3.5 Rekenen aan gassen

Zal heptaan (C7H16) goed mengen met water (H2O)?
A
Ja, want heptaan en water zijn beide polair
B
Ja, want heptaan is apolair en water polair
C
Nee, want heptaan is polair en water is apolair
D
Nee, want heptaan is apolair en water is polair
1 / 19
next
Slide 1: Quiz
ScheikundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

This lesson contains 19 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Zal heptaan (C7H16) goed mengen met water (H2O)?
A
Ja, want heptaan en water zijn beide polair
B
Ja, want heptaan is apolair en water polair
C
Nee, want heptaan is polair en water is apolair
D
Nee, want heptaan is apolair en water is polair

Slide 1 - Quiz

Welke van de volgende moleculen heeft het hoogste kookpunt?
A
C3H8 (Propaan)
B
CH3OH (Methanol)
C
C2H5OH (Ethanol)
D
C6H14 (Hexaan)

Slide 2 - Quiz

Welke van de volgende moleculen is/zijn een dipoolmolecuul?
A
O=C=O
B
HCN
C
HBr

Slide 3 - Quiz

3.5 Rekenen aan gassen

Slide 4 - Slide

Herhaling Massa & mol

Slide 5 - Slide

Molaire massa
  • De massa van 1 molecuul in u = de massa van 1 mol in g

  • De massa van 1 molecuul NH3 = 17,03 u
  • De massa van 1 mol NH3 = 17,03 g

  • Molaire massa (M) = de massa van 1 mol stof in g/mol

Slide 6 - Slide

Blokschema chemisch rekenen





-Je kunt dus zeggen dat:massa (g) = molaire massa (g/mol) x chem. hoeveelheid (mol)
chem. hoeveelheid (mol) = massa (g) / molaire massa (g/mol)
molaire massa (g/mol) = massa (g) / chem. hoeveelheid (mol)
of in formules:
 m = M x n
 n = m / M
 M = m / n 

-Mm = molaire massa in g / mol.
NA = constante van Avogadro.

Slide 7 - Slide

Rekenschema

Slide 8 - Slide

Dichtheid

Slide 9 - Slide

Molaire volume
- Volume bij gassen werkt iets anders dan volume bij vloeistoffen

Bij vloeistof gebruik je dichtheid 

Bij gassen gebruik je molaire volume 

Slide 10 - Slide

Molair volume
  • Bij dezelfde temperatuur en dezelfde druk, heeft 1 mol van elk gas hetzelfde volume
  • Dit volume noemt men het molair volume (Vm)

Slide 11 - Slide

Molair volume (Vm)
Gassen hebben een vast volume bij vaste temperatuur en druk.

Slide 12 - Slide

Rekenschema
Vm = 24 dm3

Slide 13 - Slide

Significantie
Hoe nauwkeurig iets is, noem je de significantie

Significantie gaat over hoe nauwkeurig je meet

Hoe nauwkeuriger je meet, hoe preciezer je uitkomst

Slide 14 - Slide

Significantie

Slide 15 - Slide

Significantie regels: optellen/aftrekken
  • Je kijkt naar het aantal decimalen (cijfers achter komma) van de meetwaarden in de opgave.
  • Bij het afronden van je antwoord gebruik je het minst aantal decimalen van de meetwaarden uit de opgave.
  • Bij scheikunde gebruik je dit eigenlijk alleen bij uitrekenen van molecuulmassa's (optellen van atoommassa's).

Slide 16 - Slide

Significantie regels: vermenigvuldigen/delen
  • Je kijkt naar het aantal significante cijfers van de meetwaarden in de opgave.
  • Dit zijn alle cijfers van een getal, behalve nullen vooraan (nullen achteraan tellen dus wel mee).
  • Bij afronden gebruik je het minst aantal significante cijfers van de meetwaarden in de opgave.

Slide 17 - Slide

Onder bepaalde omstandigheden is het volume van een mol gas 24,5 dm3/mol. Hoeveel liter neemt 2,5 mol stikstofgas in? En hoeveel liter neemt 2,5 mol CO2 in?

Slide 18 - Open question

Huiswerk
3.5: 40 t/m 51

Slide 19 - Slide