Aanbod en marktevenwicht (Economie vwo), les 2: Examentraining

MARKT · AANBOD EN EVENWICHT

Examentraining

Aanbod en marktevenwicht: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
next
Slide 1: Slide
New lesson editorEconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Introduction

Examentraining met vier vraagtypen: oorzaak en gevolg, rekenen aan het marktmodel, individueel en collectief aanbod, en grafisch evenwicht met omzet.

Items in this lesson

MARKT · AANBOD EN EVENWICHT

Examentraining

Aanbod en marktevenwicht: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: RobThinks / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

MARKT · AANBOD EN EVENWICHT

Wat ga je kunnen?

Ik kan examenvragen over aanbod, heffingen, subsidies, marktevenwicht en omzet beantwoorden.

This item has no instructions

MARKT · AANBOD EN EVENWICHT

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: welke markt, welke lijn verandert en door welke oorzaak?

  • 2. Kies: een beweging langs de lijn of een verschuiving, en naar welke kant?

  • 3. Redeneer of reken: oorzaak, verschuiving, gevolg voor P, Q en omzet; bij formules Qv = Qa.

  • 4. Controleer: vul P in beide formules in en let op de eenheden.

This item has no instructions

MARKT · AANBOD EN EVENWICHT

Tomatenteelt in een moderne kas: technologie verlaagt de kosten

Vraagtype 1: oorzaak en gevolg verbaal

  • Begin bij de oorzaak: productiefactor, techniek, aantal aanbieders, heffing of subsidie.

  • Zeg welke lijn verschuift en naar welke kant; de andere lijn blijft staan.

  • Eindig met het nieuwe evenwicht: evenwichtsprijs en evenwichtshoeveelheid.

Syllabus-vaardigheid: Strategisch inzicht: oorzaak en gevolg, probleem en oplossing, korte en lange termijn, evenwicht en onevenwicht (A4). Geen grafische rekenmachine. Image credit: Lance Cheung (USDA) / Wikimedia Commons, publiek domein

Een groot deel van de aanbieders stopt. Wat gebeurt er met het evenwicht?

A

Aanbod naar links: prijs stijgt, hoeveelheid daalt

B

Aanbod naar links: prijs daalt, hoeveelheid daalt

C

Aanbod naar rechts: prijs daalt, hoeveelheid stijgt

D

Vraag naar links: prijs en hoeveelheid dalen

Minder aanbieders: collectieve aanbodlijn naar links, vraag gelijk, dus hoger P en lager Q. Verwachte fout: de prijs laten dalen.

Subsidie per stuk: effect op P en Q?

Goed antwoord: aanbieders ontvangen P + s, de aanbodlijn verschuift naar rechts, evenwichtsprijs daalt en evenwichtshoeveelheid stijgt (vraag gelijk). Verwachte fout: de vraaglijn laten verschuiven.

MARKT · AANBOD EN EVENWICHT

Vraagtype 2: rekenen aan het marktmodel

  • Stel Qv = Qa, los P op en vul P in om Q te vinden.

  • Heffing t: vervang P in Qa door P - t. Subsidie s: vervang P door P + s.

  • Evenwichtsomzet = P x Q.

Syllabus-vaardigheid: Eerstegraads- en tweedegraadsvergelijkingen, een eerstegraadsvergelijking als afgeleide van een tweedegraadsvergelijking, stelsels via substitutie (A2).

Qv = -4P + 300 en Qa = 6P - 100: bereken P.

-4P + 300 = 6P - 100, dus 400 = 10P en P = 40. Q = -160 + 300 = 140 en Qa = 240 - 100 = 140. Verwachte fout: 400 als prijs noemen.

Qv = -4P + 300, Qa = 6P - 100 en subsidie 5 per stuk. Nieuwe evenwichtsprijs?

