MARKT · AANBOD EN EVENWICHT
Examentraining
Aanbod en marktevenwicht: zo pak je examenvragen aan
MARKT · AANBOD EN EVENWICHT
Examentraining
Aanbod en marktevenwicht: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: RobThinks / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
MARKT · AANBOD EN EVENWICHT
Wat ga je kunnen?
Ik kan examenvragen over aanbod, heffingen, subsidies, marktevenwicht en omzet beantwoorden.
This item has no instructions
MARKT · AANBOD EN EVENWICHT
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: welke markt, welke lijn verandert en door welke oorzaak?
2. Kies: een beweging langs de lijn of een verschuiving, en naar welke kant?
3. Redeneer of reken: oorzaak, verschuiving, gevolg voor P, Q en omzet; bij formules Qv = Qa.
4. Controleer: vul P in beide formules in en let op de eenheden.
This item has no instructions
MARKT · AANBOD EN EVENWICHT
Tomatenteelt in een moderne kas: technologie verlaagt de kosten
Vraagtype 1: oorzaak en gevolg verbaal
Begin bij de oorzaak: productiefactor, techniek, aantal aanbieders, heffing of subsidie.
Zeg welke lijn verschuift en naar welke kant; de andere lijn blijft staan.
Eindig met het nieuwe evenwicht: evenwichtsprijs en evenwichtshoeveelheid.
Syllabus-vaardigheid: Strategisch inzicht: oorzaak en gevolg, probleem en oplossing, korte en lange termijn, evenwicht en onevenwicht (A4). Geen grafische rekenmachine. Image credit: Lance Cheung (USDA) / Wikimedia Commons, publiek domein
Een groot deel van de aanbieders stopt. Wat gebeurt er met het evenwicht?
Aanbod naar links: prijs stijgt, hoeveelheid daalt
Aanbod naar links: prijs daalt, hoeveelheid daalt
Aanbod naar rechts: prijs daalt, hoeveelheid stijgt
Vraag naar links: prijs en hoeveelheid dalen
Minder aanbieders: collectieve aanbodlijn naar links, vraag gelijk, dus hoger P en lager Q. Verwachte fout: de prijs laten dalen.
Subsidie per stuk: effect op P en Q?
Goed antwoord: aanbieders ontvangen P + s, de aanbodlijn verschuift naar rechts, evenwichtsprijs daalt en evenwichtshoeveelheid stijgt (vraag gelijk). Verwachte fout: de vraaglijn laten verschuiven.
MARKT · AANBOD EN EVENWICHT
Vraagtype 2: rekenen aan het marktmodel
Stel Qv = Qa, los P op en vul P in om Q te vinden.
Heffing t: vervang P in Qa door P - t. Subsidie s: vervang P door P + s.
Evenwichtsomzet = P x Q.
Syllabus-vaardigheid: Eerstegraads- en tweedegraadsvergelijkingen, een eerstegraadsvergelijking als afgeleide van een tweedegraadsvergelijking, stelsels via substitutie (A2).
Qv = -4P + 300 en Qa = 6P - 100: bereken P.
-4P + 300 = 6P - 100, dus 400 = 10P en P = 40. Q = -160 + 300 = 140 en Qa = 240 - 100 = 140. Verwachte fout: 400 als prijs noemen.
Qv = -4P + 300, Qa = 6P - 100 en subsidie 5 per stuk. Nieuwe evenwichtsprijs?
43 euro
37 euro
40 euro
152 euro
Qa = 6(P + 5) - 100 = 6P - 70. Gelijkstellen: 370 = 10P, dus P = 37; Q = -148 + 300 = 152 en Qa = 222 - 70 = 152. Verwachte fouten: 43 (P - 5 gebruikt), 40 (subsidie vergeten) of 152 (de hoeveelheid).
MARKT · AANBOD EN EVENWICHT
Vraagtype 3: individueel en collectief aanbod
Collectief aanbod: tel de hoeveelheden van alle aanbieders bij dezelfde prijs op.
Een aanbieder kiest de hoeveelheid waarbij MK gelijk is aan de prijs.
Ligt de MK boven de prijs, dan verlaagt hij zijn productie.
Syllabus D1.11 en D1.18: alleen grafisch voor het verband tussen individuele en collectieve aanbodlijn. Strategisch inzicht (A4) bij het redeneren over de MK.
Bij P = 15 biedt X 40 stuks aan en Y 25 stuks. Wat is het collectieve aanbod?
40 stuks
32,5 stuks
15 stuks
65 stuks
Hoeveelheden bij dezelfde prijs optellen: 40 + 25 = 65. Verwachte fouten: het gemiddelde (32,5) of het verschil (15).
Prijs 20; een aanbieder maakt 40 stuks met MK = 24. Wat doet hij?
Minder produceren, want MK ligt boven de prijs
Meer produceren, want MK ligt boven de prijs
Meer produceren, want de prijs ligt boven de MK
Even veel produceren, want MK en prijs lopen mee
Het laatste stuk kost 24 en levert 20 op: hij verlaagt de productie tot MK = P. Verwachte fout: meer produceren omdat de MK hoog is.
MARKT · AANBOD EN EVENWICHT
Vraag naar rechts: evenwicht van E0 (30; 100) naar E1 (35; 125)
Vraagtype 4: grafisch evenwicht en omzet
Lees E0 en E1 af: prijs op de verticale as, hoeveelheid op de horizontale.
Evenwichtsomzet = P x Q: bereken hem voor E0 en voor E1.
Vergelijk de uitkomsten: de omzet kan stijgen of dalen.
Syllabus-vaardigheid: Assenstelsels en kwadranten, grafieken tekenen en bewerken, berekeningen op basis van grafieken bij domein D, oppervlaktes arceren en berekenen (alleen driehoek en rechthoek) (A2). Image credit: LessonUp Studio (eigen grafiek), CC0
Zie de grafiek: Qv0 wordt Qv1. Hoeveel stijgt de evenwichtsomzet (x 1000 euro)?
4.375
125
1.375
1.250
E0: 30 x 100 = 3.000. E1: 35 x 125 = 4.375. Stijging 1.375. Verwachte fouten: de nieuwe omzet (4.375) noemen of (35 - 30) x (125 - 100) = 125.
De vraaglijn verschuift naar rechts en de aanbodlijn naar links. Wat is zeker?
De evenwichtsprijs daalt
De evenwichtshoeveelheid stijgt
De evenwichtsprijs stijgt
De evenwichtshoeveelheid daalt
Beide verschuivingen geven een hogere prijs; de hoeveelheid hangt af van welke verschuiving sterker is.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Oorzaak en gevolg verbaal
Rekenen aan het marktmodel
Individueel en collectief aanbod
Grafisch evenwicht en omzet
Herhaal het vraagtype met de meeste stemmen.
MARKT · AANBOD EN EVENWICHT
Tips voor op het examen
Bepaal eerst of het de prijs van het product zelf is of een andere oorzaak.
Bij een heffing wordt het P - t, bij een subsidie P + s.
Controleer een evenwicht altijd door P in beide formules in te vullen.
Evenwichtsomzet is P x Q in het nieuwe evenwicht, niet het verschil.
This item has no instructions