21-22 / Goederen par. 3.6

Goederenstroom
Klas 1hodb
Schooljaar 2021-2022
Opleiding Ondernemer Retail
Docent: mevrouw Jansen
1 / 19
next
Slide 1: Slide
RetailMBOStudiejaar 1

This lesson contains 19 slides, with text slides.

Items in this lesson

Goederenstroom
Klas 1hodb
Schooljaar 2021-2022
Opleiding Ondernemer Retail
Docent: mevrouw Jansen

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Inhoud les
  • Uitleg par. 3.6 - inkoopwaarde van de omzet 
  • Aan de slag!

Slide 4 - Slide

Lesdoelen:
  • Je leert wat inkoopwaarde van de
      omzet is.
  • Je leert hoe je de inkoopwaarde
      van de omzet moet berekenen
      vanuit de verkochte voorraad.
  • Je leert hoe je de inkoopwaarde
      moet berekenen vanuit de omzet.

Slide 5 - Slide

Inkoopwaarde van de omzet (IWO)
Is het totale aantal artikelen dat verkocht is tegen inkoopprijs.

Slide 6 - Slide

IWO
  1. Een winkel heeft 30 kaarsen verkocht. De winkel moet een inkoopprijs van € 1,50 per stuk betalen voor deze kaarsen. Wat is de inkoopwaarde van de omzet (in euro's)?

  2. Een winkel heeft 40 tassen voor € 25,- per stuk ingekocht. De winkel heeft hiervan 30 tassen verkocht. Wat is de inkoopwaarde van de omzet (in euro's)?

Slide 7 - Slide

IWO berekenen
  • Om de inkoopwaarde van de omzet uit te rekenen wil je dus eigenlijk
       weten hoeveel je hebt verkocht (tegen inkoopprijs).

  • Je kunt de inkoopwaarde van de omzet op twee manieren uitrekenen. 

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Let op creditnota's
  • Voor de inkopen die je bij de leverancier doet betaal je een inkoopbedrag (inkoopfactuur).

  • Wanneer er bijvoorbeeld artikelen niet geleverd zijn die wel op de inkoopfactuur staan
      dan krijg je dat bedrag terug van de leverancier (creditnota).

  • Een creditnota haal je van het inkoopbedrag (inkoopfactuur) af. 

Slide 10 - Slide

Voorbeeld 1
  •  Van een artikelgroep zijn de volgende gegevens bekend:
                        - waarde van de voorraad op 1 januari: € 23.560
                        - waarde van de voorraad op 31 december: € 19.580
                        - totaalbedrag inkopen (excl. btw) in dat jaar: € 55.670
                        - totaalbedrag creditnota's inkopen (excl. btw): € 2.200
  • Vraag: bereken de inkoopwaarde van de omzet (IWO)

Slide 11 - Slide

Uitwerking voorbeeld 1
De creditnota's haal je van de inkopen af (je krijgt geld terug van de leverancier, omdat er bijvoorbeeld artikelen niet zijn geleverd die wel op de inkoopfactuur stonden). Waarde inkopen wordt dan € 55.670 -/- € 2.200 = € 53.470

Waarde beginvoorraad            € 23.560
Waarde inkopen                          € 53.470    +
Waarde eindvoorraad               € 19.580     -
_______________________________________   
IWO                                                    € 75.080

Slide 12 - Slide

Voorbeeld 2
  • Omzet is € 13.385
  • Brutowinst is € 9.875
  • Vraag: wat is de IWO?

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Een voorbeeld
  • Dave heeft een sportwinkel
  • De brutowinst op de inkoopwaarde van de voetballen is 68%
  • De omzet van de voetballen was het afgelopen jaar € 4.250
  • Wat is de IWO en wat is de brutowinst in euro's?
  • Uitwerking gezamenlijk op bord

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Een voorbeeld
  • Dave heeft een sportwinkel
  • De brutowinstmarge (= brutowinst van de omzet) van de voetbalshirtjes is 43%
  • De omzet van de voetbalshirtjes was het afgelopen jaar € 18.240
  • Wat is de IWO en wat is de brutowinst in euro's?
  • Uitwerking gezamenlijk zie op bord

Slide 17 - Slide

Wat hebben jullie deze les geleerd?
Berekenen IWO op twee manieren:
  1. Vanuit de verkochte voorraad door uit te gaan van de inkopen en de verandering van de voorraad (beginvoorraad + inkopen - eindvoorraad)
  2. Vanuit de omzet door van de verkopen (= omzet) de brutowinst af te halen (omzet - brutowinst = IWO)

Slide 18 - Slide

To do
  • Maken par. 3.6 opdracht 31 t/m 40 op pag. 142 t/m 146 in je
      boek
  • Om 14:30 uur gaan we de opdrachten bespreken

Slide 19 - Slide