woordvolgorde

Wat zijn zij aan het doen? 
Zet de woorden in de juiste volgorde. 
1 / 44
next
Slide 1: Slide
NT2Middelbare schoolvmbo lwooLeerjaar 4

This lesson contains 44 slides, with interactive quizzes and text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

Wat zijn zij aan het doen? 
Zet de woorden in de juiste volgorde. 

Slide 1 - Slide

Zij 
Zijn 
aan 
het 
eten. 

Slide 2 - Drag question

Wat is hij aan het doen? 
Zet de woorden in de juiste volgorde. 

Slide 3 - Slide

het
lezen.
aan 
is
Hij

Slide 4 - Drag question

Wat zijn zij aan het doen? 
Zet de woorden in de juiste volgorde. 

Slide 5 - Slide

het
dansen.
aan
Zij
zijn

Slide 6 - Drag question

Wat zijn zij aan het doen? 
Zet de woorden in de juiste volgorde. 

Slide 7 - Slide

zijn
Zij
het
aan
picknicken

Slide 8 - Drag question

Wat doen zij? 
Zet de woorden in de juiste volgorde. 

Slide 9 - Slide

op 
in Leuven.
uitstap
Zij
zijn

Slide 10 - Drag question

Wie is op bezoek op 6 december?  
Zet de woorden in de juiste volgorde. 

Slide 11 - Slide

Op 6 december
is
Op 6 december
Sinterklaas
op
bezoek

Slide 12 - Drag question

Wanneer zijn we naar Leuven gegaan?  
Zet de woorden in de juiste volgorde. 

Slide 13 - Slide

In maart 
we
zijn
In maart
naar Leuven
gegaan

Slide 14 - Drag question

Wanneer hebben we gekookt?  
Zet de woorden in de juiste volgorde. 

Slide 15 - Slide

In december
hebben
we
In december
in Taalkot.
gekookt

Slide 16 - Drag question

Wanneer hebben we gekookt?  
Zet de woorden in de juiste volgorde. 

Slide 17 - Slide

We
hebben
we
In december
in Taalkot.
gekookt

Slide 18 - Drag question

Wanneer zijn we naar de boerderij gegaan?  
Zet de woorden in de juiste volgorde. 

Slide 19 - Slide

In september
In september
zijn
we
gegaan.
naar de boerderij

Slide 20 - Drag question

Wanneer zijn we naar de boerderij gegaan?  
Zet de woorden in de juiste volgorde. 

Slide 21 - Slide

We
In september
zijn
we
gegaan.
naar de boerderij

Slide 22 - Drag question

Op welke dag stopt de ramadan?  
Zet de woorden in de juiste volgorde. 

Slide 23 - Slide

De ramadan
stopt
De ramadan
maandag

Slide 24 - Drag question

Op welke dag stopt de ramadan?  
Zet de woorden in de juiste volgorde. 

Slide 25 - Slide

Maandag
stopt
De ramadan
maandag

Slide 26 - Drag question

Wanneer gaat Mohammed klimmen?  
Zet de woorden in de juiste volgorde. 

Slide 27 - Slide

Hij
klimmen
Hij
gaat
dit weekend

Slide 28 - Drag question

Wat eet Sulaiman graag?  
Zet de woorden in de juiste volgorde. 

Slide 29 - Slide

Tekst
Hij
falafel
Hij
graag
eet

Slide 30 - Drag question

Wat draagt Khaled vaak?  
Zet de woorden in de juiste volgorde. 

Slide 31 - Slide

Hij
vaak
Hij
een pet
draagt

Slide 32 - Drag question

Welk werk wil Rashid doen?  
Zet de woorden in de juiste volgorde. 

Slide 33 - Slide

Hij
worden
Hij
schilder
wil

Slide 34 - Drag question

Welk werk wil Souraya doen?  
Zet de woorden in de juiste volgorde. 

Slide 35 - Slide

Zij
worden
Zij
kapster
wil

Slide 36 - Drag question

Wat leert Rama?  
Zet de woorden in de juiste volgorde. 

Slide 37 - Slide

leert
autorijden
zij

Slide 38 - Drag question

Welk talen spreekt Jamil?  
Zet de woorden in de juiste volgorde. 

Slide 39 - Slide

Hij
Arabisch
en Nederlands
spreekt

Slide 40 - Drag question

Uit welk land komt Adham?  
Zet de woorden in de juiste volgorde. 

Slide 41 - Slide

Hij
komt
uit
Syrië

Slide 42 - Drag question

Wat hebben we vrijdag gedaan?  
Zet de woorden in de juiste volgorde. 

Slide 43 - Slide

Vrijdag
vrijdag
hebben
we
gespeeld.
een spelletje

Slide 44 - Drag question