Les 4 26/27

Les 4 2026/2027
Wat gaan we vandaag doen?
- Hoe was je huiswerk?;
- werkwoordspelling;
- lezen;
- spelling.


1 / 92
next
Slide 1: Slide
Nederlands

This lesson contains 92 slides, with interactive quizzes, text slides and 4 videos.

time-iconLesson duration is: 60 min
Report this lesson

Items in this lesson

Les 4 2026/2027
Wat gaan we vandaag doen?
- Hoe was je huiswerk?;
- werkwoordspelling;
- lezen;
- spelling.


Slide 1 - Slide

Huiswerk

- Hoe vond je het huiswerk: moeilijk, makkelijk, te doen?


Slide 2 - Slide

Werkwoordspelling

Bekende afbeelding -> pak 'm erbij

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Bespreking huiswerk
Volgens mij krijg ik nog de volgende zaken van je:
- 2 x Nieuwsbegrip: 
                - beantwoording van de vragen n.a.v. Les  1 (Tekst en                             opdrachten bij "Brand je niet aan fabels!");
                - woordenschat bij de tekst \ “Brand je niet aan fabels!”                     n.a.v. Les 2

Slide 5 - Slide

Bespreking huiswerk
N.a.v. Les 3:
- Oefeningen m.b.t. lange en korte klanken;
- Oefeningen m.b.t. tegenwoordige tijd (2 docs);
- maak de Nieuwsbegrip: lees de Tekst “Weren, kleren en smeren!”) en maakt de bijbehorende opdrachten;

Slide 6 - Slide

Foutjes in werkwoordspelling
Met deze goede voorbereiding (redden) je het examen sowieso.
Door goed te oefenen (worden) je vanzelf goed in spelling.
(besteden) je beste vriend veel tijd aan zijn huiswerk?

Slide 7 - Slide

Foutjes in samengestelde woorden
Zonne en straal                       ->  zonnestraal (zonder 'n' er is maar 1 zon)
auto en ongeluk                     ->  auto-ongeluk (met streepje: anders klinkerbotsing)
maan en schijn                       -> maneschijn (zonder 'n' er is maar 1 maan en 'mane' is een uitz)
zee en egel                               -> zee- egel (anders klinkerbotsing)
computer en handleiding  -> computerhandleiding (jij had met een - en het is gewoon 1 woord)
taal en cursus                         -> taalcursus (ook hier had jij een -, maar is niet nodig: 1 woord)
hel en vuur                               -> hellevuur (zie maneschijn)
diploma en uitreiking          -> diploma- uitreiking (anders klinkerbotsing)

Nog even over zee en egel -> zee- egel (anders klinkerbotsing) -> bij samengestelde woorden gebruik je nooit een trema. Een trema gebruik je juist niet in samenstellingen, maar in enkelvoudige woorden of vervoegingen (zoals reünie of zeeën)

Slide 8 - Slide

Samengestelde woorden en trema
Nog even over zee en egel -> zee- egel (anders klinkerbotsing) -> bij samengestelde woorden gebruik je nooit een trema. 

Een trema gebruik je juist niet in samenstellingen, maar alleen in enkelvoudige woorden of vervoegingen (zoals reünie of zeeën).

Slide 9 - Slide

Tegenwoordige tijd
Stap 1: Wat is het werkwoord? -> lopen
Stap 2: Haal 'en' eraf -> lop
Stap 3: Bepaal de 'ik-vorm" -> ik loop
Stap 4: om wie gaat het? -> ik / ander / meer
ik loop
ander (jij, hij, zij, u) stam/ik-vorm + t -> loopt
meer -> gewoon het hele werkwoord

Slide 10 - Slide

Even oefenen

Maak de volgende oefeningen

Slide 11 - Slide

Deze dame ........ van leuke kleding.

A
hout
B
hou
C
houdt
D
houd

Slide 12 - Quiz

Deze maand ........ Jan twee concerten. (bezoeken)

Slide 13 - Open question

De sleutel ........ onder de tweede bloempot of onder de mat.
A
ligt
B
legt
C
ligd
D
legdt

Slide 14 - Quiz

Papa ........ een citroen.(uitpersen)

Slide 15 - Open question

De reiziger ........ in bij de juiste balie.
A
checkt
B
checked
C
checket

Slide 16 - Quiz

Waarom...........jij dat de minister dit controversiële wetsvoorstel eigenhandig doorduwt? (vermoed)

Slide 17 - Open question

De patiënt ........ netjes op de deur.
A
klopd
B
klopt
C
klopdt
D
klop

Slide 18 - Quiz

.......... het plan drastisch zodra de gemeente de toegezegde subsidie intrekt? (Veranderen)

Slide 19 - Open question

Greet ........ graag met haar goede vriendin.
A
giecheld
B
giegeld
C
giechelt
D
giegelt

Slide 20 - Quiz

............... jij de regels als je de strikte deadline .............. die de manager..........? (overtreden, overschrijden, stellen)

Slide 21 - Open question

..............je broer zijn welverdiende verontschuldigingen aan als het project definitief mislukt? (bieden)

Slide 22 - Open question

(kneden) je oma het brooddeeg altijd met de hand?

