HNE Duits V2 Kapitel 4, Woche 10, Stunde 1 (Frühlingsfilme)

Herzlich Willkommen 
im Deutschunterricht
Montag 4. März - 2024
Woche 10 - meteorologische Frühling
1 / 20
next
Slide 1: Slide
DuitsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Herzlich Willkommen 
im Deutschunterricht
Montag 4. März - 2024
Woche 10 - meteorologische Frühling

Slide 1 - Slide

Was machen wir heute?
Zuerst: Aktuelles!
Weiter mit Kapitel 4




Am Ende dieser Unterrichtstunde:
- weet je waarom de lente op verschillende dagen begint.
- heb je kennisgemaakt met de derde naamval

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Link

Hausaufgaben überprüfen 4 + 7
und nochmal zusammen Übung 5

Slide 4 - Slide

YESSS: GRAMMATIK
Wie war es nochmal....

Slide 5 - Slide

Hoe zat het ook alweer met de der - en ein-Gruppe?

Slide 6 - Open question

der / ein-Gruppe: der Gruppe (spiekbrief)
Het concept van de groeperingen in der-Gruppe en ein-Gruppe heeft te maken met dat sommige woorden hetzelfde veranderen.
Woorden die hetzelfde werken in de der-Gruppe zijn:
         dies: diese / dieses / dieser = betekenis => dit/deze
         jed:  jede / jedes / jeder = betekenis => ieder
         manch:  manche / manches / mancher = betekenis => sommige
         solch: solche / solches / solcher = betekenis => zulke
         welch:   welche/ welches / welcher = betekenis => welke
       
        

Slide 7 - Slide

der / ein-Gruppe: ein-Gruppe
Onder de ein-Gruppe valt het woord "kein" = geen en alle bezittelijk voornaamwoorden:
mein (mijn), dein (jouw), sein (zijn/het), ihr (haar), unser (onze) euer/eure (jullie), ihr (hun) en ihr (uw) 

Slide 8 - Slide

der-Gruppe
ein-Gruppe
der
kein
dies-
die
unser
welch-
solch-
mein-
manch-
sein-
unser
die

Slide 9 - Drag question

Wat weet je nog van de naamvallen?

Slide 10 - Open question

Slide 11 - Slide

der / ein-Gruppe
In het Duits krijgen de woorden van de der/ein-Gruppe een andere vorm die wordt bepaald door de rol die ze hebben in de zin. 
Dus als het woord een andere functie dan het onderwerp heeft, kan het lidwoord veranderen. 

der (mannelijk) wordt bijvoorbeeld in lijdend voorwerp den
die (vrouwelijk) blijft die 
das (vrouwelijk) blijft das
der-Gruppe:

Slide 12 - Slide

Naamval
Zinsdeel
der
die
das
meervoud
1e
onderwerp
der
die
das
die
dieser
diese
dieses
diese
welcher
welche
welches
welche
4e
lijdend vw
den
die
das
die
diesen
diese
dieses
diese
welchen
welche
welches
welche
der-Gruppe (der/die/das, dies-, jed-, jen-, manch-, solch-, all-, welch-)

Slide 13 - Slide

der / ein-Gruppe
In het Duits hebben de lidwoorden van de der/ein-Gruppe een andere vorm die wordt bepaald door de rol die ze hebben in de zin. 
Dus als het woord een andere functie dan het onderwerp heeft, kan het lidwoord veranderen. 

Je kende al 
mannelijk en onzijdig = zonder -e
vrouwelijk en meervoud = met -e
ein-Gruppe:
= ONDERWERP

Slide 14 - Slide

Naamval
Zinsdeel
der
die
das
meervoud
1e
onderwerp
ein
eine
ein
eine
mein
meine
mein
meine
4e
lijdend vw
einen
eine
ein
eine
meinen
meine
mein
meine
ein-Gruppe - ein/eine, kein en bezittelijk voornaamwoorden

Slide 15 - Slide

3e naamval!

Dit hoofdstuk leer je dat ook de 3e naamval (meewerkend voorwerp) andere vormen heeft. Die vormen vind je op pagina 12 en 13 van je boek. 



"fun fact" >> deze hoef je niet uit je hoofd te leren, maar vind je dus op je spiekbrief

Slide 16 - Slide

Naamval
Zinsdeel
der
die
das
meervoud
1e
onderwerp
der
die
das
die
dieser
diese
dieses
diese
welcher
welche
welches
welche
4e
lijdend vw
den
die
das
die
diesen
diese
dieses
diese
welchen
welche
welches
welche
3e
meewerk vw
dem
der
dem
den
diesem
dieser
diesem
diesen +n
welchem
welcher
welchem
welchen+n
der-Gruppe (der/die/das, dies-, jed-, jen-, manch-, solch-, all-, welch-)

Slide 17 - Slide

Naamval
Zinsdeel
der
die
das
meervoud
1e
onderwerp
ein
eine
ein
eine
mein
meine
mein
meine
4e
lijdend vw
einen
eine
ein
eine
meinen
meine
mein
meine
3e
meewerk vw
einem
einer
einem
keinen
meinem
meiner
meinem
meinen
ein-Gruppe - ein/eine, kein en bezittelijk voornaamwoorden

Slide 18 - Slide

STUFENPLAN Seite 13
Stap 1: bepaal of het woord waarvan je de uitgang zoekt bij de der- of ein-Gruppe hoort
der-Gruppe
ein-Gruppe
Stap 2: stel vast of het bijbehorende zelfstandig nw mannelijk/vrouwelijk of onzijdig is
mannelijk
vrouwelijk
onzijdig
Stap 3: stel vast in welke naamval het zinsdeel staat waar het zelstandig naamwoord bij hoort
1e naamval
2e naamval
3e naamval
Zusammen Übung 9, selbständig Übung 10 (Hausaufgaben)
oder übe deine Mundliche Prüfung zusammen.

Slide 19 - Slide

!

Slide 20 - Slide