Th3 B1-6 Herhaling en oefenen Verbranding en ademhaling LLN

Oefenen Thema 3 
Verbranding en ademhaling
Basisstof 1 t/m 6
1 / 54
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 2

This lesson contains 54 slides, with interactive quizzes, text slides and 8 videos.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

Oefenen Thema 3 
Verbranding en ademhaling
Basisstof 1 t/m 6

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

om iets te laten branden heb je
Om iets te laten branden heb je nodig
Haal je een van de drie weg, dan zal het vuur doven

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Wat komt er vrij bij verbranding?


Warmte = 


Licht=

 

Water= 


koolstofdioxide (co2) =



energie
energie
verbrandingsproduct
verbrandingsproduct

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

DUSSSSS bij verbranding altijd



brandstof + zuurstof = water + CO2 + energie



Brandstof
Brandstof
verbrandingsproduct
verbrandingsproduct
verbrandingsproduct
Dit noem je een...
verbrandingsreactie

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Wat heb je NIET nodig voor verbranding?
A
Zuurstof
B
Koolstofdioxide
C
Ontbrandingstemperatuur
D
Brandstof

Slide 5 - Quiz

This item has no instructions

Wat zijn verbrandingsproducten?


A
stoffen die nodig zijn voor een verbranding
B
stoffen die ontstaan bij verbranding
C
stoffen die worden gebruikt bij een verbranding

Slide 6 - Quiz

This item has no instructions

Waar of niet waar:
Bij verbranding ontstaat altijd koolstofdioxide (CO2).
A
Waar
B
Niet waar

Slide 7 - Quiz

This item has no instructions

Waar of niet waar:
Een mondademhaling is beter dan een neusademhaling.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 8 - Quiz

This item has no instructions

Wat moet er op plek 1?

A
Water
B
Zuurstof
C
Koolstofdioxide
D
Glucose

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Ingeademde lucht bevat veel/weinig zuurstof
A
veel
B
weinig

Slide 11 - Quiz

This item has no instructions

Uitgeademde lucht bevat veel/weinig koolstofdioxide
A
veel
B
weinig

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions

Welke lucht is het warmst?
A
ingeademde lucht
B
uitgeademde lucht

Slide 13 - Quiz

This item has no instructions

Welke stof is de brandstof in je lichaam?
A
zuurstof
B
glucose
C
bloed
D
urine

Slide 14 - Quiz

This item has no instructions

Ademhalingsstelsel
  • neus- & mondholte -> keelholte 
-> strottenhoofd
  • luchtpijp vertakt zich in 2 bronchiën
  • bronchiën -> luchtpijptakjes -> longblaasjes
  • middenrif
middenrif = stevig, gespierd vlies dat de romp verdeelt in de borstholte en de buikholte. 
Het kan omhoog en omlaag bewegen.

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

De longen
  • trosjes met longblaasjes
  • longhaarvaten


  • dunne wanden
Waarom zijn de wanden van longblaasjes en longhaarvaten zo dun?
-Hierdoor kunnen koolstofdioxide en zuurstof er makkelijk doorheen (dit noem je gaswisseling)
Blauw/rood:
-Blauw = bloed met een laag zuurstof gehalte
-Rood = bloed met een hoog zuurstof gehalte
Trosjes met longblaasjes:
-Dit bouwplan zorgt voor enorme oppervlakte vergroting zodat er veel gaswisseling kan plaatsvinden
-Het oppervlakte van alle longblaasjes samen is 70 tot 100 m2!
-Je hebt ongeveer 3 miljoen longblaasjes!

Slide 16 - Slide

oppervlakte van 70-100m2
blauw/rood bloed
wanden dun voor gaswisseling
De luchtpijp 
  • holle buis
  • luchtpijp & bronchiën:
kraakbeenringen
  • luchtpijptakjes:
spiertjes
  • slijmvlies
Kraakbeenringen:
de wand van de luchtpijp en  de bronchiën bevatten hoefijzervormige kraakbeenringen, hierdoor staat de luchtpijp altijd open.
Waarom zitten er geen kraakbeenringen om de slokdarm?
-De slokdarm wordt al beschermd door de wervelkolom
De luchtpijp van een volwassen persoon is ongeveer 10-12cm lang

Slide 17 - Slide

Waarom kraakbeenringen?
waarom slokdarm geen kraakbeen ringen?

