H6.2 Berekenen

H6.2 Berekenen
1 / 20
next
Slide 1: Slide
Nask / TechniekMiddelbare schoolmavoLeerjaar 2

This lesson contains 20 slides, with text slides.

Items in this lesson

H6.2 Berekenen

Slide 1 - Slide

leeractiviteiten
uitleg berekenen dichtheid
maken opdrachten 
evaluatie

Slide 2 - Slide

lesdoelen
ik kan eenheden omrekenen
ik kan rekenen met dichtheid, volume en massa
ik weet hoe ik GGFIRE moet toepassen

Slide 3 - Slide

volume berekenen 
rechthoekig blok = lxbxh

onregelmatig voorwerp = onderdompelmethode
==> in een maatcilinder de stijging van het volume aflezen

Slide 4 - Slide

dichtheid
dichtheid=volumemassa
massa=dichtheidvolume
volume=dichtheidmassa

Slide 5 - Slide

GGFIRE
  • gegeven     (welke getallen zijn gegeven in de tekst)
  • gevraagd    (wat wordt er gevraagd)
  • formule       (welke formule heb ik nodig)
  • invullen       (vul de formule in)
  • resultaat     (reken de berekening uit)
  • eenheid      (welke eenheid krijgt de uitkomst)

Slide 6 - Slide

omrekenen
omrekenen van volume eenheden
omrekenen van massa eenheden.

op de volgende slide staat een link naar een programma om omrekenen te oefenen

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Link

opdracht
wat: maak opgave 29 t/m 40 op blz 222 en 223
Hoe: zelfstandig en alleen fluisteren
hulp: docent en boek
uitkomst: je kan de leerdoelen beantwoorden
klaar: kijk je antwoorden na via lessonup

Slide 9 - Slide

antwoorden

29. C 
30 A
 

Slide 10 - Slide

antwoorden
31 a. Niet waar: het is het aantal gram per cm3.
 b. waar
 c. waar
 d. Niet waar: 1 L = 1 dm3
 e. niet waar

Slide 11 - Slide

antwoorden
32 a. x 1 000
 b. : 1 000
 c. : 1 000
 d. decimeter
  1 000

Slide 12 - Slide

antwoorden
33 a. Bepaal het volume met steen en trek daarvan het volume zonder steen af (= onderdompelmethode).
 b. 62 mL − 47 mL = 15 mL
 c. Duw balletje met een ander voorwerp net onder water.

Slide 13 - Slide

antwoorden
34 a. 50 kg = 50 000 g
 b. 500 mL = 0,500 dm3
 c. 50 mg = 0,050 g
 d. 0,023 m3 = 23 L

Slide 14 - Slide

antwoorden 35

Slide 15 - Slide

antwoorden
36 a. V = l × b × h = 200 cm × 40 cm × 30 cm = 240 000 cm3
 b. m = ρ × V = 0,80 × 240 000 g = 192 000 g = 192 kg
 c. De dichtheid is kleiner dan de dichtheid van eikenhout.
 d. ρ = m/V = (144 000 )/(240 000 ) g/cm3 = 0,600 g/cm3

Slide 16 - Slide

antwoorden
37 a. m = 252 × 4,4 g = 1109 g
  V = 16,8 cm × 12 cm × 4,8 cm = 968 cm3
  ρ = m/V = (1 109)/(968 ) g/cm3 = 1,2 g/cm3
 b. De dichtheid van suiker is 1,6 g/cm3. De berekende dichtheid bij de suikerklontjes wijkt af, in het pak zit aardig wat lucht tussen de suikerklontjes.

Slide 17 - Slide

antwoorden
38 a. V = l × b × h = 16 cm × 18 cm × 16 cm = 4 608 cm3
 b. m = ρ × V = 2,17 × 4 608 g = 9 999 g (afgerond 10 kg)

39 a. m = ρ × V = 11,30 × 500 g = 5 650 g = 5,65 kg
 b. m = ρ × V = 0,80 × 1 500 g = 12 000 g = 1,2 kg
c. V = m/ρ = (1 000)/(0,80 ) cm3 = 1 250 cm3 = 1,25 dm3
 d. V = m/ρ = (2 500)/(2,3 ) cm3 = 1087 cm3 (= 1,1 dm3)


Slide 18 - Slide

antwoorden
a. V = 30 cm × 30 cm × 30 cm = 27 000 cm3
 b.
       
  c. Dat is dus ook de dichtheid. 
 d. even groot
 e. Een even groot volume is 10x zo zwaar als piepschuim: 10 x 675 g = 6 750 g = 6,75 kg (berekening kan ook met m = ρ × V)

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Slide