vervoer en verkeer19 december 2023

linksaf 



  • rechtdoor 
  • rechtsaf
1 / 41
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo lwooLeerjaar 1

This lesson contains 41 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

linksaf 



  • rechtdoor 
  • rechtsaf

Slide 1 - Slide

het verkeersbord


  • rechtdoor 

Slide 2 - Slide

rechtdoor

Slide 3 - Slide

de bus
de trein

Slide 4 - Slide

het fietspad
de stoep
het voetpad

Slide 5 - Slide

de straat
de weg
de snelweg

Slide 6 - Slide

het plein
het park

Slide 7 - Slide

de rotonde
de verkeerslichten= 
de stoplichten

Slide 8 - Slide

de scooter
het vliegtuig

Slide 9 - Slide

de tram
de vracht-auto
de vracht-wagen

Slide 10 - Slide

ov chipkaart
inchecken 

Slide 11 - Slide

de lantaarnpaal
de brug

Slide 12 - Slide

de kruising

Slide 13 - Slide

Zeg na:
de portemonnee

Slide 14 - Slide

de drogisterij
het warenhuis

Slide 15 - Slide

Zeg na:
de winkelwagen

Slide 16 - Slide

Hallo meneer.
Hallo meneer.
Dag mevrouw. 
Dag mevrouw.
Mag ik wat vragen? 
Mag ik wat vragen?
Ja, natuurlijk.
Ja, natuurlijk.
Waar staat de koffie? 
Waar staat de koffie?
Die staat daar! 
Die staat daar!

Slide 17 - Slide

naar de winkel
Okan:      Hoi …, met Okan.
Ik:              Hoi Okan, hoe gaat het?
Okan:      Prima. Ik ga naar de supermarkt. Ga je met me mee?
Ik:             Ja, dat is goed. Heb je veel nodig?
Okan:     Nee hoor, alleen brood, rijst en fruit.
Ik:             Oké, tot straks.
Okan:      Tot straks.

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Slide

De boekhandel is open van negen uur tot zes uur, dat is . . . en. . . . . . . . . . . . . . . 
De leerlingen fietsen in de pauze om half één naar de snackbar, dat is . . . . . . . .
De politieagenten werken ook   . . . . . . . . . . . , zij werken van elf uur tot
zeven uur. 

’s morgens 
 ’s middags 
’s avonds 
 ’s nachts 
 tussen de middag

Slide 21 - Slide

bij      tegen  na     over   naast       bij     over 
  1. Ik zet de tafel . . . . . . . . . . . . de muur.
  2. Hij  moet zich  . . . . . . . . . . . . . de balie melden.
  3. De metro vertrekt . . . . . . . . . . . . . 3 minuten.
  4. . . . . . . . . . het sporten, ga ik douchen. 
  5. De auto stopt . . . . . . . . . de verkeerslichten
  6. De fiets rijdt . . . . . . . . . . het zebrapad. 
  7. Hij woont........... de bakkerij.


Slide 22 - Slide

de winkel

kledingwinkel
schoenenwinkel
telefoonwinkel



de groenteboer
de schoenenzaak
de juwelier
de drogisterij
de apotheek
de sportzaak
het warenhuis
de banketbakker

Slide 23 - Slide

  1. breed
  2. dichtbij
  3. zwart
  4. diep
  5. goedkoop
  6. lelijk 
ondiep
smal 
mooi
duur
ver
wit

Slide 24 - Slide

Slide 25 - Video


A
het tuigvlieg
B
het vliegtuig
C
het vlieger
D
het vliegteug

Slide 26 - Quiz


A
de straat
B
het fietspad
C
de weg
D
de snelweg

Slide 27 - Quiz


Slide 28 - Open question


Slide 29 - Open question


Slide 30 - Open question


Slide 31 - Open question

Wat moet je als het verkeerslicht op rood staat?

Slide 32 - Open question


Slide 33 - Open question


A
De tram
B
De tractor
C
De trein
D
De trekkor

Slide 34 - Quiz

wat is dit?
A
de rotonde
B
de straat
C
de kruising
D
het fietspad

Slide 35 - Quiz


A
olifantpad
B
koepad
C
hondpad
D
zebrapad

Slide 36 - Quiz

Op de markt ... (kopen) mijn zus lekkere broodjes.

Slide 37 - Open question


A
rechtdoor
B
rechts
C
rechtsaf
D
omhoog

Slide 38 - Quiz


A
verkeerslichten
B
straatlampen
C
verkeerslampen
D
stoplichten

Slide 39 - Quiz

Slide 40 - Slide


Slide 41 - Open question