3.14 + 3.15

Vak: Nederlands
Hoofdstuk: 3.14 + 3.15
1.
Lesopening
2.
Lesdoel + Leergebiedoverstijgende doelen
3.
Arrangementen + mini-check
4. 
Instructie
5.
Begeleid inoefenen
6. 
Zelfstandig werken
7.
Evaluatie
1 / 25
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo k, tLeerjaar 2

This lesson contains 25 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Vak: Nederlands
Hoofdstuk: 3.14 + 3.15
1.
Lesopening
2.
Lesdoel + Leergebiedoverstijgende doelen
3.
Arrangementen + mini-check
4. 
Instructie
5.
Begeleid inoefenen
6. 
Zelfstandig werken
7.
Evaluatie

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

1. Lesopening

LJ2: Pak je boek van Nederlands en open deze op blz 144.

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

2. Leergebiedoverstijgende doelen
Aan het eind van deze les:
- kun je een goede instructie schrijven
- kun je een formulier invullen


Leergebiedoverstijgende doelen:
Denkvermogen
- Weegt oplossingen tegen elkaar af
- Kiest beargumenteerd een oplossing

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

3. Mini-check
Er is geen mini-check vandaag.

Iedereen doet mee met de instructie. 

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Instructie 
In een instructie staat hoe iemand iets moet doen of maken. Een instructietekst is duidelijk en in stappen opgebouwd.
Als je iemand een instructie geeft, wil je dat die persoon begrijpt wat hij precies moet doen. 




Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Instructie
Zorg er daarom voor dat je instructie duidelijk is:

  • Zet de stappen van de instructie in de goede volgorde.
  • Zet voor elke stap van de instructie een streepje, een bolletje of een nummer.
  • Gebruik volgordewoorden, zoals: eerst, daarna, ten slotte.
  • Begin elke stap met een werkwoord. (doe-woord)



Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Instructie
Voorbeelden:

  • Vouw het papier eerst dubbel.
  • Ga daarna linksaf bij het kruispunt.
  • Kook de spaghetti ten slotte tot deze gaar is.

Je kunt je instructie soms duidelijker maken door een afbeelding bij de tekst te zetten.





Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Begin de zin met een werkwoord

  1. Eerst steek je je bankpas in de pasinvoer.
  2. Daarna voer je je pincode in.
  3. Dan druk je op de knop Geld opnemen.
  4. Vervolgens kies je het bedrag dat je wilt opnemen.
  5. Vervolgens geef je aan of je een transactie-bon wilt met een knop ja of nee.
  6. Ten slotte kun je je pas, het geld en de transactiebon uit de automaat nemen.
  7. Vervolgens kies je het bedrag dat je wilt opnemen.




Pinnen bij een geldautomaat
1. Steek eerst je bankpas in de pasinvoer.
2. Voer daarna je pincode in.
3. Druk dan op de knop Geld opnemen.
4. Kies vervolgens het bedrag dat je wilt opnemen.
5. Geef vervolgens aan of je een transactiebon wilt met de knop Ja of Nee.
6. Neem ten slotte je pas, het geld en de transactiebon uit de automaat.

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Begin de zin met een werkwoord

  1. Steek je bankpas in de pasinvoer.
  2. Voer daarna je pincode in.
  3. Druk dan op de knop Geld opnemen.
  4. Kies vervolgens het bedrag dat je wilt opnemen.
  5. Geef vervolgens aan of je een transactie-bon wilt met een knop ja of nee.
  6. Neem ten slotte  je pas, het geld en de transactiebon uit de automaat 




Pinnen bij een geldautomaat
1. Steek eerst je bankpas in de pasinvoer.
2. Voer daarna je pincode in.
3. Druk dan op de knop Geld opnemen.
4. Kies vervolgens het bedrag dat je wilt opnemen.
5. Geef vervolgens aan of je een transactiebon wilt met de knop Ja of Nee.
6. Neem ten slotte je pas, het geld en de transactiebon uit de automaat.

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Receptenboek
Je hebt vast allemaal wel een lievelingsgerecht. 

Voordat het op je bord ligt, moet dat eerst gemaakt worden. Daarvoor heb je ingrediënten nodig en moet je weten hoe je het maakt.

