Voordat - nadat - terwijl

Voordat - nadat - terwijl
1 / 13
next
Slide 1: Slide
NT2ISK

This lesson contains 13 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Items in this lesson

Voordat - nadat - terwijl

Slide 1 - Slide

voordat - nadat - terwijl
*Voordat, nadat en terwijl gebruik je om te vertellen wanneer iets gebeurt.

*Na voordat, nadat en terwijl volgt een bijzin (= katapult).

Slide 2 - Slide

Het meisje eet een appel en ze kijkt in
haar boek.

-> Zij doet twee dingen op hetzelfde moment.

Het meisje eet een appel terwijl ze in haar boek kijkt.

Slide 3 - Slide



De baby drinkt eerst melk en valt dan in slaap.
-> twee dingen gebeuren na elkaar.

De baby drinkt melk voordat hij  in slaap valt.

Slide 4 - Slide


De baby drinkt eerst melk en valt dan in slaap.
-> twee dingen gebeuren na elkaar.

De baby  valt in slaap nadat hij melk heeft gedronken.

*Na  nadat gebruik je de voltooide tijd (= deze actie is gedaan).

Slide 5 - Slide

Ik pak mijn koffer in ............ ik op vakantie ga.
A
terwijl
B
nadat
C
voordat

Slide 6 - Quiz

Je moet de rijst goed wassen ......... je de rijst in de pan doet.
A
terwijl
B
voordat
C
nadat

Slide 7 - Quiz

Je moet direct de afwas doen ..... je hebt gekookt.
A
terwijl
B
voordat
C
nadat

Slide 8 - Quiz

Maak een zin bij de foto's.
Het meisje luistert naar muziek terwijl ze haar huiswerk maakt.

Slide 9 - Slide

Maak een zin bij de foto's. Gebruik voordat.

Slide 10 - Mind map

Maak een zin bij de foto's. Gebruik nadat.

Slide 11 - Mind map

Maak een zin bij de foto's. Gebruik terwijl.

Slide 12 - Mind map

Ik kan voordat - nadat - terwijl nu goed gebruiken
😒🙁😐🙂😃

Slide 13 - Poll