Les 6 - Gezondheid & Klachten

Gezondheid & Klachten

Wat zeg je als je je niet lekker voelt?

1 / 15
next
Slide 1: Slide
New lesson editorNT2Middelbare schoolvmbo bLeerjaar 1-4

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 20 min
Report this lesson

Items in this lesson

Gezondheid & Klachten

Wat zeg je als je je niet lekker voelt?

Leerdoelen

Ik kan lichaamsdelen en klachten noemen.

Ik kan vertellen hoe ik me voel.

Ik kan oorzaak en gevolg uitleggen.

Ik kan eenvoudig advies geven.

Startvraag

Je voelt je niet lekker op school.

Wat zeg je tegen je docent?

Denk 20 seconden na.

Woorden: het lichaam


hoofd - keel - buik - rug - arm - been - schouder


Ik heb pijn aan mijn ..


Mijn ... doet pijn.


Voorbeeld: Ik heb pijn aan mijn schouder

Woorden: klachten

hoofdpijn - buikpijn - keelpijn - koorts - hoesten - misselijk - duizelig - moe


Wat is het verschil?


"Ik heb hoofdpijn". / "Ik ben duizelig".

Welke zin klopt?

A

Ik ben hoofdpijn.

B

Ik heb hoofdpijn.

Welke zin klopt?

A

Ik heb misselijk.

B

Ik ben misselijk.

Welke zin klopt?

A

Mijn keel doet pijn.

B

Ik ben keel pijn.

Hoe beschrijf je een klacht? (uitleg geven)

Vertel drie dingen:

1. WAT? Ik heb buikpijn.

2. SINDS WANNEER? Sinds vanochtend.

3. HOE ERG? Een beetje / heel erg.

Samen: “Ik heb sinds vanochtend erge buikpijn.”

Samen oefenen

Situatie: Je hoest sinds gisteren en je bent moe.

Maak één duidelijke zin.

Begin met: “Ik ...”

Hierna bespreken we de antwoorden samen.

Oorzaak en gevolg

OORZAAK = Waarom gebeurt iets?

GEVOLG = Wat gebeurt er?

Voorbeeld:

Ik heb slecht geslapen. Daarom ben ik moe.

  • Oorzaak: Ik heb slecht geslapen.

  • Gevolg: Ik ben moe.

Onthoud:

  • Oorzaak = waarom?

  • Gevolg = wat gebeurt er?

Advies geven

Advies = zeggen wat iemand kan doen.

Je kunt ... / Je moet ... / Het is verstandig om ...

“Ik heb dorst.” → “Je kunt water drinken.”

“Ik ben moe.” → “Je kunt even rust nemen.”

Welk advies past? "Ik heb hoofdpijn". - "Ik heb een zere keel". Wanneer vraag je om hulp aan een volwassene of een huisarts?

Pak je werkblad erbij en ga aan de slag!

Maak opdracht 1 t/m 5 zelfstandig of in je groepje.

Lees de instructie goed.

Vraag gericht om hulp als iets onduidelijk is.

Afsluiting – Wat heb je geleerd? (5 minuten)

We bespreken de les klassikaal.

Hoe vertel je dat je ergens pijn hebt?

Wat is het verschil tussen oorzaak en gevolg?

Welk advies kun je geven aan iemand die ziek is?

Tot slot: Wat vond je makkelijk en wat vond je moeilijk?