Je gaat een zelfgeschreven recept maken. 

Slide 10 - Slide

Bron: www.flicker.com ; Frans Schouwenburg

Om er een echt boek van te maken, is het niet alleen belangrijk dat je recepten duidelijk zijn maar moet je ook goed overleggen met je klasgenoten.

Bekijk voordat je begint eerst het 'Stappenplan instructie schrijven' uit de vorige les nog eens. Op de volgende slide staat deze nog een keer. 

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

  • Vertel waar de instructie over gaat. 
  • Leg alles stap voor stap uit. Gebruik korte zinnen.
  • Zet alles in een logische volgorde.
  • Geef de stappen een nummer, of zet een opsommingsteken voor elke stap. (Streepje (-) of bolletje)
  • Begin elke instructiezin met een doe-woord.   (Pak... Doe... Zet...)
  • Gebruik signaalwoorden die de volgorde aangeven. (Eerst... Dan... Daarna... Vervolgens... Ten slotte...)
  • Gebruik afbeeldingen als die je instructie duidelijker maken. 
Zo schrijf je een instructie

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Formulieren
Deze uitleg gaat over formulieren. Formulieren invullen doe je vaak. Bijvoorbeeld:

  • om je in te schrijven bij een huisarts, fitness enz.
  • om de huurtoeslag/zorgtoeslag aan te vragen
  • sollicitatieformulier 

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

formulier
Je moet de volgende gegevens kunnen invullen:
naam, adres, postcode,woonplaats
geboortedatum, telefoonnummer

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Tips:
  • Lees het formulier altijd goed door!
  • Schrijf altijd netjes en duidelijk, Gebruik blokletter als hierom gevraagd wordt. 
  • Vul op officiele formulieren de voornamen in die in je paspoort of op je identiteitskaart staan
  • Weet je niet zeker wat de woorden op een formulier betekenen? Vraag dan altijd iemand om je te helpen. 
  • Zet geen handtekening als je het formulier niet zo goed begrijpt 

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Je naam invullen
Op een formulier moet je altijd je naam invullen. Dit lijkt makkelijk. Toch is dit best moeilijk. Want welke naam moet je invullen?
Staat er:
  • Naam en  Voornaam = 
Vul dan bij naam je achternaam in. Vul bij  voornaam je voornaam in.  
Bijv. Gencer Fatma
  • :Naam en voorletters =
Vul bij naam je achternaam in en bij voorletters je voorletters. Bijv.  Gencer F. G.
  • Naam =
Voor je voornaam en achternaam in. Bijv. Fatma Gencer



Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Een formulier ondertekenen
Je moet een formulier vaak ondertekenen. 
Lees voordat je een handtekening zet het formulier goed door:
  • Waar schrijft je je voor in of waar geef je je voor op?
  • Moet je iets betalen?
Een formulier ondertekenen, doe je zo: 
  • Je schrijft de datum op waarop je het formulier invult.
  • Je schrijft soms de plaats op waar je het formulier invult.
  • Je zet je handtekening 

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

regels invullen formulier
1. schrijf altijd precies binnen de daarvoor bestemde ruimte (papier)
2. schrijf nooit iets op plaatsen waar je niks mag invullen
3. zet op papier een streepje of n.v.t (= niet van toepassing) als dit onderdeel niet voor jou van toepassing is.
4. Heb je alles ingevuld? Lees het dan nog eens aandachtig door en kijk of je alles goed hebt ingevuld. 

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

5. Begeleid inoefenen
Vind je het nog lastig? Dan maken we samen een opdracht. 

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

6. Zelfstandig werken
Je maakt nu zelfstandig opdracht 8 en 9 op bladzijde 148




Ben je klaar?
Dan mail je de opdracht naar mij.
Daarna ga je in stilte lezen. 
timer
1:00

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

7. Evaluatie LJ2
Hoe ging de les?
Zijn er nog dingen die je lastig vindt?

- kun je een goede instructie schrijven?
- kun je een formulier invullen?


                    

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Huiswerk & Toetsen
Huiswerk
Vrijdag 10 februari
3.14 + 3.15 opdracht 6 en 8
Toetsen:
Geen

Slide 25 - Slide

This item has no instructions