Slide 18 - Video

This item has no instructions

Slide 19 - Video

This item has no instructions

0

Slide 20 - Video

This item has no instructions

De keelholte
  • strotklepje 
  •  huig
De huig:
-Als je voedsel inslikt, sluit de huig de neusholte af.

Het strotklepje:
-Als je voedsel inslikt sluit het strotklepje de luchtpijp af.
Antwoord:
Soms sluiten het strotklepje en de huig niet goed, bijvoorbeeld als je in de lach schiet tijdens het eten. Dat verslik je je.
Voedsel of drank komt dan in de luchtpijp terecht, door de hoesten krijg je het voedsel er weer uit.

Slide 21 - Slide

dom bouwplan, ergens in de evolutie is hiervoor gekozen vanwege voordeel maar heeft makkelijk verslikken dus als nadeel
Ademen & het reukzintuig
  • reukzintuig

Ademen door je neus is gezonder dan door je mond, waarom?
Als je door je mond ademt:
-binnenstromende lucht wordt minder goed gezuiverd, verwarmd en vochtig gemaakt
-je ruikt minder goed -> waarschuwingen komen slechter door
-> ademen door je neus is dus gezonder!
Wat is de functie van het reukzintuig?
-Het keuren van de binnenstromende lucht

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

neusholte & mondholte
  • neusholte is bedekt met neusslijmvlies
  • bloedvaatjes

  • trilhaartjes
Waarom zit dit allemaal in je neus? 
neusslijmvlies:
-In het neusslijmvlies zitten slijmproducerende cellen, deze maken de neusholte vochtig, de ingeademde lucht wordt hierdoor ook vochtig
Bloedvaatjes:
-Dicht onder het neusslijmvlies lopen bloedvaatjes
-Het bloed verwarmt  het neusslijmvlies en hierdoor ook de binnenstromende lucht
Trilhaartjes:
-Verplaatsen het slijm met stofdeeltjes naar de keelholte waar het wordt ingeslikt
Antwoord:
-In de lucht die je inademt zitten vaak stofdeeltjes en ziekteverwekkers
-Voor in de neusholte zitten neusharen die de grote stofdeeltjes tegen houden
-Kleine stofdeeltjes en ziekteverwekkers blijven plakken aan het neusslijmvlies

Slide 23 - Slide

trilhaartjes: verplaatsen slijm met stofdeeltjes naar keelholte -> inslikken
neusslijmvllies: slijmproducerende cellen maken neusholte vochtig en ingeademde lucht ook vochtig, als dat niet gebeurd beschadigen de longen
longblaasjes
longen
brochien
luchtpijptakjes
luchtpijp

Slide 24 - Drag question

This item has no instructions

middenrif
longblaasje
Luchtpijptakje
haarvaatje
luchtpijp
mondholte
keelholte
neusholte
long

Slide 25 - Drag question

This item has no instructions

0

Slide 26 - Video

This item has no instructions

Wat is de functie van het neusslijmvlies?
A
Geur herkennen
B
Opnemen van zuurstof
C
Tegenhouden van ziekteverwekkers
D
Verwarmen van de inkomende lucht

Slide 27 - Quiz

This item has no instructions


Wat is juist?
A
1: neusholte B : luchtpijp
B
1: mondholte A: slokdarm
C
1: neusholte B: slokdarm
D
1: mondholte A: luchtpijp

Slide 28 - Quiz

This item has no instructions


Wat zie je hier?
A
open strotklepje en gesloten huig
B
gesloten strotklepje en open huig
C
open strotklepje en open huig
D
gesloten strotklepje en gesloten huig

Slide 29 - Quiz

This item has no instructions


Hier zie je iemand die....
A
zich verslikt
B
lucht inademt
C
voedsel normaal doorslikt
D
lucht in de slokdarm krijgt

Slide 30 - Quiz

This item has no instructions

Onderste luchtwegen
De luchtpijp, bronchiën, longen en de longblaasjes vormen de onderste luchtwegen.

