herhaling bijv nw, woordenschat pto 3 h/v3

Chicos, ¿ ______ (poder) abrir la ventana?
A
podéis
B
puedes
1 / 29
next
Slide 1: Quiz
spaansSecondary Education

This lesson contains 29 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Chicos, ¿ ______ (poder) abrir la ventana?
A
podéis
B
puedes

Slide 1 - Quiz

Mis amigos _______ (jugar) en un equipo de fútbol
A
juegan
B
jugamos

Slide 2 - Quiz

Ricardo ________ (dormir) muchas horas
A
dormís
B
duerme

Slide 3 - Quiz

Fernando Alonso (kunnen) _______ ganar la Fórmula 1

Slide 4 - Open question

Mi profesora (vertellen) _________ una historia muy bonita

Slide 5 - Open question

Voy al colegio a las nueve y (terugkeren) ________ a las tres

Slide 6 - Open question

HOY (VANDAAG)
• BIJVOEGLIJKE NAAMWOORD HERHALEN
• WOORDENSCHAT OEFENEN
• HUISWERK 

Slide 7 - Slide

El adjetivo

Slide 8 - Mind map

El Adjetivo (de bijvoeglijke naamwoord
- In het Spaans staat het meestal achter het zelfstandig naamwoord
Erik tiene el pelo rubio (Erik heeft blond haar)
– De bijvoeglijke naamwoorden die te maken hebben met hoeveelheden, staan altijd vóór het zelfstandig naamwoord
Tengo poco dinero (Ik heb weinig geld)
 

Slide 9 - Slide

El Adjetivo (de bijvoeglijke naamwoord)
poco/a - weining / een beetje
medio/a - halve
otro/a - nog een / een andere
mucho/a - veel
demasiado/a- te veel 
**In het Spaans vertaal je een andere met otro/a, zonder een onbepaald lidwoord!**

Slide 10 - Slide

He comprado una rosa falda
A
juist
B
onjuist

Slide 11 - Quiz

He comprado muchas faldas
A
juist
B
onjuist

Slide 12 - Quiz

En las rebajas hay ________ gente ________ en las tiendas
A
mucha gente
B
gente mucha

Slide 13 - Quiz

Paco lleva unas ________ gafas _______
A
modernas gafas
B
gafas modernas

Slide 14 - Quiz

Mis padres viven en una _________ casa _________
A
casa blanca
B
blanca casa

Slide 15 - Quiz

en el mercado he comprado ______ kilo ________ de naranjas
A
medio kilo
B
kilo medio

Slide 16 - Quiz

vertaal naar het Spaans:
vriendelijk

Slide 17 - Open question

vertaal naar het Spaans:
dragen

Slide 18 - Open question

vertaal naar het Spaans:
bergbeklimmen

Slide 19 - Open question

vertaal naar het Spaans:
de broek

Slide 20 - Open question

vertaal naar het Spaans:
wielrennen

Slide 21 - Open question

vertaal naar het Spaans:
gekruld

Slide 22 - Open question

vertaal naar het Spaans:
duur

Slide 23 - Open question

vertaal naar het Spaans:
saai

Slide 24 - Open question

vertaal naar het Spaans:
fietsen

Slide 25 - Open question

vertaal naar het Spaans:
voetballen

Slide 26 - Open question

Terugblik
• Los adjetivos herhaald 
• woordenschat geoefend
• Huiswerk:
Frases Clave en Voca H3 leren 
• SO V3 : Woensdag 10 maart
          H3: Donderdag 11 maart 

Slide 27 - Slide

Slide 28 - Link

Slide 29 - Link