Slide 23 - Open question

We gaan een tekst lezen
Kijk of mee op het scherm om lees het via je eigen printje.
Kijk goed naar de belangrijke 5 vragen.
Probeer die te beantwoorden.
Schrijf alle woorden die je niet begrijpt op.

Slide 24 - Slide

Van B1 naar B2: Leesstrategie (geldt ook voor luisteren) 
Kijk eerst naar de 5 BELANGRIJKE vragen (vraag je dit ALTIJD af):

- Waar gaat deze tekst over?
- Wat is de belangrijkste boodschap?
- Waarom heeft de schrijver deze tekst geschreven?
- Welke argumenten/voorbeelden gebruikt de schrijver?
- Wat moet ik afleiden?

Slide 25 - Slide

Leestekst
De transformatie van de binnenstad
De opkomst van het hybride werken heeft de dynamiek in moderne steden ingrijpend veranderd. Waar kantorensteden voorheen van negen tot vijf bruisten van de activiteit, kampen deze gebieden nu met een structurele leegloop op de traditionele 'thuiswerkdagen' zoals de woensdag en de vrijdag. 

Slide 26 - Slide

Leestekst
Deze verschuiving heeft verstrekkende gevolgen voor de lokale economie. Vooral de horeca en kleine detailhandel, die voorheen floreerden dankzij de dagelijkse stroom kantoorpersoneel, moeten hun bedrijfsmodel noodgedwongen herzien. Sommige ondernemers kiezen ervoor om hun openingstijden te verkorten, terwijl anderen zich richten op een compleet nieuwe doelgroep: de buurtbewoner in plaats van de forens.

Slide 27 - Slide

Leestekst
Critici waarschuwen dat deze ontwikkeling de sociale cohesie in stadscentra kan aantasten. Een verlaten zakendistrict straalt immers weinig gezelligheid uit en kan op den duur zelfs een gevoel van onveiligheid in de hand werken. Daarentegen zien stedenbouwkundigen juist een unieke kans om de leefbaarheid in de stad te vergroten. 

Slide 28 - Slide

Leestekst
Nu er minder parkeerplaatsen en kantoorruimtes nodig zijn, ontstaat er letterlijk ruimte voor vergroening en woningbouw. Door leegstaande kantoorpanden om te bouwen tot betaalbare appartementen, kan de binnenstad transformeren van een puur functionele werkplek naar een levendige, multifunctionele wijk waar wonen, werken en recreëren hand in hand gaan.

Slide 29 - Slide

Begrijp je de tekst?

Waar gaat de tekst over?

Slide 30 - Slide

Van B1 naar B2: Leesstrategie (geldt ook voor luisteren) 
Kijk eerst naar de 5 BELANGRIJKE vragen (vraag je dit ALTIJD af):

- Waar gaat deze tekst over?
- Wat is de belangrijkste boodschap?
- Waarom heeft de schrijver deze tekst geschreven?
- Welke argumenten/voorbeelden gebruikt de schrijver?
- Wat moet ik afleiden?

Slide 31 - Slide

Waar gaat deze tekst over?

Slide 32 - Open question

Wat is de belangrijkste boodschap?

Slide 33 - Open question

Waarom heeft de schrijver deze tekst geschreven?

Slide 34 - Open question

Welke argumenten/voorbeelden gebruikt de schrijver?

Slide 35 - Open question

Wat moet ik afleiden?

Slide 36 - Open question

Wat is de hoofdgedachte van de eerste alinea?
A
Thuiswerken zorgt ervoor dat de horeca in de weekenden veel drukker is geworden.
B
De verschuiving naar hybride werken dwingt lokale ondernemers om zich aan te passen aan een nieuwe realiteit.
C
Kantorensteden lopen volledig leeg omdat niemand meer op kantoor wil werken.
D
De detailhandel in de binnenstad moet definitief de deuren sluiten door het gebrek aan forensen.

