdomein E2.

havo moet het effect ervan op de lezer kunnen herkennen.