NT2 B1B2 week 18

NT2 B1B2 week 18
Wat gaan we doen?
1. Voegwoorden
2. Lezen Samenwerken maakt gelukkiger
3. Schrijven
4. Nu Nederlands A Woordenschat pp 148 en 149
1 / 13
next
Slide 1: Slide
NederlandsISK

This lesson contains 13 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 90 min

Items in this lesson

NT2 B1B2 week 18
Wat gaan we doen?
1. Voegwoorden
2. Lezen Samenwerken maakt gelukkiger
3. Schrijven
4. Nu Nederlands A Woordenschat pp 148 en 149

Slide 1 - Slide

Wat maakt hou gelukkig?
Maak werkblad:         Samenwerken maakt gelukkiger

Slide 2 - Slide

Grammatica: de basis
Zinnen en zinsstructuur

Slide 3 - Slide

Voorbeeld enkelvoudige zin
  • Het wordt slecht weer vandaag.
  • Ik ga vandaag naar de Action.
  • Hij kijkt veel naar Star Wars.

Slide 4 - Slide

Voorbeeld samengestelde zin
  • Het wordt vandaag mooi weer en we gaan lekker naar het strand. 
  • Hij kijkt veel naar Star Wars en schrijft daar over op zijn website.

Slide 5 - Slide

Samengestelde zin
  • Bestaat uit twee of meer zinnen.
  • Kunnen nevengeschikte zinnen zijn, of ondergeschikte zinnen.

Slide 6 - Slide

Nevenschikking

- Zinnen kunnen los van elkaar voorkomen.

- Je zou in principe tussen alle zinnen een punt kunnen zetten.

Onderschikking

- De zinnen kunnen niet los van elkaar voorkomen.

- De zinnen zijn afhankelijk van elkaar.

Slide 7 - Slide

Voegwoorden
  • Voegwoorden zijn een soort cement.
  • Je kunt met voegwoorden zinnen aan elkaar plakken.

Slide 8 - Slide

Nevenschikkende voegwoorden

  • en
  • maar
  • want 
  • of*
  • dus
Onderschikkende voegwoorden

  • aangezien
  • als
  • dat
  • doordat
  • terwijl
  • toen

Slide 9 - Slide

Wat is een bijzin?
  • Je hebt bij een onderschikking te maken met een bijzin.
  • Een bijzin is een zinsdeel in de vorm van een zin. Deze zin heeft een eigen persoonsvorm.
  • Persoonsvorm en onderwerp staan niet naast elkaar óf er kan een zinsdeel tussen worden gezet.

Slide 10 - Slide

Volgorde hoofdzin

-
Persoonsvorm staat vooraan in een zin, naast het onderwerp.
Volgorde bijzin

- Persoonsvorm staat achteraan.
- Persoonsvorm en onderwerp staan niet naast elkaar óf er kan een zinsdeel tussen worden gezet.

Slide 11 - Slide

Betekenissen
Synoniem: Een synoniem of evenwoord van een bepaald woord in een taal is een ander woord in dezelfde taal met min of meer dezelfde betekenis.
portemonnee – beurs
auto – wagen
douche – stortbad
duimspijker – punaise
Vaak is er bij twee of meer synoniemen toch sprake van een subtiel verschil 


Synoniemen opzoeken: https://synoniemen.net/
Zoek op: equivalent, veranda, vervreemden, allegorie en beeldspraak
Nu Nederlands: pp 148-149 maken

Slide 13 - Slide