Slide 37 - Quiz

Waarom?
Uitleg: De alinea beschrijft hoe thuiswerken de dynamiek verandert en sluit af met de kern dat ondernemers hierdoor "hun bedrijfsmodel noodgedwongen moeten herzien" (aanpassen).

Slide 38 - Slide

Wat is de belangrijkste reden waarom veel steden hun binnenstad momenteel herinrichten?

Slide 39 - Open question

Welk gevolg van de leegloop op woensdag en vrijdag wordt in de tekst genoemd?
A
Ondernemers verhogen hun prijzen om het verlies aan klanten te compenseren.
B
Er ontstaan grote parkeerproblemen in de woonwijken rondom de stad.
C
Sommige winkels en horecazaken besluiten minder uren open te gaan.
D
De overheid geeft extra subsidies aan de getroffen detailhandel.

Slide 40 - Quiz

Waarom?
In de tekst staat letterlijk: "Sommige ondernemers kiezen ervoor om hun openingstijden te verkorten". Dit betekent dat ze minder uren open zijn.

Slide 41 - Slide

Leg uit welk direct verband de tekst legt tussen het toenemende aantal thuiswerkers en het potentiële gevoel van onveiligheid in de binnenstad. Gebruik hierbij de tussenstappen die in de tweede alinea worden beschreven.

Slide 42 - Open question

Wat zien stedenbouwkundigen als een voordeel van de huidige situatie?
A
Er is minder budget nodig voor het onderhoud van grote kantoorpanden.
B
De vrijgekomen ruimte biedt kansen voor meer natuur en broodnodige huisvesting in de stad.
C
Forensen hoeven minder ver te reizen, wat beter is voor het milieu.
D
Bedrijven kunnen fors besparen op de huur van hun kantoorruimtes.

Slide 43 - Quiz

De tekst belicht de situatie vanuit twee verschillende perspectieven: die van de 'critici' en die van de 'stedenbouwkundigen'. Vat kort samen waarom de critici deze ontwikkeling als negatief zien, en waarom de stedenbouwkundigen het juist als een kans beschouwen.

Slide 44 - Open question

Waarom?
De tekst vermeldt dat er door de leegloop "letterlijk ruimte [ontstaat] voor vergroening (natuur) en woningbouw (huisvesting)".

Slide 45 - Slide

Wat betekent de uitdrukking "hand in hand gaan" in de laatste zin van de tekst?
A
Dat verschillende functies elkaar tegenwerken.
B
Dat bewoners vaker samenwerken om de wijk schoon te houden.
C
Dat er strenge regels komen voor het gebruik van de openbare ruimte.
D
Dat verschillende elementen heel goed met elkaar gecombineerd worden.

Slide 46 - Quiz

Waarom?
Dat verschillende elementen heel goed met elkaar gecombineerd worden.
Als wonen, werken en recreëren hand in hand gaan, betekent dit dat deze drie zaken harmonieus en tegelijkertijd plaatsvinden in de nieuwe multifunctionele wijk.

Slide 47 - Slide

In de eerste alinea wordt gesproken over ondernemers die hun bedrijfsmodel noodgedwongen moeten herzien. Leg in je eigen woorden uit welke twee verschillende strategieën ondernemers volgens de tekst toepassen om met de nieuwe situatie om te gaan.

Slide 48 - Open question

Moeilijke woorden

Beantwoord de volende vragen:

Slide 49 - Slide

Wat betekent het woord 'forens'?

Slide 50 - Open question

Wat betekent 'de sociale cohesie'?

Slide 51 - Open question

Wat betekent het woord 'stedenbouwkundige'?

Slide 52 - Open question

Wat betekent het woord 'floreren'?

Slide 53 - Open question

Wat betekent het woord 'aantasten'?

Slide 54 - Open question

Wat betekent het 'in de hand werken'?

Slide 55 - Open question

Lange en korte klanken

We gaan dit nog even herhalen

Slide 56 - Slide

Slide 57 - Video

Spelling: Lange klanken:
Lange klanken trekken we wat langer door bij het uitspreken. 
Je hoort alsof de klank "twee keer zo lang" duurt.
De klanken: aa – ee – ie – oo – uu
Voorbeelden:
baak
mees
kiep
rook
muur

Slide 58 - Slide

Spelling
klap de lettergrepen:
piloot -> pi-loot                 -> piloten -> pi-lo-ten
bomen -> bo-men           -> boom
geven -> ge-ven               -> ik geef
gluten -> glu-ren              -> ik gluur
braden -> bra-den           -> ik braad

