Metriekstelsel, Eenheden

Welkom!
1 / 34
next
Slide 1: Slide
RekenenMBOStudiejaar 1

This lesson contains 34 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 90 min

Items in this lesson

Welkom!

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Hoe gaat het met jou?
šŸ˜’šŸ™šŸ˜šŸ™‚šŸ˜ƒ

Slide 2 - Poll

This item has no instructions

Programma:
  • Eenheden
  • RNT - toets afronden
  • Rekenen in de studiemeter naar een hoger niveau
  • Rekentaal oefenen met Blooket
  • Reflectie & Afsluiten


Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Aan het einde van de les kan je
  • eenheden herkennen (m, cm, L, ml, g, kg)
  • de rekenkaart gebruiken om eenheden om te rekenen
  • met een liniaal meten
  • meer rekentaal

Slide 4 - Slide

Hou het bij max. 3
Het programma rekenen in de OWR
  1. Taalloze rekentoets TOA
  2. Rekentaal
  3. Nulmeting in Studiemeter afronden 
  4. Rekenen in Studiemeter naar een hoger rekenniveau (na de pauze)
  5. Examen rekenen

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

MBO-opleidingen
Wat heb je nodig per niveau?
mbo 2-opleiding
Toelating: 

Nederlands: B1
Rekenen: onderweg niveau 2
Engels: onderweg naar A1
mbo 3- opleiding
Toelating: 

Nederlands: B1 (B2)
Rekenen: niveau 2

Engels: A1
mbo 4-opleiding
Toelating:

Nederlands: B2
Rekenen: niveau 3

Engels: A2

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

De domeinen van het rekenen:
Grootheden en eenheden
2 en 3-dimensionale wereld
Kwantitatieve informatie
Procenten
Verhoudingen


Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Meten
  • Stel je op volgorde van klein naar groot.
  • Pak een meetlint en meet elkaar op.
  • Schrijf je naam en je lengte op het bord.

Slide 8 - Slide

Meetlinten
Gebruik deze opdracht om kort te laten rekenen en de rekentaal te herhalen. 
Bijvoorbeeld:
Student ƩƩn is 155 cm groot. Hoe kan je dit ook anders zeggen?
Student ƩƩn is 1,55 m groot en student twee is 1,85 m groot. Wat is het verschil? Hoeveel is student twee groter dan ...? student ƩƩn.
Hoeveel is student ƩƩn kleiner dan student twee. 
Enz.
Wat zijn eenheden?

Slide 9 - Mind map

This item has no instructions

Je ziet op tafel verschillende onderwerpen staan
Bespreek met je groepje de volgende vragen:

  • Welke eenheid hoort bij het onderwerp en waarom?
  • Hoeveel denk je dat in een fles/ pak/ douchegel enz. zit?
  • Wat betekent centimeter/ liter/ kilogram?

​
​









Slide 10 - Slide

pak suiker, fles, liniaal, weegschaal, horloge, douchegel enz


Wat is een eenheid?
Een eenheid is waar je grootheden mee meet:

lengte: mm, cm, dm, m, dam, hm, km 
inhoud: ml, cl, dl, l, dal, hl, kl 
gewicht: mg, cg, dg, g, dag, hg, kg
tijd: sec, min, uur, dag, maand, jaar

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Wat is ongeveer 1 m?

Slide 12 - Mind map

1 voetstap
Als ze het niet goed kunnen opschrijven, mogen ze dit ook in de les laten zien. Maakt het duidelijker, ook zonder woorden.
Wat is ongeveer 1 cm?

Slide 13 - Mind map

brede van je nagel
Als ze het niet goed kunnen opschrijven, mogen ze dit ook in de les laten zien. Maakt het duidelijker, ook zonder woorden.
Maak het concreet
Overleg met je buur en schrijf het op. 
Zoek een voorwerp uit het lokaal dat volgens jou:
  • 1 mm =
  • 1 cm =
  • 1 dm =
  • 1 m = 
Ik kies ...., omdat ...

Slide 14 - Slide

Hulp docent:
Wat denk je wat dit kan zijn?
Wat zie je regelmatig in het lokaal?
Voorbeeld: tafel, boek, deur

Deze antwoord ook even op het bord zetten en hier over spreken.
Welke maten gebruik je om een mens te meten?