A

43 euro

B

37 euro

C

40 euro

D

152 euro

Qa = 6(P + 5) - 100 = 6P - 70. Gelijkstellen: 370 = 10P, dus P = 37; Q = -148 + 300 = 152 en Qa = 222 - 70 = 152. Verwachte fouten: 43 (P - 5 gebruikt), 40 (subsidie vergeten) of 152 (de hoeveelheid).

MARKT · AANBOD EN EVENWICHT

Vraagtype 3: individueel en collectief aanbod

  • Collectief aanbod: tel de hoeveelheden van alle aanbieders bij dezelfde prijs op.

  • Een aanbieder kiest de hoeveelheid waarbij MK gelijk is aan de prijs.

  • Ligt de MK boven de prijs, dan verlaagt hij zijn productie.

Syllabus D1.11 en D1.18: alleen grafisch voor het verband tussen individuele en collectieve aanbodlijn. Strategisch inzicht (A4) bij het redeneren over de MK.

Bij P = 15 biedt X 40 stuks aan en Y 25 stuks. Wat is het collectieve aanbod?

A

40 stuks

B

32,5 stuks

C

15 stuks

D

65 stuks

Hoeveelheden bij dezelfde prijs optellen: 40 + 25 = 65. Verwachte fouten: het gemiddelde (32,5) of het verschil (15).

Prijs 20; een aanbieder maakt 40 stuks met MK = 24. Wat doet hij?

A

Minder produceren, want MK ligt boven de prijs

B

Meer produceren, want MK ligt boven de prijs

C

Meer produceren, want de prijs ligt boven de MK

D

Even veel produceren, want MK en prijs lopen mee

Het laatste stuk kost 24 en levert 20 op: hij verlaagt de productie tot MK = P. Verwachte fout: meer produceren omdat de MK hoog is.

MARKT · AANBOD EN EVENWICHT

Vraag naar rechts: evenwicht van E0 (30; 100) naar E1 (35; 125)

Vraagtype 4: grafisch evenwicht en omzet

  • Lees E0 en E1 af: prijs op de verticale as, hoeveelheid op de horizontale.

  • Evenwichtsomzet = P x Q: bereken hem voor E0 en voor E1.

  • Vergelijk de uitkomsten: de omzet kan stijgen of dalen.

Syllabus-vaardigheid: Assenstelsels en kwadranten, grafieken tekenen en bewerken, berekeningen op basis van grafieken bij domein D, oppervlaktes arceren en berekenen (alleen driehoek en rechthoek) (A2). Image credit: LessonUp Studio (eigen grafiek), CC0

Zie de grafiek: Qv0 wordt Qv1. Hoeveel stijgt de evenwichtsomzet (x 1000 euro)?

A

4.375

B

125

C

1.375

D

1.250

E0: 30 x 100 = 3.000. E1: 35 x 125 = 4.375. Stijging 1.375. Verwachte fouten: de nieuwe omzet (4.375) noemen of (35 - 30) x (125 - 100) = 125.

De vraaglijn verschuift naar rechts en de aanbodlijn naar links. Wat is zeker?

A

De evenwichtsprijs daalt

B

De evenwichtshoeveelheid stijgt

C

De evenwichtsprijs stijgt

D

De evenwichtshoeveelheid daalt

Beide verschuivingen geven een hogere prijs; de hoeveelheid hangt af van welke verschuiving sterker is.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Oorzaak en gevolg verbaal

2

Rekenen aan het marktmodel

3

Individueel en collectief aanbod

4

Grafisch evenwicht en omzet

Herhaal het vraagtype met de meeste stemmen.

MARKT · AANBOD EN EVENWICHT

Tips voor op het examen

  • Bepaal eerst of het de prijs van het product zelf is of een andere oorzaak.

  • Bij een heffing wordt het P - t, bij een subsidie P + s.

  • Controleer een evenwicht altijd door P in beide formules in te vullen.

  • Evenwichtsomzet is P x Q in het nieuwe evenwicht, niet het verschil.

This item has no instructions