Slide 59 - Slide

Spelling: korte klank
Korte klanken spreken we kort en krachtig uit. 
Er staat altijd maar één klinker in de lettergreep.
De klanken: a – e – i – o – u
Voorbeelden:
- bak
- mes
- kip
- rol
- bus

Slide 60 - Slide

Spelling
Luister goed
Verschil tussen man en mannen en maan en manen
verschil tussen bom en bommen en boom en bomen
Verschil tussen bus en bussen en muur en muren
Verschil tussen bes en bessen en been en benen

Slide 61 - Slide

Hij ................... (praten) urenlang over zijn plannen voor de toekomst

Slide 62 - Open question

Wat is de correcte meervoudsvorm van het woord 'bot?
A
booten
B
botten
C
boden
D
boten

Slide 63 - Quiz

Tijdens de opgraving vonden archeologen enkele eeuwenoude ................... (skelet) in de crypte.

Slide 64 - Open question

Wat is de correcte meervoudsvorm van het woord 'speer'?
A
speren
B
sperren
C
speeren
D
speren

Slide 65 - Quiz

In de herfst vallen de          van de bomen. (blad)

Slide 66 - Open question

Wat is de correcte meervoudsvorm van het woord 'kleurplaat'?
A
kleurplaten
B
kleurplatten
C
kleurplaaten
D
kleurplaats

Slide 67 - Quiz

Hij ....... (zagen) de boom om.

Slide 68 - Open question

Hij ....... (huren) al jaren hetzelfde zomerhuisje.

Slide 69 - Open question

Dictee
Schrijf op de volgende slide de door mij genoemde woorden op en als we klaar zijn druk ja pas op 'enter'.

Slide 70 - Slide


Slide 71 - Open question

Nieuwe spellingsregel

In sommige woorden hoor je een 'c' die klinkt als 's' of 'k'

Slide 72 - Slide

Een 'c' die klinkt als 's' of 'k'
Woorden met een 'c' zijn weetwoorden.
Als 's'-klank: De 'c' klinkt als een 's' wanneer er een e, i, y of ij achter de 'c' staat (zoals in citroen of cirkel).

Als 'k'-klank: De 'c' klinkt als een 'k' wanneer er een a, o, u of een medeklinker achter staat (zoals in clown of cadeau
 

Slide 73 - Slide

Slide 74 - Video

Slide 75 - Video

Slide 76 - Video

Woorden met 'c' klinkend als 's'
cel
cent
docent centrum
cirkel
centimeter cement
fascineer
fascisme

Slide 77 - Slide

Woorden met 'c' klinkend als 'k'
cavia                                      bioscoop
camera                                 scripy
club                                        microscoop
code cactus
reclame
score
disco

Slide 78 - Slide

Woorden met 'cc' klinkend als 'k'
accu
accuraat
broccoli
account

Slide 79 - Slide

Woorden met 'c' klinkend als 'k' of 's'
succes
accijns
accent
accepteer

Slide 80 - Slide

Even oefenen

Vul de volgende oefeningen in

Slide 81 - Slide

De juf is jarig, ik ga haar ...


A
felisiteren
B
felicciteren
C
feliciteren

Slide 82 - Quiz

Alle kinderen staan in een ... circel

cirke
A

Slide 83 - Quiz

Alle kinderen staan in een ...


A
sircel
B
cirkel
C
circel

Slide 84 - Quiz

De winkel ... geen briefjes van 500 euro.

A
aksepteert
B
accepteert
C
akcepteert

Slide 85 - Quiz

Au! Die ... heeft scherpe stekels.


A
caktus
B
kactus
C
cactus

Slide 86 - Quiz

De artiesten in het ... zijn erg grappig.


A
circus
B
sirkus
C
cirkus

Slide 87 - Quiz

5. Onder de ... ziet de onderzoeker een virus.


A
microscoop
B
microskoop
C
mikroscoop

Slide 88 - Quiz

Welke woorden zouden hier staan?
a.u
.avia
.a.tus

Slide 89 - Open question

Welke woorden zouden hier staan?
a.eptatie
bro.oli
.ijfers

Slide 90 - Open question

Welke woorden zouden hier staan?
.itroen
.ontra.t
a.ijns

Slide 91 - Open question

Huiswerk
Nieuwsbegrip:
Tekst en opdrachten bij "Brand je niet aan fabels!";
Geef aan of je dit tekstniveau 'lastig' vindt;
Zoek 5 woorden die je niet begrijpt op in een woordenboek.

Slide 92 - Slide