De bovenkant van de luchtpijp sluit aan op het strottenhoofd. De onderkant splitst in de twee bronchiën. De ene gaat naar de rechter- de andere naar de linkerlong.

Net als de luchtpijp bevatten ook de bronchiën kraakbeenringen.
Kraakbeenringen (hoefijzervormig). Maken de luchtpijp stevig en zorgen ervoor dat deze open blijft staan.
vertakkingen 
van een bronchie

Slide 31 - Slide

This item has no instructions

0

Slide 32 - Video

This item has no instructions

Bronchiën
kraakbeenringen
vertakkingen
bronchiën
longblaasjes

Slide 33 - Drag question

This item has no instructions

Enkele delen van het ademhalingsstelsel zijn de bronchiën, de longblaasjes en de luchtpijp. In volgorde: Waardoor komt de lucht binnen bij een diepe ademhaling? 
Sleep het goede antwoord naar het vak
bronchiën - longblaasjes - luchtpijp
bronchiën - luchtpijp - longblaasjes 
longblaasjes - bronchiën - luchtpijp 
longblaasjes - luchtpijp - bronchiën 
luchtpijp - bronchiën - longblaasjes 
luchtpijp - longblaasjes - bronchiën 

Slide 34 - Drag question

This item has no instructions


nr. 1 en nr. 3
A
1: kooldioxide rijk bloed 3: zuurstofrijke lucht
B
1: zuurstofrijke lucht 3: zuurstofarm bloed
C
1: zuurstofarm bloed 3:koolstofdioxide rijke lucht
D
1: zuurstofrijk bloed 3: zuurstofarme lucht

Slide 35 - Quiz

This item has no instructions

Welk gas wordt in de longblaasjes opgenomen in het bloed?
A
Zuurstof
B
Koolstofdioxide
C
Koolstofmonoxide
D
Stikstof

Slide 36 - Quiz

This item has no instructions

Welk gas gaat er in de longen van het bloed naar de longblaasjes?
A
Zuurstof
B
Koolstofdioxide
C
Koolstofmonoxide
D
Stikstof

Slide 37 - Quiz

This item has no instructions

Binnenklimaat
De lucht in een gebouw noem je ook wel het binnenklimaat. Het klimaat kan vervuild zijn met stoffen en organismen. Zo kunnen mensen bijvoorbeeld ademhalingsproblemen, hoestbuien of tranende ogen krijgen van tabaksrook. Voor een goed binnenklimaat is de hoeveelheid zuurstof en koolstofdioxide belangrijk. Daarnaast is de temperatuur en de luchtvochtigheid (50-60%) van belang. 

Als het warm is en er is te weinig zuurstof, kun je daar knap slaperig
en sloom van worden. 
Als er teveel koolstofdioxide is, werk je minder snel en maak je meer 
fouten. In ruimtes waar veel mensen bijeen zijn, is er meer 
koolstofdioxide in de lucht.
Door te ventileren verdwijnen schadelijke stoffen / organismen en de temperatuur en de luchtvochtigheid wordt positief beïnvloed.
afzuigkap gebruiken
klapraampje badkamer open
afzuiger badkamer aan
Winter: VENTILEREN 

Slide 38 - Slide

This item has no instructions

Schimmels en huismijt
Veel mensen zijn allergisch voor de sporen van schimmels of de uitwerpselen van huisstofmijt. Ze krijgen daarvan een verstopte neus, tranende ogen of moeten hoesten.

