Start CE26 Seneca/Cicero

Start CE26 
Seneca/Cicero
1 / 30
next
Slide 1: Slide
LatijnMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6

This lesson contains 30 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Start CE26 
Seneca/Cicero

Slide 1 - Slide

Thema: amicitia
binnen de filosofie: 
Aristoteles
Seneca
Cicero

Slide 2 - Slide

Wat vind jij belangrijk in vriendschap?

Slide 3 - Open question

Moeten je vrienden op je lijken?
😒🙁😐🙂😃

Slide 4 - Poll

Heb je vrienden nodig om gelukkig te zijn?
😒🙁😐🙂😃

Slide 5 - Poll

Interessant:
vergelijken mening over vriendschap toen en nu
verschillen Seneca/Cicero/Aristoteles

Slide 6 - Slide

Welke filosofie hing Seneca aan?
A
Epicurisme
B
Platonisme
C
Scepticisme
D
Stoicisme

Slide 7 - Quiz

Welke filosofie hing Cicero (het meest) aan?
A
Epicurisme
B
Platonisme
C
Scepticisme
D
Stoicisme

Slide 8 - Quiz

Wat was het doel van Romeinse filosofen?
A
rust en een baard verkrijgen
B
Griekse filosofie romaniseren
C
Griekse filosofie laten vergeten
D
geld verdienen door les te geven

Slide 9 - Quiz

Wat is 'secundum naturam vivere'?
A
leven volgens de Ratio
B
biologie en wiskunde doen
C
regelmatig het naaktstrand bezoeken
D
leven volgens je karakter

Slide 10 - Quiz

Slide 11 - Video

Van welke keizer was Seneca de opvoeder?
A
Claudius
B
Caligula
C
Tiberius
D
Nero

Slide 12 - Quiz

Seneca werd als hypocriet gezien, omdat hij
A
omdat hij zo rijk was
B
omdat hij Nero opvoedde
C
omdat hij tegen slavernij was
D
omdat hij deelnam aan een samenzwering

Slide 13 - Quiz

Slide 14 - Video

jaarprogramma
Seneca en Cicero: Latijnse teksten en teksten in vertaling
Cultuur voor de context

497 regels Latijn
916 regels vertaalde teksten

hard doorwerken: 33 regels per week! (powerpoints)

Slide 15 - Slide

jaarprogramma
  • 33 regels per week vertalen
  • samenvatting syllabus (facultatief)
  • wekelijkse bonusopdrachten
  • 3x SE: elk 25% van je SE cijfer, elk 120 minuten
  • SE1: syllabus + NL + Latijnse teksten t/m brief 9 regel 39 (+/-100)
  • SE2: syllabus + NL + Latijnse teksten t/m brief 81 regel 155 (+/- 200)
  • SE3: syllabus + NL + Latijnse teksten t/m einde pensum (+/- 200)
  • 19-5: CE Latijn 

Slide 16 - Slide

De examenbundel (+ erratum)
- alle verplichte teksten (Latijn en Nederlands)
- alle verplichte cultuur: hst. 12 syllabus; uitgewerkt in boek
- hst 8 antwoorden op de vragen bij de aantekeningen (!)
- hst. 9 proefvertalingen om te oefenen
- hst. 10 literaire termen (vooral herh)
- hst. 11 Grammatica-overzichten (vooral herh)
- hst. 13 woordenlijst om niet te gebruiken! <3 woordenboek

Slide 17 - Slide

En dan dus Latijn...
keurig Latijn!
gerundium/gerundivum
coniunctivus
zelfstandig gebruik bn/ptc
stijlmiddelen
omgaan met lange zinnen (strategie!)

Slide 18 - Slide

Welke van de twee is bijvoeglijk?
A
Gerundium
B
Gerundivum

Slide 19 - Quiz

timer
1:00
Van het leren
door het leren
om te leren
voor het leren
discendi
discendo
ad discendum
discendo

Slide 20 - Drag question

Carthago delenda est
A
Gerundium
B
Gerundivum

Slide 21 - Quiz

Veni in scholam ad discendum
A
Gerundium
B
Gerundivum

Slide 22 - Quiz

Sleep de coniunctivus naar de juiste tijd 
plusq. perf.
perfectum
imperfectum
praesens
venirent
venissent
venerint
veniant

Slide 23 - Drag question

Ut + coni. vertaal je als
A
opdat/om te
B
zoals
C
zodra
D
dat, zodat

Slide 24 - Quiz

Sleep de zin naar de juiste functie. 
1 zin per functie!
mogelijkheid/ potentialis
twijfel/ dubitativus
aansporing/ adhortativus
Had hij maar geslapen!









Ik zou slapen(, als ...)

Ik zou kunnen slapen(, als …)

Jij moet/mag niet slapen!

 Laten we slapen!

Moet ik slapen? 
 Moge hij slapen
Sliep hij maar!
 ik zou hebben geslapen (als)

 

Slide 25 - Drag question

Coni. praesens in de hoofdzin kan zijn:
A
vervulbare wens
B
mogelijkheid/ waarschijnlijkheid
C
irrealis van het verleden
D
doel

Slide 26 - Quiz

Bonus betekent goed
zelfst gebruikt bonum betekent:
A
goed
B
god
C
het goede
D
het goed

Slide 27 - Quiz

Zelfst. gebruikt 'dicentes' betekent
A
de woorden
B
de sprekers
C
degenen die spreken
D
sprekend

Slide 28 - Quiz

Noteer waar je nog vragen over hebt/ waar je je zorgen om maakt/ waar je naar uitkijkt/wat dan ook bij Latijn!

Slide 29 - Open question

Slide 30 - Slide