Mening geven

Mening geven
1 / 23
next
Slide 1: Slide
NT2Voortgezet speciaal onderwijsLeerroute 3

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Mening geven

Slide 1 - Slide

Feit en mening

Slide 2 - Slide

Feit: Is gebaseerd op waarneming, metingen of onderzoek. Het staat vast, onafhankelijk van wat iemand ervan vindt.
Voorbeeld: Het is 24 graden Celsius.

Mening: Is gebaseerd op overtuigingen, smaken of normen en waarden. Woorden als "leuk", "stom", "mooi" of "beter" duiden vaak op een mening.
Voorbeeld: Het is te warm buiten.

Slide 3 - Slide

Feit of mening?
Jan werkt erg hard.

A
feit
B
mening

Slide 4 - Quiz

Feit of mening?
Jan werkt 65 uur per week.
A
feit
B
mening

Slide 5 - Quiz

Feit of mening?
Amsterdam is de hoofdstad van Nederland.
A
feit
B
mening

Slide 6 - Quiz

Feit of mening?
Amsterdam is gezellig, maar ook vies.
A
feit
B
mening

Slide 7 - Quiz

Feit of mening?
Amsterdam is mooier dan Rotterdam.
A
feit
B
mening

Slide 8 - Quiz

Feit of mening?
Deze auto kost 45.000 euro.
A
feit
B
mening

Slide 9 - Quiz

Feit of mening?
Deze auto vind ik enorm duur.

A
feit
B
mening

Slide 10 - Quiz

Jouw mening geven
Wat zeg je?

Slide 11 - Slide

Jouw mening geven
       – Ik vind het goed / niet goed, want...
        – Ik vind dat goed / niet goed, want...
        – Ik denk dat …….
        – Volgens mij is dat …….
        – Ik ben het ermee eens.
        – Ik ben het er niet mee eens.

Slide 12 - Slide

Wat vind jij van dit schilderij?

Slide 13 - Slide

Wat vind jij van rauwe haring?

Slide 14 - Slide

Wat vind jij van Zwolle?

Slide 15 - Slide

Eens / oneens
Ik ben het daar mee eens = Ik vind dat ook!
Ik ben het daar mee oneens = Ik vind dat niet. 

Voorbeeld:
Ik vind dat scooters verboden moeten worden.
Ik ben het daar mee oneens. 

Slide 16 - Slide

Ik vind dat onderwijs gratis moet zijn.
A
Ik ben het daar mee eens.
B
Ik ben het daar mee oneens.

Slide 17 - Quiz

Ik vind dat je een helm moet dragen op de fatbike.
A
Ik ben het daar mee eens.
B
Ik ben het daar mee oneens.

Slide 18 - Quiz

Ik vind aardappels echt vies.
A
Ik ben het daar mee eens.
B
Ik ben het daar mee oneens.

Slide 19 - Quiz

Harde muziek vind ik geen probleem.
A
Ik ben het daar mee eens.
B
Ik ben het daar mee oneens.

Slide 20 - Quiz

Slide 21 - Video

Aan de slag
Ga in groepjes aan de slag met het werkblad

Slide 22 - Slide

Afsluiting
Deel de meningen over de film met de klas. 
Is de mening goed onderbouwd?

Slide 23 - Slide