De huisstofmijt is kleiner dan 1 mm. Ze zijn overal in huis, vaak op warme en vochte plekken zoals op je matras of in de badkamer
tegen de mijt
- stofzuigen
- douchecabine drooghouden
- verwarming lager / uit
- ventileren

Slide 39 - Slide

This item has no instructions

Koolstofmonoxide
Het gevaarlijke van koolmonoxide is: 
Je proeft of ruikt het niet. Bij inademing raak je al snel bewusteloos.

Koolmonoxide komt vrij bij onvolledige verbranding.
Omdat het veel sneller opgenomen wordt in het bloed is er geen plek voor zuurstof. De cellen krijgen daardoor te weinig zuurstof. Als het lang duurt, raak je bewusteloos en als je hersenen te weinig zuurstof krijgen, kun je eraan doodgaan.

Heb je een kachel of geiser die slecht onderhouden is of in een slecht geventileerde ruimte staat? Dan kan er koolmonoxide vrijkomen. Ook de verkeerde aansluiting van een moderne CV-ketel kan een oorzaak zijn.
Plaats een koolmonoxide- melder in huis.

Slide 40 - Slide

This item has no instructions

Ventileren
Schadelijke stoffen verdwijnen door ventilatie en de luchtvochtigheid daalt (50 - 60 % is prima). 
Tips:
- de afzuigkap aanzetten (koken)
- raampje open (badkamer)
- afzuiger aan (na het douchen)

In de winter WEL ventileren (een raampje open) want ventilatie droogt de lucht en droge lucht verwarmen kost minder energie!

Slide 41 - Slide

This item has no instructions


De gevolgen van sporen van schimmels kunnen zijn:
1
2
3
4
5
6
7
A
5, 7
B
3, 4
C
2, 6, 7
D
2, 6

Slide 42 - Quiz

This item has no instructions


De gevolgen van de uitwerpselen van de huisstofmijt kunnen zijn:
1
2
3
4
5
6
7
A
1 en 2
B
3 en 1
C
7 en 2
D
6 en 7

Slide 43 - Quiz

This item has no instructions


De gevolgen van koolmonoxide kunnen zijn:
1
2
3
4
5
6
7
1. hoofdpijn
2. misselijkheid
3. duizeligheid
4. verwardheid
5. vermoeidheid
6. bewusteloosheid
7. dood
A
1, 2, 3, 5
B
3 t/m 7
C
1 en 3 t/m 7
D
allemaal

Slide 44 - Quiz

This item has no instructions

1. Koolstofmonoxide is een gas dat je niet kunt zien, proeven
of ruiken.

2. Koolmonoxide komt vrij bij volledige verbranding
A
beide waar
B
beide nietwaar
C
1: waar 2: nietwaar
D
1: nietwaar 2: waar

Slide 45 - Quiz

This item has no instructions

Ventileren, wat is dat?

Slide 46 - Open question

This item has no instructions

Onvolledige verbranding,
wat is dat en wat komt daarbij vrij?

Slide 47 - Open question

This item has no instructions

Slide 48 - Video

This item has no instructions

Slide 49 - Video

This item has no instructions

Slide 50 - Video

This item has no instructions

Benoem de kenmerken van COPD
(meerdere antwoorden juist)
A
Het is chronisch
B
Ontsteking aan de luchtwegen
C
Ontsteking aan de luchtpijp
D
Het gaat weer over

Slide 51 - Quiz

This item has no instructions

Benoem de kenmerken van Astma
(meerdere antwoorden juist)
A
Het is chronisch
B
Ontsteking aan de luchtwegen
C
Ontsteking aan de luchtpijp
D
Het gaat weer over

Slide 52 - Quiz

This item has no instructions

Wat is de betekenis van het woord 'chronisch'?
(twee antwoorden zijn juist)
A
De aandoening is langdurig
B
De aandoening gaat vanzelf weer over
C
De aandoening is blijvend
D
Dit is een aandoening aan de darmen

Slide 53 - Quiz

This item has no instructions

Welk onderwerp vond je nog erg lastig en zou je meer uitleg over willen?

Slide 54 - Open question

This item has no instructions