5.3 Versneld / eenparig / vertraagd

5.3 Versneld – eenparig – vertraagd
1 / 33
next
Slide 1: Slide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolvmbo k, g, tLeerjaar 2

This lesson contains 33 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

5.3 Versneld – eenparig – vertraagd

Slide 1 - Slide

Planning
Planning en leerdoelen bespreken.
Herhalen vorige keer.
Versnelde beweging.
Eenparige beweging.
Vertraagde beweging. 
Zelfstandig werken.

Slide 2 - Slide

Leerdoelen
  • Je kunt uitleggen wat er gebeurt met de snelheid bij eenparige, versnelde en vertraagde beweging.
  • Je kunt de snelheid op elk moment van de beweging berekenen bij een eenparige beweging.
  • Je kunt het afstand-tijddiagram van een eenparige, versnelde en vertraagde beweging herkennen en aflezen.

Slide 3 - Slide

Henk Angenent won de Elfstedentocht van 1997. Hij schaatste gemiddeld 29,5 km/h voor 6,75 uur lang.
Wat is de afstand van de Elfstedentocht van 1997?

Slide 4 - Open question


  1. 85 km/h = ... m/s
  2. 15 m/s = ... km/h

Slide 5 - Open question

Grootheid
Symbool
Eenheid
Afkorting
v
meter per seconde
meter
Tijd
s
m/s
Afstand
Snelheid
s
m
Seconde
t

Slide 6 - Drag question

Vraag 12
Een auto rijdt 120 km/h over de snelweg. De benzinemeter geeft aan dat de tank bijna leef is. Op een bord langs de weg leest de bestuurder dat het volgende tankstation nog 60 km rijden is. 
  1. Bereken hoeveel minuten de auto over deze afstand zal doen
  2. De auto rijd 1:12. Dit betekent dat de auto 12 km kan rijden op 1 liter benzine. 
    Bereken hoeveel liter benzine ten minste in de tank moet zitten om het volgende benzinestation te halen. 

Slide 7 - Slide


Een cheetah kan wel tot 130 km/h rennen, maar dit kan die niet langer dan 14 seconden volhouden. Hoeveel meter kan de cheetah komen in deze 14 seconden? 
pro: Een schildpad heeft een snelheid van 500 meter per uur. Hoeveel centimeter legt de schildpad in 20 seconde af?

Slide 8 - Open question

Natuurkundigen verdelen bewegingen in verschillende soorten. Daarbij kijken ze vooral naar de snelheid: 
wordt de snelheid steeds groter, 
blijft ze de hele tijd gelijk of 
neemt ze steeds verder af?

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

De versnelde beweging
De versnelde beweging is een beweging waarvan de snelheid steeds groter wordt. 
Voorbeeld: een auto die begint met rijden nadat deze stilstond bij een stoplicht

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

De vertraagde beweging
De vertraagde beweging is een beweging waarbij de snelheid steeds omlaag gaat.
Voorbeeld: een auto die remt voor een stoplicht dat op rood staat

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

De eenparige beweging
De eenparige beweging is een beweging waarbij de snelheid steeds gelijk blijft.
Voorbeeld: een auto die op de snelweg constant 100 km/h rijdt (op cruise control)

De eenparige beweging wordt ook wel de constante beweging genoemd

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide

Eenparige beweging



Dit moet je op verschillende plekken in de grafiek kunnen doen. 
v=vgem=ts

Slide 20 - Slide

v-t diagrammen

Slide 21 - Slide

Aan de slag
Havo
Wat? Zie planner week 6 les 1
Hoe? Je mag zachtjes overleggen met de persoon naast je.
Hulp? Kijk in het boek, vraag aan je buur en kom daarna pas bij BRO
Klaar?
Nakijken!


Doelen:
  • Je kunt uitleggen wat er gebeurt met de snelheid bij eenparige, versnelde en vertraagde beweging.
  • Je kunt de snelheid op elk moment van de beweging berekenen bij een eenparige beweging.
  • Je kunt het afstand-tijddiagram van een eenparige, versnelde en vertraagde beweging herkennen en aflezen.
timer
5:00
KGT
Wat? Zie planner week 6 les 1
Hoe? Je mag zachtjes overleggen met de persoon naast je.
Hulp? Kijk in het boek, vraag aan je buur en kom daarna pas bij BRO
Klaar?
Nakijken!

Slide 22 - Slide

Aan de slag
KGT
Wat? Lees 5.3 en maak 1 t/m 12
Hoe? Je mag zachtjes overleggen met de persoon naast je.
Hulp? Kijk in het boek, vraag aan je buur en kom daarna pas bij BRO
Klaar?
Nakijken!

timer
5:00
Doelen:
  • Je kunt uitleggen wat er gebeurt met de snelheid bij eenparige, versnelde en vertraagde beweging.
  • Je kunt de snelheid op elk moment van de beweging berekenen bij een eenparige beweging.
  • Je kunt het afstand-tijddiagram van een eenparige, versnelde en vertraagde beweging herkennen en aflezen.

Slide 23 - Slide

Aan de slag
KGT
Lees: 
5.3
Maak:
5.3, opdr 1 t/m 12.
Klaar?
Nakijken. 

H
Lees:
5.3

Maak:
5.3 1 t/m 10
Klaar?
Nakijken. 
timer
5:00

Slide 24 - Slide

Een auto rijdt weg bij een verkeerslicht.
Wat voor beweging is dit?
A
een eenparige beweging
B
een versnelde beweging
C
een vertraagde beweging

Slide 25 - Quiz

Je moet op de fiets afremmen, omdat de spoorbomen dichtgaan.
Wat voor beweging is dit?
A
een eenparige beweging
B
een versnelde beweging
C
een vertraagde beweging

Slide 26 - Quiz

Een marathonloper rent met een constante snelheid.
Wat voor beweging is dit?
A
een eenparige beweging
B
een versnelde beweging
C
een vertraagde beweging

Slide 27 - Quiz

Bij welke beweging hoort deze grafiek?

A
een eenparige beweging
B
een versnelde beweging
C
een vertraagde beweging

Slide 28 - Quiz

Bij welke beweging hoort deze grafiek?

A
een eenparige beweging
B
een versnelde beweging
C
een vertraagde beweging

Slide 29 - Quiz

Bij welke beweging hoort deze grafiek?

A
een eenparige beweging
B
een versnelde beweging
C
een vertraagde beweging

Slide 30 - Quiz

HUISWERK
Paragraaf 5.3, opdracht 1 t/m 12, blz 27 t/m 34


Slide 31 - Slide

Slide 32 - Video

Slide 33 - Video