STAATSINRICHTING · GRONDRECHTEN
Examentraining
Grondrechten en Grondwet: zo pak je examenvragen aan
STAATSINRICHTING · GRONDRECHTEN
Examentraining
Grondrechten en Grondwet: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Jan Zweerts / Nationaal Archief / Wikimedia Commons, CC0
STAATSINRICHTING · GRONDRECHTEN
Wat ga je kunnen?
Ik kan examenvragen over grondrechten aanpakken: de vraag herkennen, het recht bepalen en in de tijd plaatsen.
This item has no instructions
STAATSINRICHTING · GRONDRECHTEN
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: wat voor vraag is het? Beschrijven, verklaren of een mening geven?
2. Kijk: wat staat er in de situatie? Wie wil wat, en wie moet wat doen?
3. Zoek: welk grondrecht hoort erbij en is het klassiek of sociaal?
4. Schrijf: noem het recht en leg kort uit waarom het past.
This item has no instructions
STAATSINRICHTING · GRONDRECHTEN
Vraagtype 1: soort vraag herkennen
Beschrijven: wat gebeurde er, wat staat er? Begin met 'noem' of 'beschrijf'.
Verklaren: waarom gebeurde het? Gebruik 'omdat'.
Waarderen: wat vind jij, en waarom? Geef een mening met een reden.
This item has no instructions
Waarom liet Willem II in 1848 de grondwet veranderen? Welk soort vraag?
Een beschrijvende vraag
Een waarderende vraag
Een vraag over een bron
Een verklarende vraag
Waarom-vragen zijn verklarend: het antwoord begint met omdat. Verwachte fout: beschrijvend kiezen, omdat het over het verleden gaat.
Vind jij dat de overheid een woning moet regelen? Welk soort vraag?
Een verklarende vraag
Een beschrijvende vraag
Een vraag met een jaartal
Een waarderende vraag
Bij 'vind jij' gaat het om een mening met een reden. Verwachte fout: beschrijvend, omdat er een sociaal grondrecht in zit.
STAATSINRICHTING · GRONDRECHTEN
Vraagtype 2: klassiek of sociaal in een situatie
Lees wie iets doet. Mag de overheid zich er niet mee bemoeien? Dan is het klassiek.
Moet de overheid juist iets regelen? Dan is het sociaal.
Voorbeeld: een krant wil iets publiceren zonder toestemming vooraf. Dat is drukpers, klassiek.
This item has no instructions
Sanne krijgt een bijstandsuitkering omdat ze geen werk heeft. Welk grondrecht?
Klassiek: vrijheid van meningsuiting
Sociaal: recht op bestaanszekerheid
Klassiek: vrijheid van onderwijs
Sociaal: recht op bewoonbaarheid van het land
De overheid zorgt voor een inkomen als iemand dat zelf niet heeft: sociaal, bestaanszekerheid. Verwachte fout: een klassiek recht kiezen, omdat een uitkering een geldbedrag is en geen vrijheid.
Een groep buren richt een eigen vereniging op. Welk grondrecht?
Sociaal: recht op werk
Sociaal: recht op rechtsbijstand
Klassiek: recht van vereniging
Klassiek: vrijheid van godsdienst
Een club oprichten is het recht van vereniging, klassiek: de overheid mag het niet verbieden. Verwachte fout: godsdienst kiezen, omdat een vereniging ook een kerk kan zijn.
Demonstratie tegen de woningnood in Amsterdam, 1970
STAATSINRICHTING · GRONDRECHTEN
Vraagtype 3: botsende grondrechten
Twee mensen of groepen beroepen zich elk op een grondrecht.
Stap 1: noem beide rechten. Stap 2: leg uit waarom ze botsen.
Voorbeeld: een demonstratie wil door een drukke straat, omwonenden willen er langs. Vergadering tegenover het verkeer.
Image credit: Joost Evers / Anefo, Nationaal Archief / Wikimedia Commons, CC0
Een man roept een belediging over mensen met een andere religie. Welke twee grondrechten botsen?
Goed antwoord: vrijheid van meningsuiting en het discriminatieverbod (artikel 1), want de ene mag zeggen wat hij vindt en de ander mag niet gediscrimineerd worden. Verwachte fout: alleen vrijheid van godsdienst noemen, zonder het verband met meningsuiting.
Een betoging blokkeert een straat. Welke rechten botsen hier?
Recht van vergadering en het belang van het verkeer
Recht op werk en recht op onderwijs
Vrijheid van drukpers en recht op rechtsbijstand
Recht op gezondheidszorg en recht op bestaanszekerheid
Mensen mogen betogen, maar andere mensen moeten ook verder kunnen. De wet laat toe dat de overheid regels stelt in het belang van het verkeer en de openbare orde. Verwachte fout: twee sociale rechten kiezen.
Johan Rudolf Thorbecke, liberaal staatsman, 19e eeuw
STAATSINRICHTING · GRONDRECHTEN
Vraagtype 4: in de juiste tijd plaatsen
1848: klassieke grondrechten, de macht van de koning werd kleiner.
1983: de sociale grondrechten kwamen in de grondwet.
Een trucje: eerst de vrijheid (1848), later de zorg (1983).
Image credit: Onbekende maker / Rijksmuseum / Wikimedia Commons, CC0
In welk jaar kwamen sociale grondrechten in de grondwet?
1848
1983
1917
1989
Sociale grondrechten kwamen in 1983. Verwachte fout: 1848, omdat dat het jaar van de grondwet is.
Zet op volgorde, van vroeg naar laat
Volgorde: 1848, 1945, verzorgingsstaat daarna, 1983. Verwachte fout: 1848 en 1983 omdraaien.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Soort vraag herkennen
Klassiek of sociaal
Botsende grondrechten
In de juiste tijd plaatsen
This item has no instructions
STAATSINRICHTING · GRONDRECHTEN
Tips voor op het examen
Klassiek of sociaal? Denk: tegen de overheid of door de overheid.
Onderwijs staat twee keer: vrijheid van onderwijs is klassiek, recht op onderwijs is sociaal.
Botsen: noem altijd allebei de rechten en zeg waarom ze elkaar in de weg zitten.
1848 is vrijheid, 1983 is zorg.
This item has no instructions