Redevoering: herhaling 6BIOW

Redevoering: herhaling 6BIOW
1- redevoering: wat en waarom
2- retorische middelen: herhaling, tegenstelling, vergelijking en metafoor, retorische vraag en de regel van drie.
3- basisonderdelen van een redevoering.
1 / 17
next
Slide 1: Slide
NederlandsSecundair onderwijs

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Redevoering: herhaling 6BIOW
1- redevoering: wat en waarom
2- retorische middelen: herhaling, tegenstelling, vergelijking en metafoor, retorische vraag en de regel van drie.
3- basisonderdelen van een redevoering.

Slide 1 - Slide

Redevoering? Wat weet je nog?

Slide 2 - Mind map

Slide 3 - Slide

Noteren/samenvatten
Ga naar traject 3.1.2 Luistervaardigheid: de redevoering, theorie (of volg de bladwijzer)

Herlees de theorie en maak een schema van de belangrijkste termen
timer
10:00

Slide 4 - Slide

kunst van de redevoering = de retorica
De drie essentiële overtuigingsmiddelen van Aristoteles: 
PATHOS
LOGOS
ETHOS
geloofwaardigheid en autoriteit van de spreker
Het inspelen op emoties van het publiek.
Het logisch en gestructureerd presenteren van argumenten

Slide 5 - Drag question

Welke retorische techniek herken je? "We all know that climate change is real, don’t we?" ("We weten allemaal dat klimaatverandering echt is, toch?") (klimaatactiviste Greta Thunberg)

Slide 6 - Open question

"We all know that climate change is real, don’t we?" ("We weten allemaal dat klimaatverandering echt is, toch?") (klimaatactiviste Greta Thunberg)
A
om aandacht te trekken en nieuwsgierig te maken
B
om standpunt te presenteren zonder directe verantwoordelijkheid voor de bewering
C
om een gevoel van eensgezindheid op te roepen

Slide 7 - Quiz

"Run, Forrest, run!" ("Loop, Forrest, loop!") (uit de film Forrest Gump)
A
herhaling - anafoor
B
herhaling - diacope
C
herhaling - chiasme

Slide 8 - Quiz

"We waren bezorgd, we werden boos, we kwamen in actie." (hln.be)
A
herhaling - anafoor
B
regel van drie
C
oplopende regel van drie
D
herhaling - chiasme

Slide 9 - Quiz

"Let us never negotiate out of fear, but let us never fear to negotiate." ("Laten we nooit uit angst onderhandelen, maar laten we ook nooit bang zijn om te onderhandelen.") (John F. Kennedy)
A
herhaling - anafoor
B
herhaling - diacope
C
herhaling - chiasme
D
tegenstelling

Slide 10 - Quiz

"Voetbal is net schaken: je moet een paar stappen vooruit denken." (Johan Cruijff)
A
metafoor
B
vergelijking

Slide 11 - Quiz

“Zou het niet veel beter zijn om vandaag nog over te stappen op zonnepanelen?”


A
retorische vraag om de aandacht trekken en de toehoorders nieuwsgierig maken
B
retorische vraag om een standpunt presenteren zonder directe verantwoordelijkheid te nemen voor de bewering
C
retorische vraag om een gevoel van eensgezindheid oproepen

Slide 12 - Quiz


“Wat als ik je vertel dat de zon eigenlijk maar een piepklein sterretje is?” (dr. R. Dijkstra)



A
retorische vraag om de aandacht trekken en de toehoorders nieuwsgierig maken
B
retorische vraag om een standpunt presenteren zonder directe verantwoordelijkheid te nemen voor de bewering
C
retorische vraag om een gevoel van eensgezindheid oproepen

Slide 13 - Quiz

"Stay hungry, stay foolish, stay curious." ("Blijf hongerig, blijf dwaas, blijf nieuwsgierig.") (Steve Jobs)
A
herhaling - anafoor
B
herhaling - diacope
C
regel van drie
D
oplopende regel van drie

Slide 14 - Quiz

"Yes, we can to justice and equality. Yes, we can to opportunity and prosperity. Yes, we can heal this nation. Yes, we can repair this world. Yes, we can." ("Ja, we kunnen streven naar rechtvaardigheid en gelijkheid. Ja, we kunnen kansen en welvaart creëren. Ja, we kunnen dit land helen. Ja, we kunnen deze wereld herstellen. Ja, we kunnen dit.") (Barak Obama)
A
herhaling - anafoor
B
herhaling - diacope
C
herhaling - chiasme
D
oplopende regel van drie

Slide 15 - Quiz

"Kennis opent deuren, maar onwetendheid sluit ze voorgoed."


A
vergelijking
B
metafoor
C
tegenstelling

Slide 16 - Quiz

Malala Yousafzai
Lees de uitgeschreven toespraak opnieuw en duid de retorische middelen aan in de tekst. 

Slide 17 - Slide