1.8.1 Stappenplan zinsdelen benoemen

Ontleden Nederlands



Grammatica zinsdelen

1 / 15
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo g, tLeerjaar 3

This lesson contains 15 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Ontleden Nederlands



Grammatica zinsdelen

Slide 1 - Slide

Persoonsvorm (PV)

De persoonsvorm is een werkwoord in de zin.

Je vindt de PV door de zin vragend te maken; het eerste werkwoord is dan de PV!

Slide 2 - Slide

Persoonsvorm
Voorbeelden:
1. Ik loop naar buiten
2. Zij houdt van pindakaas en hagelslag
3. Ren jij altijd zo hard?

Slide 3 - Slide

Onderwerp (Ond)

Het onderwerp geeft aan wie of wat iets doet in de zin.


Ond=wie/wat + PV + overige werkwoorden ?

Slide 4 - Slide

Onderwerp
Voorbeelden:
1. Ik loop naar de bus
2. Zij zitten op een bankje in het park
3. Wij liggen onder een boom

Slide 5 - Slide

Werkwoordelijk Gezegde (WWG)
Het werkwoordelijk gezegde bestaat uit ALLE werkwoorden in een zin.
Dus OOK de persoonsvorm!

Slide 6 - Slide

Werkwoordelijk Gezegde
Voorbeelden:
1. Ik loop naar de bus
2. Zij zitten op een bankje in het park
3. Wij liggen onder een boom

Slide 7 - Slide

Lijdend Voorwerp (LV)


LV=wie/wat + Ond + WWG ?

Slide 8 - Slide

Lijdend voorwerp
Voorbeelden:
1. Ben je iets vergeten?
2. Maak jij alle opdrachten?

Slide 9 - Slide

Meewerkend Voorwerp (MV)


MV= aan/voor wie + Ond + WWG + LV ?

Slide 10 - Slide

Meewerkend voorwerp
Voorbeeld:
1. Ik geef aan Piet een mooi cadeau
2. Joep en Joris hebben aan Sinterklaas een tekening gegeven.

Slide 11 - Slide

Bijwoordelijke Bepaling (BwB)

Geeft antwoord op vragen als waar? Waarheen? Waarover? Waarom? Waardoor? Wanneer?


Ook wel  'Het 'vuilnisbakje' van de zin'  genoemd!

Slide 12 - Slide

Bijwoordelijke bepaling
Voorbeeld:
1. Ik geef morgen een cadeau aan Linde
2. Morgen ga ik naar mijn oma.
3. Hans zit op een mooi bankje.

Slide 13 - Slide

Zinsdelen
Oefenen:
1. Ik/ geef/ aan Piet/ een mooi cadeau
2.  Joep en Joris/ hebben/ aan Sinterklaas/ een tekening/ gegeven
3. Barbapapa/ heeft/  een lelijke kleur.

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide