§ 1.6 Allemaal anders

§ 1.6 Allemaal anders
1 / 23
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

§ 1.6 Allemaal anders

Slide 1 - Slide

Leerdoelen
  • Je kunt aanpassingen bij planten beschrijven.
  • Je kunt aanpassingen bij dieren beschrijven.

Dieren en planten moeten zich voeden, verdedigen en voortbewegen. Dat doet elke soort op zijn eigen manier

Slide 2 - Slide

Glucose
Koolstofdioxide
Water
Zuurstof
Energie uit licht

Slide 3 - Drag question

Aanpassingen
Alle organismen hebben aanpassingen aan hun leefomgeving en hun leefwijze.

Zoals ademhaling, beweging, voeding, verdediging en voortplanting.
Bijv: Vissen aangepast voor water (kieuwen)
Vogel voor vliegen (vleugels)

Slide 4 - Slide

Waterdieren
  • Leven in het water.
  • Hebben vinnen om te sturen.  
  • Hun lichaamsvorm is gestroomlijd: kop, lijf & staart lopen in elkaar over daardoor glijden ze snel door het water. 

Slide 5 - Slide

Aanpassing bij planten

Slide 6 - Slide

Waterplanten

Slide 7 - Slide

Genoeg water?
  • Aanpassingen tegen uitdroging of veel water.
  • Kleine dikke of grote dunne bladeren
  • Veel of weinig wortels 
  • Grote bladeren; veel fotosynthese
Veel water beschikbaar
Weinig water beschikbaar

Slide 8 - Slide

Voeden



Een snuit van een varken, het gebit van een mens, de snavel van een vogel. Allemaal aangepast naar hun leefwijze.

    Slide 9 - Slide

    Vogels: Aanpassingen voor voeden

    Slide 10 - Slide

    Voortbewegen
    • zoolgangers
    • teengangers
    • topgangers (hoefgangers)

    Dit zijn aanpassing op de ondergrond.

    Slide 11 - Slide

    Zoolganger
    Loopt op zijn hele voetzool 
    (van hielbeen tot en met de teenkootjes). 
    Voordeel: hij verdeelt zijn gewicht over een groot oppervlak en zakt niet snel diep weg in een zachte ondergrond zoals bijv. sneeuw.
    Nadeel: een zoolganger is minder snel

    Slide 12 - Slide

    Teenganger

    Loopt op zijn tenen (alleen op de teenkootjes)

    Voordeel: hij kan zachtjes sluipen
                         hij kan snel sprinten
    Nadeel: bij lange afstanden is hij minder snel

    Slide 13 - Slide

    Topganger (hoefganger)

    Loopt op het puntje van de tenen 
    (alleen op het laatste teenkootje/hoef)
    Voordeel: hij heeft enorm lange poten/benen
    en kan daardoor heel hard lopen
    Nadeel: bij drassige ondergrond zakt hij makkelijk de bodem in

    Slide 14 - Slide

    Verdedigen
    Organismen moeten zich verdedigen tegen andere organismen, die hun willen opeten.
    Planten ook!

    Slide 15 - Slide

    Verdediging bij planten

    • Stekels
    • Brandharen
    • Maken van gifstof

    Slide 16 - Slide

    Verdediging bij dieren

           Tegen vijanden:
    • stekels of gifstekels
    • schutkleur -> onzichtbaar
    • schild 
      Tegen de omgeving:
    • vacht tegen kou

    Slide 17 - Slide

    Slide 18 - Video

    Een beer is een.........
    A
    Topganger/hoefganger
    B
    Zoolganger
    C
    Teenganger

    Slide 19 - Quiz

    En nu...
    mk en lr § 1.6 opdracht 1 t/m 10

    Klaar? 
    Aan de slag met § 1.1 tm § 1.5
    Samenvattingen in je schrift


    Slide 20 - Slide

    0

    Slide 21 - Video

    Dit is een
    A
    Teenganger
    B
    topganger
    C
    zoolganger

    Slide 22 - Quiz

    Een hond
    is een .........
    A
    Topganger/hoefganger
    B
    Zoolganger
    C
    Teenganger

    Slide 23 - Quiz