Dagbesteding Opfrissen SMART, soorten doelen en opdrachten daarbij

Dagbesteding
SMART
Soorten doelen
Oefenen met SMART en doelen
1 / 20
next
Slide 1: Slide
WelzijnMBOStudiejaar 1

This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

Items in this lesson

Dagbesteding
SMART
Soorten doelen
Oefenen met SMART en doelen

Slide 1 - Slide

Waar staat SMART voor?

Slide 2 - Open question

SMART
SPECIFIEK
MEETBAAR
ACCEPTABEL
REALISTISCH
TIJDSGEBONDEN

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Video

Welke soorten doelen zijn er?

Slide 5 - Open question

Hoofddoelen
Meetbare doelen
Werkdoelen (subdoelen)
Doelen hebben betrekking op het hoofddoel en is gericht op de activiteit
Doelen hebben betrekking op het hoofddoel en is gericht op het kunnen
Hoger omvattend doel 

Slide 6 - Drag question

Noem eens een voorbeeld van een hoofddoel

Slide 7 - Open question

Noem eens een voorbeeld van een meetbaar doel

Slide 8 - Open question

Noem eens een voorbeeld van een werkdoel

Slide 9 - Open question

OEFENEN

Slide 10 - Slide

Als ik van school kom, neem ik een baan waarmee ik per maand €4000,- verdien.
Specifiek
Meetbaar
Acceptabel
Realistisch
Tijdsgebonden

Slide 11 - Drag question

Ik word goed in volleybal
Specifiek
Meetbaar
Acceptabel
Realistisch
Tijdsgebonden

Slide 12 - Drag question

Op de volgende toets van Nederlands maak ik geen enkele spellingfout.
Specifiek
Meetbaar
Acceptabel
Realistisch
Tijdsgebonden

Slide 13 - Drag question

Binnen een maand heb ik alle achterstand in de studie weggewerkt.
Specifiek
Meetbaar
Acceptabel
Realistisch
Tijdsgebonden

Slide 14 - Drag question

Volgende week organiseren wij een bijeenkomst voor senioren waarvan na afloop 80% van de deelnemers zegt dat die voor herhaling vatbaar is.
Specifiek
Meetbaar
Acceptabel
Realistisch
Tijdsgebonden

Slide 15 - Drag question

Voor de activiteitenmiddag maak ik binnen twee weken geld vrij bij de gemeente.
Specifiek
Meetbaar
Acceptabel
Realistisch
Tijdsgebonden

Slide 16 - Drag question

SMARTdoel voor jezelf

Slide 17 - Mind map

Piet is een verstandelijke beperkte man van 56 jaar. Hij heeft het syndroom van Down en begint vergeetachtig te worden. Daar wordt hij onzeker van. Piet is vaak een vrolijke man die graag anderen helpt. Hij is dol op Nederlandstalige muziek en puzzelen. Piet gaat drie dagen per week naar een activiteitencentrum voor ouderen. Hier gaat hij zelfstandig met de tram naartoe. Piet is de afgelopen maand twee keer te laat op het centrum verschenen, omdat hij op de verkeerde tram is gestapt. De laatste tijd moppert Piet steeds meer.
Stel een hoofddoel vast voor Piet.

Slide 18 - Open question

Piet is een verstandelijke beperkte man van 56 jaar. Hij heeft het syndroom van Down en begint vergeetachtig te worden. Daar wordt hij onzeker van. Piet is vaak een vrolijke man die graag anderen helpt. Hij is dol op Nederlandstalige muziek en puzzelen. Piet gaat drie dagen per week naar een activiteitencentrum voor ouderen. Hier gaat hij zelfstandig met de tram naartoe. Piet is de afgelopen maand twee keer te laat op het centrum verschenen, omdat hij op de verkeerde tram is gestapt. De laatste tijd moppert Piet steeds meer.
Stel een meetbaar doel vast voor Piet.

Slide 19 - Open question


Bedenk een passend werkdoel bij het meetbare doel: Piet kan over een maand zelfstandig met de tram van huis naar het activiteitencentrum toe en andersom.

Slide 20 - Open question