Slide 15 - Mind map

Ingaan op het cultuurverschil Nederland en NT2

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Slide 17 - Slide

Extra uitleg over het ezelsbruggetje.
Meten met de lineaal

  • Je krijgt een liniaal en zes verschillende voorwerpen. 
  • Wat denk je hoe lang deze dingen zijn? Schrijf dit op.
  • Ga deze meten en vul het werkblad in.
  • Reken de maten ook van cm naar mm om.
  • Schrijf goede zinnen: De pen is 14 cm. In millimeter is dat 140 mm.
  • Je mag hiervoor je rekenkaart gebruiken.
  • Vergelijk je antwoord met je buur.

​
​









Slide 18 - Slide

Lineaal, geodriehoek, envelop, post-it, postkaart, verschillende boekjes, paperclip, potloden, pennen ...

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Waarom x 10?
Pak je liniaal. Wat zie je?
Hoeveel stukjes tel je tot 1 cm? 
Hoe veel cm heb je nodig tot 1 m?

​
​









Slide 20 - Slide

Leg uit hoe je dit doet. Maak denkstappen duidelijk.
Daarna nog zelfstandig met het werkblad laten werken

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Reken de eenheden om ... hoe doe je dit?
  • 3,2 km -> ... m  ->  ... cm
  • 0,4 l -> ... dl  ->  ... cl
  • 180 minuten ->  ... uur
  • 650 g -> ... mg  ->  ... kg
  • 5 x 250ml = ... l
  • 6 x 0,6 m = ... km

​
​









Slide 22 - Slide

Leg uit hoe je dit doet. Maak denkstappen duidelijk.
Daarna nog zelfstandig met het werkblad laten werken
Reken de eenheden om ... hoe doe je dit?
  • 120 cm -> ... m
  • 100 m  -> ... cm
  • 250 ml -> ... l
  • 500 cl -> ... dl
  • 0,75 kg -> ... g
  • 650 g -> ... kg

​
​









Slide 23 - Slide

Leg uit hoe je dit doet
Reken de eenheden om ... hoe doe je dit?
  • 3,2 km -> ... m  ->  ... cm
  • 0,4 l -> ... dl  ->  ... cl
  • 180 minuten ->  ... uur
  • 650 g -> ... mg  ->  ... kg
  • 5 x 250ml = ... l
  • 6 x 0,6 m = ... km

​
​









Slide 24 - Slide

Leg uit hoe je dit doet. Maak denkstappen duidelijk.
Daarna nog zelfstandig met het werkblad laten werken
Rekentaal met Blooket! (10 minuten)
1. Log in met de QR-code of gamepin
2. meerkeuzevragen. 
Is het antwoord goed > groen scherm > je kiest een kist en           verdient goud. 
Is het antwoord fout > rood scherm + 3 seconden wachten (je ziet het goede antwoord)                                             

Bij goede antwoorden
kun je ook goud stelen

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Slide 26 - Link

This item has no instructions

Inloggen Studiemeter (rekenen)

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Zelfstandig werken - als je klaar bent met RNT

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

RNT - toets 
Goede inschatting van je eigen niveau.
Adaptieve toets (past zich op je niveau aan).
Altijd de berekening opschrijven!

Tijdens examen:
1 punt voor de goede oplossing.
4 punten voor de berekening. (hoe reken jij de som uit)

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Aan het einde van de les kan je
  • eenheden herkennen (m, cm, L, ml, g, kg)
  • de rekenkaart gebruiken om eenheden om te rekenen
  • met een liniaal meten
  • meer rekentaal

Slide 30 - Slide

Hou het bij max. 3
Hoe gaat het nu met jou?
Hoe was de les?
šŸ˜’šŸ™šŸ˜šŸ™‚šŸ˜ƒ

Slide 31 - Poll

This item has no instructions

Wat ging goed?
Waar ben je trots op?

Slide 32 - Mind map

This item has no instructions

Wat kan beter?
Wat moet je nog oefenen?

Slide 33 - Mind map

This item has no instructions

Wat doe je de volgende keer anders?
Wat heb je nodig?

Slide 34 - Mind map

This item has no instructions